Frankrijk stemt zondag in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen. De politieke toekomst is uitermate ongewis: niet eerder was Rassemblement National zo dicht bij de macht, terwijl Macrons verlies gegarandeerd lijkt. In Marseille maken de linkse partijen er maar het beste van.
In havenstad Marseille lijkt de campagne van de linkse alliantie Front Populaire (Volksfront) op het eerste gezicht feestelijk. Op Place Léon Blum, in het hart van de tweede stad van Frankrijk, zijn woensdag saxofonisten en dj’s verzameld, er hangen slingers en vlaggen, en dat alles op een zwoele zomeravond met bier binnen handbereik.
Maar die hoopvolle oppervlakte is dun, en de vrees eronder diep. Ieder gesprek in de stad met een grote migrantenpopulatie leidt vroeg of laat naar de jaren dertig en naar de opmars van het nazisme. ‘Activisme moet feestelijk zijn, anders krijg je niemand op de been’, zegt pensionado Bernard Serano, voorheen actief vakbondslid. ‘Maar we staan voor een ernstig gevaar.’
Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.
Hij is niet de enige die waarschuwt, zij het voor een andere dreiging. President Emmanuel Macron had het enkele dagen geleden over een burgeroorlog. Als Frankrijk bij de aankomende parlementsverkiezingen een van de extremen aan de macht brengt, zou dat het risico op een burgeroorlog met zich meebrengen.
Lange tijd was Marine Le Pens Rassemblement National (RN, in Frankrijk doorgaans als extreemrechts gekwalificeerd), de ultieme vijand voor de president. Zelf presenteerde hij zich als de ultieme remedie tegen dat kwaad.
Inmiddels richt Macron zijn pijlen even hard op links. ‘Extreemrechts reduceert mensen tot hun religie of origine’, zei de president afgelopen week, maar het radicale La France Insoumise (LFI), de grootste partij binnen de linkse alliantie, reduceert kiezers even goed tot hun geloof of gemeenschap door de manier waarop het in de bres springt voor bijvoorbeeld moslims. ‘Ook daar schuilt een burgeroorlog achter.’
De grote vraag is hoeveel Fransen nog geloven dat hun president de uitweg biedt tussen die twee kwaden − en of ze überhaupt denken dat niet híj de belangrijkste oorzaak is van de malaise. Afgaand op de laatste peilingen kan het kamp Macron rekenen op 20 procent van de stemmen. Dat blijft ver achter bij zowel koploper Rassemblement National (37 procent) als het Front populaire (28 procent).
Hoe dat zich in het aantal zetels vertaalt, is moeilijk te voorspellen. Frankrijk heeft een districtenstelsel: bij elke zetel hoort een kiesdistrict, 577 in totaal. Per district wordt één kandidaat gekozen. Het landelijke percentage vertaalt zich dus niet evenredig in het aantal zetels.
Wat zeker is: Frankrijk wacht politiek een uiterst ongewisse toekomst. Niet eerder kwam Rassemblement National zo dicht bij de macht. De missie van Le Pen om de partij te normaliseren, door in toon en presentatie zachter, gladder, rustiger te zijn, werpt zijn vruchten af. In de afgelopen jaren haalde het meerdere burgemeestersposten binnen, werd het de grootste oppositiepartij in het parlement, en − de meest recente slag − bracht het Macron een pijnlijke nederlaag toe bij de Europese verkiezingen begin juni.
Het Franse taboe om ‘extreemrechts’ te stemmen, verbrokkelt met de tijd. Voorheen reikte het cordon sanitaire tegen Rassemblement National van links tot rechts, nu vormt alleen de linkse alliantie Front Populaire nog een gezamenlijk blok tegen de partij. Het rechts-conservatieve Les Républicains is verdeeld; partijvoorzitter Eric Ciotti heeft samenwerking afgekondigd en schaart zich achter kandidaten van RN, tot woede van een deel van de partij die eigen kandidaat-Kamerleden presenteert.
RN-stemmers zijn echt niet allemaal fascisten, zegt pensionado Serano op de linkse bijeenkomst in Marseille. ‘Velen hopen dat RN het beste antwoord heeft op Macron, op het verlies van de sociale zekerheid. Maar wie zegt ‘laten we het eens proberen’, kent het programma niet.’ Hij wijst op het voorstel van partijleider Jordan Bardella, die iedereen met een dubbele nationaliteit wil uitsluiten van bepaalde publieke functies zoals de diplomatie en defensie, en de wens Fransen voorrang te geven op sociale voorzieningen. ‘Onderscheid op basis van afkomst, zo ging het met de Joden ook.’
‘Frankrijk is een racistisch land dat zijn koloniale geschiedenis nooit heeft rechtgezet’, zegt Christianne Tassy die Serano een biertje komt aanreiken. Nieuwszenders geven een podium aan opiniemakers die migranten overal de schuld van geven, zegt ze, en Rassemblement National buit die angst uit. Tassy is niet over alle linkse plannen te spreken, ‘maar het belangrijkste is dat er een gezamenlijk plan bestáát. Zonder alternatief wacht een catastrofe.’
Afgaand op opiniepeilingen kan de angst voor het radicaalste deel van de linkse alliantie intussen concurreren met angst voor radicaal-rechts. Dat komt met name door de soms ronduit agressieve houding van LFI-oprichter Mélenchon en de enorme kosten van het linkse programma dat Macrons hervormingen wil terugdraaien, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd.
Door verkiezingen uit te schrijven hoopte Macron ‘helderheid’ te krijgen, zodat een nieuwe regering met duidelijk mandaat kan handelen. Maar áls iemand al een absolute meerderheid haalt, lijkt Macron de kleinste kanshebber.
Verloren loopt de Algerijnse Fateh (die geen achternaam wil delen) door de menigte in Marseille − hij dacht zich aanvankelijk bij een festival te voegen. Zelf mag Fateh niet stemmen, maar hij vreest de opmars van Rassemblement National. ‘Ze willen ons weg hebben. Geloof me, ik werk als schoonmaker, en de Algerijnen werken harder dan de Fransen zelf. Maar het zal moeilijk voor ons worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant