Het behoud van diversiteit zit hem niet alleen in soorten en aantallen, maar ook in verspreiding. Risicospreiding ook.
Willen we de biodiversiteit redden, dan gáán we die redden. Een makkie, zo bleek uit een onderzoek dat internationale wetenschappers deze week publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift Frontiers in Science.
We hoeven maar zo’n 1,2 procent van het hele aardoppervlak te beschermen om de zesde grote uitsterving van het leven op aarde te voorkomen, zo becijferden de knappe koppen. Als je maar wel de juiste gebieden beschermt, namelijk die waar de meeste met uitsterven bedreigde soorten leven.
De onderzoekers hebben dat alvast bekeken: met behulp van wereldwijde biodiversiteitsdata, satellietbeelden en analyses van bodembedekking stelden ze 16.825 zogeheten Conservation Imperatives vast. Wanneer die gebieden, met een oppervlakte van zo’n 164 megahectare (ongeveer 41 keer Nederland), adequaat beschermd zouden worden, kunnen alle voorspelde uitstervingen worden voorkomen. 38 procent van die zones ligt al in beschermd gebied, dus dat schiet lekker op.
Kost dat nog wat? De komende vijf jaar een luizige 34 miljard dollar per jaar, berekenden de onderzoekers. Een fluitje van een cent: het is minder dan 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de Verenigde Staten, minder dan 9 procent van de jaarlijkse subsidies die de wereldwijde fossiele brandstofindustrie ontvangt en een fractie van de inkomsten die de mijnbouw en de agrobosbouw jaarlijks genereren, aldus de rekenmeesters.
Zo maar doen dan? Het klinkt mooi. Goed nieuws voor bijvoorbeeld de Borneose olifant. Het arme dier is deze week nieuwkomer op de bekende Rode Lijst van bedreigde soorten van het IUCN. Op die lijst staan nu 163.040 plant- en diersoorten, 45.321 daarvan worden met uitsterven bedreigd. Tot ze straks allemaal worden beschermd en nog lang en gelukkig leefden in Conservation Imperatives.
Zo simpel is het weer eens niet. De poging van de rekenmeesters om het hele probleem rond biodiversiteit te vatten in cijfers, verdient applaus. Maar onwelwillende populisten, industrieën en hun lobbyisten zouden er makkelijk een vrijbrief in kunnen lezen om de rest van de aardbol te (gr)asfalteren. U wilt een zomertortel zien? Sorry, die is hier uitgestorven, maar in Somalië vindt u de laatste twintig. Goeie reis.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Biodiversiteit is gebaat bij spreiding. Het behoud van diversiteit zit hem niet alleen in soorten en aantallen, maar ook in verspreiding. Risicospreiding ook, want wat als een aardbeving of bosbrand de laatste Borneose olifant treft?
Biodiversiteit is geen statisch gegeven. Met het veranderen van de wereld en het stijgen van temperaturen verschuiven ook leefgebieden en populaties: niet voor niets duiken steeds vaker zeldzaamheden vanuit het zuiden op in noordelijker regio’s. Door wereldhandel en toerisme gooien (invasieve) exoten wereldwijd roet in het eten. Daarnaast is nog lang niet elk levend wezen in kaart gebracht: vooral de diepe oceaanregio’s zijn nog terra incognita voor de mens.
Deze week met stip binnengekomen in de Nederlandse hitparade: de oranje pistoolgarnaal. Het beestje is voor het eerst in Nederland aangetroffen, bij oesterriffen op een windmolenpark bij Borssele. Vermoedelijk hebben de larven zich met de zeestroming verplaatst.
De aarde is in beweging, en zo ook de bewoners. Ze verdienen allemaal een leven, want ze hebben elkaar nodig. En dus kan biodiversiteit maar het beste overal worden beschermd, en niet in gebieden waar louter laatste strohalmen bloeien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns