Home

Zeldzaam groot rotsblok schiet vlak langs de aarde: ‘Een land als Nederland kun je er zo mee wegvagen’

De aarde is zaterdagmiddag aan een ongekende ramp ontsnapt. Een rotsblok, groot genoeg om de Randstad van de kaart te vegen, schoot om kwart voor 4 ’s middags vlak langs de aarde. Een schot voor de boeg dat eraan herinnert: we zijn niet bepaald veilig voor grote inslagen vanuit de ruimte.

Ruimtesteen ‘2024 MK’ werd pas op 16 juni ontdekt, minder dan twee weken voor zijn scheervlucht. De planetoïde is tussen de 120 en 160 meter groot, en kwam langs op driekwart de afstand van de aarde tot de maan – rakelings, in kosmische termen. ‘Stel dat hij op Amsterdam was gevallen: dan kun je wel stellen dat de hele Randstad nu weg was geweest’, zegt meteorietexpert Marco Langbroek (TU Delft).

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.

Een ander, nog veel groter gevaarte, van tweeënhalve kilometer groot, schoot afgelopen donderdag langs onze planeet. Dat was op een afstand van 17 keer de afstand van de aarde tot de maan. Planetoïden van dit formaat hebben het in zich om de hele aardse beschaving, of in elk geval een heel continent, te ontregelen.

Het gebeurt maar zelden dat er een planetoïde zo groot als een kantoorgebouw vlak langs de aarde vliegt: 2024 MK is voor zo ver bekend pas de derde deze eeuw. Dergelijke objecten worden doorgaans pas op het allerlaatste moment opgemerkt, omdat ze weinig licht afgeven, zegt Langbroek. ‘Je ziet ze pas als ze vlakbij zijn, of soms zelfs pas als ze ons al zijn gepasseerd en van ons wegvliegen.’

Viel niemand op

Verontrustend, vindt Langbroek. ‘We hebben van deze klasse planetoïden nog geen compleet beeld. Het zijn dan wel geen objecten zoals de meteoriet die de dinosauriërs uitroeide, maar een klein land als Nederland kun je er toch wel mee wegvagen.’ Achteraf blijkt 2024 MK tien jaar geleden al eens op een ruimtefoto zichtbaar te zijn geweest. Maar toen viel hij niemand op.

Planetoïden zoals 2024 MK en ‘2011 UL21’, zoals het grotere exemplaar van donderdag heet, zijn in de regel afkomstig uit de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, thuisplaats van miljoenen zwevende ruimtestenen. Nu en dan raken ze op drift, in een baan die dicht langs de aarde kan voeren.

Gespecialiseerde waarneemprogramma’s moeten zo’n steen dan maar net zien en zijn baan in kaart brengen, om te kunnen uitrekenen wanneer de volgende bijna-aanvaring zal zijn. In Chili gaat naar verwachting volgend jaar het Vera C. Rubin Observatorium open om dergelijke kleinere stenen beter in kaart te brengen. Eind 2027 wil Nasa bovendien een ruimtetelescoop de ruimte in zenden om naar ruimtekeien te turen.

Kometen uit het niets

Gevaarlijker, zegt Langbroek, zijn misschien nog wel kometen, ijzige brokstukken die helemaal vanaf de rand van het zonnestelsel komen, en in de regel een zeer wijde baan om de zon hebben. ‘Daar kunnen heel grote tussen zitten. En vanwege hun langgerekte baan, kunnen ze als het ware vanuit het niets tevoorschijn komen en inslaan.’

Toevallig passeerde 2024 MK de aarde de dag vóór ‘internationale planetoïdendag’, een door de VN uitgeroepen herdenkingsdag om het bewustzijn voor inslagen te vergroten. Op die dag, 30 juni, sloeg in 1908 in Siberië een naar schatting ongeveer 50 meter groot stuk ruimtepuin in bij de Tunguskarivier. Dat was in onbewoond gebied: meer dan 2.000 vierkante kilometer bos werd geplet, inderdaad een gebied ruwweg zo groot als de Randstad.

De volgende gelegenheid dat een ruimtesteen dicht nadert en waarvan we het wél weten, is over vijf jaar. Op 13 april 2029 – vrijdag de dertiende – komt dan de ongeveer 350 meter lange planetoïde Apophis langs, op maar 30 duizend kilometer hoogte, driemaal de doorsnede van de aarde. Die zal dan zelfs met het blote oog te zien zijn, als een langstrekkend vlekje in de lucht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next