Home

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei: een lege huls of redder van de planeet?

Het kabinet-Schoof, dat dinsdag op het bordes staat, introduceert iets nieuws: een ministerie van Klimaat en Groene Groei, geleid door VVD-prominent Sophie Hermans. De liberalen willen van Hermans een machtig minister maken, maar is groene groei geen leeg begrip?

Nederland kent vanaf dinsdag een nieuw ministerie, dat van Klimaat en Groene Groei. Het is een van de grote verrassingen van het kabinet-Schoof, dat morgen wordt beëdigd. Sceptici refereerden naar aanleiding van het nieuws over het departement aan de dystopische roman 1984 van George Orwell. Daarin voert het ministerie van Vrede oorlog tegen de eigen bevolking. Maar naast associaties roept het begrip ‘groene groei’ vooral vragen op. Waar komt dat ineens vandaan? Welke onderwerpen vallen er onder groene groei? En welke praktische consequenties heeft de oprichting van dat nieuwe ministerie?

Groene groei is geen nieuw begrip. Die term valt al sinds het rapport Grenzen aan de groei (1972) van de Club van Rome in discussies over de (on)houdbaarheid van economische groei. Waar zogenoemde ‘degrowthers’ stellen dat de planeet alleen gered kan worden als er een einde komt aan het op economische groei gerichte kapitalisme, menen groenegroei-adepten dat het zonder groei niet zal lukken om de economie en de planeet weer in evenwicht te brengen.

Over de auteur
Tjerk Gualthérie van Weezel is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven.

Lobby werkgevers

In Nederland is econoom Barbara Baarsma een bekend pleitbezorger van groene groei. Hoewel ook zij niet zeker weet of de economie kan groeien tot een systeem dat de ecologische grenzen van de planeet respecteert, ziet Baarsma het als de enige realistische optie. In een krimpende economie lopen ook de belastinginkomsten terug, stelt de econoom. Daardoor is er minder geld om de transitie naar een groene samenleving te betalen en komen collectieve voorzieningen als onderwijs en zorg verder onder druk te staan. Kiezers in een democratie zullen zulk beleid wegstemmen, aldus Baarsma.

Maar wie daaruit concludeert dat de formerende partijen het gedachtegoed van de groenegroei-economen dus hebben omarmd, schat de diepgang aan de formatietafel op dit terrein volgens Haagse ingewijden te hoog in. Zij stellen dat de term groene groen om veel prozaïscher redenen door de VVD is omarmd, namelijk, in de eerste plaats om de spanning in de eigen achterban te neutraliseren.

Die achterban bestaat aan de ene kant uit het Nederlandse bedrijfsleven, waarmee de liberalen traditiegetrouw nauwe banden onderhouden. Grote gevestigde bedrijven werken al jaren aan ingrijpende verduurzaming van hun productieprocessen. Andere ondernemers ruiken hun kans om met nieuwe producten en technieken in binnen- en buitenland hun slag te slaan.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW, de invloedrijkste belangenorganisatie van Nederland, is dan ook een belangrijke lobbyist in de energietransitie. VNO-NCW wil dat de overheid vaart maakt met duidelijk en betrouwbaar beleid dat Nederlandse bedrijven op dat terrein in het zadel houdt of helpt.

Onverbeterlijke optimisten

Maar onder veel rechtse kiezers stuit klimaatbeleid ook op weerstand. Windmolens, warmtepompen, vlees- of vliegtaks, het zijn allemaal onderwerpen die op weinig instemming kunnen rekenen.

Met ‘groene groei’ wil de VVD feitelijk vol gas blijven geven met het klimaatbeleid dat de vorige regering heeft ingezet en tegelijkertijd de achterban binnenboord houden die vooral vreest dat hun manier van leven wordt bedreigd. ‘We hebben dit ministerie niet voor niets deze naam gegeven’, stelde VVD-coryfee Sophie Hermans, die het departement gaat leiden, tijdens haar hoorzitting afgelopen week in de Tweede Kamer. Om te vervolgen met: ‘Het ministerie van de toekomst, van vooruitgang en optimisme. En eigenlijk komt alles waar dit land goed in is samen in deze portefeuille. Want zeg nu eerlijk, wij zijn in dit land toch een stel onverbeterlijke optimisten.’

Naast een poging klimaatbeleid van een optimistisch jasje te voorzien, is de naam ook politiek-strategisch slim gekozen. ‘Klimaat en Groene Groei’ gaat in potentie namelijk over veel meer dan een minister voor Klimaat en Energie, zoals afgelopen periode de functieomschrijving was van D66-minister Rob Jetten.

Een logisch onderdeel van groene groei zijn in de eerste plaats de ‘maatwerkafspraken’, die bij het vorige kabinet nog vielen onder de minister van Economische Zaken. Dit zijn de deals die de regering de komende jaren moet sluiten met de twintig bedrijven die in Nederland de meeste CO2-uitstoten. Het zijn deals die opgeteld vele miljarden aan belastinggeld gaan kosten.

Ook het voor de energietransitie zeer relevante onderwerp kritische grondstoffen en de mijnbouw zouden logisch in Hermans’ portefeuille passen. Daarnaast wordt er in Den Haag zelfs gespeculeerd dat haar ministerie aanspraak kan maken op het onderwerp ‘circulaire economie’. Tot op heden valt dat onder het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Eigen ministerie

Dat de VVD wil dat Hermans een machtig minister wordt, blijkt ook uit het feit dat zij geen minister ‘voor’ Klimaat en Groene Groei zal worden, maar minister ‘van’. Een minister ‘voor’ heeft geen eigen departement en geen eigen begroting, maar hij ‘woont in’ bij een collega. Dat deed Jetten de afgelopen kabinetsperiode bij minister Micky Adriaansens (VVD) van Economische Zaken. Maar de VVD wilde niet dat Hermans onderhuurder zou worden bij PVV-minister Dirk Beljaarts op het ministerie van Economische Zaken.

Op dat departement puzzelen medewerkers sinds twee weken op een logische manier om hun ministerie te splitsen, zeggen diverse ambtenaren. Daarbij lijkt Hermans ongeveer de helft van de staf te krijgen en nagenoeg alle spannende onderwerpen. Beljaarts blijft achter met looiige dossiers zoals consumentenwetgeving. Tegelijkertijd heerst er op het departement verwondering over het nieuwe ministerie. Een gekke move voor een coalitie die zegt juist fors te gaan bezuinigingen op rijksambtenaren, vinden medewerkers. Een nieuw ministerie betekent een dure reorganisatie inclusief nieuwe ambtelijke top en eigen begrotingsafdeling.

Maandag, als de regering het constituerend beraad houdt, zal duidelijk worden hoeveel verantwoordelijkheden Hermans precies onder ‘groene groei’ weet samen te brengen. Daarna begint het zwaarste deel van haar klus: bewijzen dat het begrip geen lege huls is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next