Bevalt het geluid in de omgeving niet? Dan zet je toch de koptelefoon met ruisonderdrukking op. Maar wat doet dat met onze oren, concentratie en sociaal leven? Zet ’m vaker af, waarschuwen wetenschappers.
Van de kantoortuin worden we knettergek. Net als van de gillende schoolkinderen in het speelkwartier, die op hun beurt tijdens het rekenwerk tureluurs worden van giebelende klasgenootjes. Waarom moet die jongen met die scooter altijd bij óns voor de deur – heng heng – aan die gashendel trekken? En de bovenbuurman, sjoelt die met wasmachines of zo?
In al die herrie snakt menigeen naar stilte. En daar is-ie: de noisecancelling koptelefoon. Een reddingsboei die met behulp van geluidsgolven het lawaai van buiten nog beter dempt. Voor veel mensen is de koptelefoon niet alleen onmisbaar in het rumoer van de kantoortuin; hij duikt nu ook op in basisschoolklassen, of mensen zetten hem in de supermarkt op omdat ze het daar te druk vinden. Toch waarschuwen wetenschappers voor het gebruik ervan. Door het dragen van een koptelefoon kunnen we juist gevoeliger worden voor geluid, en wordt het daarmee nóg lastiger om hem af te zetten.
Vijf lessen over lawaai, stilte, focus en het verdragen van de ander.
Gevoelsmatig wordt het leven steeds rumoeriger. De steden zijn drukker, er zijn veel meer festivals en evenementen, er is meer herrie op straat. Maar is dat ook zo?
Er staan meer geluidswallen om snelwegen met geluiddempend asfalt. In veel steden zijn er strengere regels voor horecazaken. Knetterende scooters worden vervangen door elektrische varianten. Er komen (en zijn) strengere geluidsnormen voor onder meer windmolens, horecazaken, festivals, padelbanen en treinen.
Bij de politie werden tien jaar geleden jaarlijks ruim 113 duizend meldingen van geluidsoverlast gedaan, vorig jaar waren het er iets minder. Het aantal klachten over horecazaken is meer dan gehalveerd, bij evenementen wordt 35 procent minder geklaagd. Wel is het aantal meldingen van ‘overige geluidshinder’ toegenomen; van ruim 103 duizend naar meer dan 108 duizend. Dit is vooral de overlast in en rondom het huis: schreeuwende buren, huis- of tuinfeesten of (hang)jongeren op straat.
Over de auteur
Simoon Hermus is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over big tech, AI, sociale media en games.
‘We denken dat de wereld steeds luider wordt’, zegt professor Laure Jacquemin. Zij doet als klinisch audioloog aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen onderzoek naar hyperacusis, overgevoeligheid voor geluid. ‘Maar veel van die studies worden buitenshuis gedaan. Inmiddels hebben we dubbel glas, betere isolatie. Vroeger stelde zo’n huis niks voor, ál het geluid kwam binnen.’
In les 4 meer over waarom een stillere wereld niet betekent dat mensen minder overlast ervaren. En vergeet niet: er zijn uitzonderingen. Zo werd Schiphol stiller, maar nam de geluidshinder (deels) toe omdat geluid als gemiddelde wordt gemeten, terwijl er nu heftigere piekmomenten zijn en dat mensen ernstiger stoort. En er zijn plekken waar huizen dichter op elkaar staan dan voorheen, of waar een nieuwe weg is aangelegd. Hoewel die huizen beter geïsoleerd zijn en de weg minder lawaaiig is dan de wegen vroeger waren, kan het op individueel niveau toch ineens luidruchtiger zijn.
Gezellig! Zomerhits op het strand, denkt de een. De ander legt het handdoekje knarsetandend een heel eind verderop. Niet iedereen is even gevoelig voor (hetzelfde) geluid. Los van mensen met een aandoening waarbij ál het geluid te veel (hyperacusis) is of bij wie specifieke geluiden als het gekraak van een chipszakje onverdraaglijk zijn (misofonie), stoort iedereen zich weleens aan herrie.
Een koptelefoon kan helpen als je je een uurtje flink wil concentreren, oordoppen verzachten het nachtelijke buurtfeestje. Maar als het een gewoonte wordt om urenlang met een koptelefoon op te werken of elke nacht met oordoppen te slapen, raken mensen snel afhankelijk van zo’n hulpmiddel, ziet Jacquemin. ‘Dankzij de koptelefoon heb je greep op de geluiden die je wel of niet binnenlaat. Die controle vinden we heerlijk. Maar de hersenen raken hierdoor bepaalde geluiden ontwend.
‘Er is weleens een studie gedaan waarbij proefpersonen verplicht dagenlang gehoorbescherming dragen', zegt Jacquemin. ‘Daarna kregen ze steeds hardere geluiden te horen en moesten ze het zeggen als ze die niet meer konden verdragen.’ De mensen die de gehoorbescherming hadden gedragen, bleken een veel lagere tolerantie voor het geluid te hebben dan de controlegroep. ‘Er is geen vergelijkbare studie met noisecancelling technologie gedaan, we vinden dit soort onderzoeken niet ethisch verantwoord meer. Maar het laat wel zien hoe snel zo’n hulpmiddel je tolerantie kan verkleinen.’
‘Er is steeds meer bewustwording dat we onze oren moeten beschermen tegen hard geluid’, zegt Jacquemin. ‘Dat is natuurlijk goed. Maar het omgekeerde is ook waar: volledige stilte is onnatuurlijk en ongezond. Zonder geluid raken we het noorden kwijt.’ Onze hersenen hebben het hele spectrum aan geluid nodig zodat we ons (onbewust) kunnen oriënteren: hard, zacht. Van voor, van achter, van links naar rechts. In complete stilte valt een heel zintuig weg.
Daarbij komt in volledige stilte een plotseling geluid nóg harder binnen. Het is daarom beter om bijvoorbeeld met white noise te slapen, zegt Jacquemin. Dit is een constant geluid, vaak wat brommend als in een vliegtuigcabine. Plotseling geblaf van een hond of een kletterende kliko valt hierdoor minder op.
‘Als je je koptelefoon afdoet, dan kun je je gewoon niet meer concentreren’, zegt Thomas tegen de camera. Het Jeugdjournaal bezocht vorig jaar een basisschoolklas waar kinderen koptelefoons (zonder muziek) kunnen pakken als ze last hebben van rumoer.
Volgens onderzoek van de Open Universiteit heeft tot 30 procent van de basisschoolkinderen concentratieproblemen. Dit zijn kinderen met adhd, een autismespectrumstoornis of die om andere redenen buitengewoon afgeleid raken door externe prikkels: een voorbijvliegende vogel, een opengetrokken trommel vol boterhamworst. Maar ook door geluid. Ze gaan ervan wiebelen of hun gedachten dwalen af. Wiebelkussens waardoor je kunt bewegen op de stoel, een tangle (iets waarmee je kunt friemelen) en de koptelefoon moeten soelaas bieden. Maar ze lukraak inzetten is geen goed idee, concluderen de wetenschappers.
Bij een experiment lieten ze kinderen de drie hulpmiddelen gebruiken terwijl ze regelmatig werden onderworpen aan aandachts- en rekentesten. Bij de 70 procent die geen concentratieproblemen heeft, werken de hulpmiddelen niet of zelfs averechts. Vermoedelijk komt dit deels doordat er te veel prikkels worden weggehaald. Dit is waar Jacquemin ook op doelde: onze hersenen zijn niet gemaakt om in volledige stilte te opereren.
Bij de kinderen met concentratieproblemen werd ook niet direct een positief effect gevonden, mogelijk omdat ze niet aan alle hulpmiddelen gewend waren. Jacquemin weet dat er kinderen zijn bij wie een koptelefoon écht nodig is om werk gedaan te krijgen. ‘Maar dat zijn uitzonderingen.’ Andere kinderen worden mogelijk te afhankelijk van een koptelefoon en daarmee later juist gevoeliger voor geluidsprikkels.
Vier jaar geleden verkende het televisieprogramma De Monitor met negentig bedrijfsartsen de open kantoorvlakte. Van hen zei 60 procent: afschaffen. Volgens 90 procent van deze bedrijfsartsen wordt de kantoortuin als een reden voor (langdurig) verzuim genoemd. Je collega een afspraak horen maken voor een zwerende teen, naast iemand zitten die graag hardop humt wat ze aan het doen is. Naast concentratieverlies is geluidshinder de meestgehoorde klacht.
Maar hoe zag het er vóór de tuin uit? De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschrijft hoe kantoormedewerkers tot ongeveer 1950 in loodrechte rijen achter en naast elkaar zaten onder toezicht van een hogergeplaatste chef – dit benadrukte mooi de hiërarchie in het bedrijf.
Met de economische groei na de Tweede Wereldoorlog werd het individualisme belangrijker, mensen wilden privacy en autonomie. Zo ontstond het cellenkantoor: een lange gang, geflankeerd door kamertjes waar twee of drie mensen werkten. De kantoortuin ontsproot in de jaren zestig in Duitsland, toen de organisatiestructuur in bedrijven platter werd en er tussen afdelingen onderling meer werd overlegd. In Nederland duurde dat langer, onder meer vanwege strenge regels rondom daglicht en de voorliefde voor de cel.
Maar met de komst van de laptop en de mobiele telefoon in de jaren negentig zat men niet langer aan hetzelfde bureau gekluisterd. Gedurende de dag kun je van vergaderzaal naar aanvliegplek, was het idee, en dus raakte de werkvloer overwoekerd met overlegpleinen, bureaus met halve schotten en skippyballen. Met onder meer belhokjes, stilteruimtes en verbeterde akoestiek worden vaak maatregelen genomen om elkaar wat meer rust te gunnen. Vroeger had je pech als jouw bureau naast een knetterend kopieerapparaat stond, nu kun je vaak zelf een plekje zoeken waar je het prettig(er) hebt.
‘Het gaat niet om hoe hard een geluid is, belangrijker is het gevoel dat het geluid oproept’, zegt Jacquemin. ‘Mensen worden gek van een smakgeluid, tot ze zien dat het van een panda komt. Dan is het ineens vertederend.’ Wie door misofonie razend wordt van het geluid van iemand die in een appel bijt, krijgt van haar soms het advies zich voor te stellen dat hij luistert naar het geknisper van een laars in de sneeuw.
‘Mensen denken bij ergernis aan een bepaald geluid vaak: dit ís nu eenmaal irritant’, zegt Jacquemin. ‘Maar wat wij herrie vinden, is in een andere cultuur heel normaal, daar functioneren ze prima bij harde muziek of geklets.’ Jacquemins patiënten hebben vaak nogal rigide denkpatronen over hoe dingen horen te gaan. ‘Met therapie proberen we dat losser te maken, bijvoorbeeld door het mes links en de vork rechts te leggen. Dat klinkt gek, maar het maakt mensen ontvankelijker om de dingen in een ander licht te zien.’
Door de emotionele associatie met een bepaald geluid te veranderen, kunnen iemands klachten sterk verminderen. Wie last heeft van een bonkende bovenbuurman: maak eerst eens een praatje, probeer hem te leren kennen. Misschien heeft hij zijn voet gebroken, of is hij vaak gefrustreerd door eenzaamheid. Het werkt ook andersom: door een boos briefje door de bus te doen of bij buren of de gemeente te klagen, versterk je de negatieve emoties bij het geluid en zul je er nog meer last van hebben. Het is dus ook uit eigenbelang goed om je af te vragen of zo’n actie echt iets op gaat lossen.
Jacquemin: ‘Steden raken dichter bebouwd, dat klopt. Maar we kunnen ook minder van elkaar hebben. Vroeger hoorde je alles van de buren, maar kende je ze ook.’
Doppen op de fiets, een koptelefoon tijdens het hardlopen – er zijn zelfs waterdichte mp3-spelers voor in het zwembad. Terwijl we enerzijds slechter tegen herrie kunnen, kiezen we óók vaker voor geluid. Hoe komt dat?
In de eerste plaats wordt een muziekje op de fiets of in de trein al snel een gewoonte, denkt Stefan van der Stigchel. Hij is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht. Maar er speelt nog iets. ‘Als je je gedachten de vrije loop laat, weet je niet waar ze terechtkomen: bij iets leuks, of iets stoms.’ Door (actief) naar muziek te luisteren verklein je de kans dat je gaat dagdromen, bij het luisteren naar een podcast probeer je dit zelfs te voorkomen.
Hiermee duw je je hersenen in een concentratiemodus, zegt Van der Stigchel. ‘Hierdoor raak je later je focus kwijt, want je brein kan niet de hele tijd op scherp staan.’ Het afzetten van de koptelefoon maakt ons daarbij ook een plezieriger medemens. Bij het fietsen in je cocon van muziek of geleuter is elke andere weggebruiker een obstakel; iemand die je afleidt van je eigen vertier. Je mist het vertederende gesprek tussen oma en kleinkind, ziet weggebruikers pas als ze recht voor je opdoemen en denkt: hup, doorlopen! Wegwezen! Het complimentje over je kekke laarzen of de vriendelijke groet versta je niet, of registreer je pas als de ander uit het zicht is verdwenen.
Daarbij kun je onplezierige gedachten wegduwen, maar steken ze later toch de kop op. Bij groot verdriet of acute zorgen kan volgens de klinische psychologie een piekeruurtje soelaas bieden. Van der Stigchel: ‘Je geeft je hersenen een afgebakend moment om het gevoel af te tasten, te laten komen wat er komt. Daarna ga je weer door.’
Wie het moeilijk vindt om cold turkey van het muziekinfuus af te gaan, kan volgens Van der Stigchel beginnen met kleine kijkopdrachtjes om jezelf laagdrempelig bezig te houden, terwijl er toch meer ruimte voor afdwaling is. Hij schreef er het boek Beter leren kijken over. Bestudeer op het perron wat voor schoenen iedereen aanheeft, bijvoorbeeld, of wat ze met hun handen doen. Bekijk je eigen woonplaats zoals je dat doet als je op vakantie een stadje bezoekt.
Zelfs Marjan Slob heeft als Denker des Vaderlands weleens moeite met haar eigen gedachten. ‘Maar ik vind het een verdrietig idee als mensen zeggen dat ze geen stilte verdragen. Constant rondlopen met een angst voor wat er in je leeft, dat vind ik geen mooi bestaan. Toe, kijk het beest maar in de bek. Ik onderzoek het, want het hoort bij mij. Ik wil niet leven als een plant.’
Het geklets van een bellende collega bereikt je via geluidsgolven. Deze golven hebben iets nodig om zich te verplaatsen – lucht, meestal, maar water kan ook. Als je het kantoor luchtdicht afsluit en vacuüm zuigt, zou je wel een mond zien bewegen, maar niks horen (los van het feit dat de collega implodeert, maar dat terzijde).
Een noisecancelling koptelefoon sluit je oren niet luchtdicht af, dus de golven bereiken je nog steeds. Er zijn twee manieren waarop koptelefoons het geluid tegenhouden. De eerste is passieve noisecancelling, waarbij je oren worden afgeschermd door oorkussens of -dopjes die de gehoorgang afsluiten. Zo worden de geluidsgolven wat gedempt voor ze je bereiken.
Bij actieve noisecancelling heeft het apparaat een microfoontje dat de omgevingsgeluiden analyseert, waarna het geluidsgolven produceert die zich precies tegengesteld bewegen om zo het geluid te neutraliseren. Dit soort koptelefoons zijn daarom goed in het wegfilteren van constant geluid, zoals de brommende motor van een vliegtuig. Het geluid gedraagt zich voorspelbaar, dus kan het steeds dezelfde tegengeluiden produceren. De collega is iets moeilijker de mond te snoeren. Mensen praten in verschillende toonhoogten, op een verschillend tempo, waar zo’n koptelefoon niet helemaal op kan anticiperen. Daarom hoor je stemmen vaak harder dan andere geluiden.
Zo’n koptelefoon is niet slecht voor je oren – zolang je er geen keiharde muziek doorheen laat dreunen. Omdat de geluidsgolven worden gedempt of geneutraliseerd, worden de trilharen in je oor, die geluidssignalen naar de hersenen doorgeven, minder belast. Gehoorbeschadiging ontstaat als deze haren overwerkt raken en kapot gaan door een plotselinge knal of langdurige blootstelling aan te harde muziek of ander gedreun.
Maar echt beschermen doet een noisecancelling koptelefoon ook niet. De koptelefoon kan geen plotselinge geluiden voorspellen en neutraliseren, dus tijdens het klussen of op een festival kun je beter beschermende oordoppen dragen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant