Home

Het liefst geloof ik dat onze beste dagen voor ons liggen, maar niemand schetst een toekomst om zin in te krijgen

De toekomst raakt steeds verder uit zicht. Bijna niemand in de politiek heeft het er nog over. En ik mis haar.

Het valt te begrijpen. Er komt een coalitie die vooral veel wil behouden of terugdraaien. Het niveau van de zorg moet gehandhaafd blijven ondanks personeelstekort. Iedereen moet weer een woning kunnen vinden, zoals vroeger. Het leger moet op peil worden gebracht. Een tragisch achterhaalde agro-industrie moet koste wat het kost in stand worden gehouden. En Nederland moet weer meer gaan lijken op het Nederland van vóór de ‘zorgwekkende demografische ontwikkelingen’.

Voor het een is meer te zeggen dan voor het ander. De rode draad is in elk geval: laat ons houden wat we hebben. Of: geef ons terug wat we ooit hadden. En los van hoe je tegen ieder thema aankijkt, die neiging is begrijpelijk. Best lang heeft elke generatie kunnen denken dat de volgende het beter zou krijgen en nu is dat voorbij. Dat is een schok. Ik merk het ook: het liefst zou ik geloven dat onze beste dagen voor ons liggen, maar ik durf niet uit te sluiten dat we het staartje meemaken van een ongekend veilige, rijke, vrije tijd die nooit meer terugkomt.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat je dan je hele hebben en houden stevig tegen je aandrukt, dat je het wilt vastklemmen tot je knokkels wit zien, is menselijk. Zoeken naar schuldigen of zondebokken is dat ook. Als er iets, íémand verantwoordelijk kan worden gehouden voor alle dreigende achteruitgang, lijkt het tij makkelijker te keren. De kern van waarheid hoeft maar klein te zijn: immigranten hébben toch huizen nodig? Of niet dan?

De aanstaande oppositie is veel bezig met kritiek op de plannen van de aanstaande coalitie – en op haar inborst – en praat dus vooral over wat die coalitie níét moet doen en níét moet zijn. Ook dat is logisch. Nodig zelfs. Maar zo zit je wel met enerzijds een coalitie die terug wil naar een geromantiseerde geschiedenis en anderzijds een oppositie die aanhoudend nee zegt. Er blijft niemand over die een toekomst schetst waar je zin in zou kunnen krijgen.

Het zou schelen als de wereld intussen bereid was in de pauzestand te gaan: ‘Ho, wacht even jongens, Nederland zit in een regressiefase, we doen een jaar of wat rustig aan.’ Maar die wereld dendert door. Oorlogen woeden en meer oorlogen dreigen. De aarde warmt op. Of koelt op plekken af, maar dan net weer op levensontwrichtende wijze. Grote mogendheden veroveren terrein, het zuiden roert zich en Europa komt er steeds minder aan te pas. Ineens leven we met een watertekort, een stroomtekort, een medicijntekort.

Tien ceo’s van veelbelovende bedrijven die door Nederland zijn aangewezen omdat ze nodig zijn om de problemen van, jawel, de toekomst op te lossen – met chips of AI bijvoorbeeld – trokken van de week aan de bel: of deze bedrijven van de toekomst wellicht ook voldoende stroomaansluitingen zouden kunnen krijgen.

Hoe sterker we alles willen vasthouden, des te meer lijkt uit onze vingers te glippen. Die dingen werken op elkaar in. Er gebeurt zo veel tegelijk dat je de verleiding kunt voelen om naar binnen te keren en jezelf wijs te maken dat je rustig kunt sleutelen aan een quasi-ongerept Nederland: zie daar het kabinet-Schoof.

Een kabinet dat bezuinigt op onderzoek en vernieuwing, want wat valt er te onderzoeken of te vernieuwen als Nederland een dikke halve eeuw geleden op z’n mooist was? Geert Wilders heeft AI alleen maar nodig om plaatjes te genereren van hoogblonde gezinnen. Een kabinet waarin BBB viert dat er minder geld is voor boeren, want dat geld was deels bedoeld om te stoppen en boeren gáán gewoon niet stoppen. Bouwproblemen door stikstof zijn er niet als je simpelweg de feiten niet tot je neemt. Beoogd minister Barry Madlener kan zich het watertekort niet voorstellen, want we hebben immers het IJsselmeer. Ogen dicht, vingers in de oren. Iedereen een Memphis.

Begin dit jaar stond een stuk in De Groene Amsterdammer over Italië, waar Wilders’ geestverwant Giorgia Meloni toen een jaar aan de macht was. Het was een indrukwekkende opsomming van dingen die níét waren doorgegaan met als conclusie dat zij het land tot stilstand had gebracht. Dat is leerzaam. Veel terechte aandacht gaat uit naar risico’s voor de rechtsstaat. Tijdverspilling is het andere, sluipende gevaar.

De enige die ik enigszins enthousiasmerend vooruit heb zien blikken, is VVD’er Sophie Hermans, die een licht gehavende versie van Rob Jettens klimaatbeleid mag voortzetten onder de noemer ‘groene groei’. Over die naam wordt geschamperd en hij leidt tot droogstoppelige discussies over de vraag of economische groei werkelijk groen kan zijn. Ik hoor er iets anders in. Enerzijds welbegrepen eigenbelang: als er toch een duurzaamheidsindustrie is, laat Nederland daar dan aan verdienen. Maar ook: verbeelding.

En ja, ik weet het, ‘groene groei’ is vermoedelijk slechts een marketingvlaggetje op een wrokkige modderschuit. Maar het is ten minste een echo van het idee dat we nu nog niet kunnen weten tot welke prestaties de menselijke geest in staat is, en van het besef dat vooruitgang altijd een beetje op de gok gebeurt. Het zou lekker zijn als die kant van Nederland weer eens wat meer werd aangesproken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next