Hoewel ze zelf nergens last van had tijdens de overgang, zet gynaecoloog Dorenda van Dijken zich onvermoeibaar in voor vrouwen met overgangsklachten. Haar strijd is nog lang niet gestreden. ‘Vooral over de psychische klachten is er nog zoveel onwetendheid.’
De woorden ‘Help’ en ‘Engel’ op de suikerhartjes die Dorenda van Dijken op tafel zet, passen goed bij hoe haar naasten haar omschrijven. Namelijk als iemand met het helperssyndroom. Al ruim 25 jaar zet de 65-jarige gynaecoloog – die zelf tijdens haar overgang nog niet het geringste opvliegertje heeft gehad – zich onvermoeibaar in voor vrouwen in de overgang. Vorig jaar kreeg ze een koninklijke onderscheiding vanwege haar bijdrage aan de medische gemeenschap, met name voor vrouwen in de overgang.
Drie jaar geleden richtte ze de eerste multidisciplinaire polikliniek op voor complexe overgangsproblematiek in Nederland in het OLVG-West, waar een team van specialisten, onder wie een cardioloog, seksuoloog, psychiater, neuroloog en internist-endocrinoloog, zich over de gezondheidsklachten van vrouwen in de overgang buigt. Want de overgang omvat meer dan nachtzweten en opvliegers, weet Van Dijken. Door de afname van het hormoon oestrogeen stijgt het risico op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, blaas- en vaginale klachten, stemmingswisselingen, slapeloosheid, vermoeidheid, depressie en botontkalking. Hormoontherapie kan het tekort aanvullen, de klachten verminderen en ook voor gezondheidsvoordelen zorgen.
Naast haar werkzaamheden in het OLVG speelt Van Dijken een leidende rol in verschillende nationale en internationale organisaties die medische richtlijnen opstellen voor de behandeling van overgangsklachten. En ze richtte samen met psychiater Sandra Kooij en cardioloog Janneke Wittekoek een online platform op, het Hoofd-Hart-Hormonen (H3) Netwerk, om kennis over vrouwenzorg beter te integreren. Want vrouwenzorg loopt nog steeds achter doordat in medische onderzoeken het mannenlichaam de norm is.
Het suikerhartje met de tekst ‘Vlug’ is minder toepasselijk, want haar strijd is nog lang niet gestreden. Van Dijken: ‘Hormoontherapie kan, in combinatie met een gezonde leefstijl, veel overgangsklachten doen verdwijnen. Toch krijgt in Nederland slechts een klein percentage van de vrouwen het voorgeschreven. In landen als Engeland en Italië ligt dat veel hoger.’
Hoe komt dat?
‘In Nederland hebben we een antihormoonhouding. Misschien omdat we calvinistisch zijn. Maar ook in veel andere landen blijft het wel een dingetje. Sinds in 2002 een Amerikaanse studie, de Women’s Health Initiative (WHI), rapporteerde dat hormoontherapie borstkanker en hart- en vaatziekten zou veroorzaken, stopten miljoenen vrouwen er per direct mee en schreven artsen het niet meer voor. Ik zag allemaal stoere, sterke, zelfstandige vrouwen ineens compleet instorten. Ik had ministers aan mijn bureau die na het stoppen transformeerden in doodzieke, in elkaar gezakte vogeltjes.
‘Terwijl er van alles mis was met dat onderzoek. De vrouwen die eraan meededen waren bijna allemaal ouder dan 60, hadden soms ernstig overgewicht, rookten en dronken overmatig alcohol – allemaal risicofactoren die de kans op borstkanker vergroten. De cijfers zijn verkeerd geïnterpreteerd en in de media gekomen. Bovendien betrof dit andere synthetische producten die niet in Europa werden gebruikt. Maar nog steeds staat hormoontherapie daardoor in een negatief daglicht. Terwijl: de huidige hormoontherapie is grotendeels bio-identiek, lager gedoseerd, heeft andere toedieningsvormen en er wordt beter geselecteerd op risicofactoren.
‘Ik wil bereiken dat volgende generaties niet meer tegen de muren aanlopen waar de huidige generatie tegenaan loopt. Vooral over de psychische klachten die gepaard kunnen gaan met de overgang, is er nog zoveel onwetendheid, daarover staat nu ook nog nauwelijks iets in de richtlijnen. Daarom vind ik Caroline Tensen zo dapper. Zij heeft een boek geschreven over de overgang, en dan gaat het niet over opvliegers en nachtzweten, want daar heeft ze bijna geen last van gehad, maar over de depressie waarin ze belandde.’
Een paar maanden geleden kreeg je kritiek na een interview in het AD. Uitgerekend jij waarschuwde ineens dat we aan het doorslaan zijn. Hormoontherapie was een hype geworden en er zou een run op zijn doordat BN’ers en influencers het innemen van hormonen propageren.
‘Ja, dat kwam vooral doordat er boven het interview een zeer ongelukkige kop stond, het woord hype heb ik nooit in de mond genomen.
‘De kritiek kwam onder meer van de actiegroep ‘Wij willen onze hormonen terug’ en Suzanne Rethans van de podcast We zijn toch niet gek?. Ik had in dat interview gezegd dat ik voor hormoontherapie ben, maar dat zeer langdurig gebruik ook risico’s kan hebben. Het is te kort door de bocht om te stellen dat onze hormonen in de overgang van ons worden afgepakt, en dat we die terug willen in de vorm van levenslange hormoontherapie na ons 40ste. Hormoontherapie alleen is niet de heilige graal, je moet ook je leefstijl aanpassen, zoals stoppen met roken en alcohol, en meer bewegen. Sommige gezondheidsvoordelen die zij aan het gebruik van hormoontherapie koppelen, liggen ook genuanceerder.
‘Er wordt op sociale media soms ook geroepen dat ze in de VS de therapie veel langer voorschrijven, maar dat is gewoon echt niet waar, daar wordt hetzelfde gedaan als hier. Die maximale duur van vijf jaar staat overigens allang niet meer in de medische richtlijn. Veertigers kunnen het sowieso zonder risico nemen, vijftigers gemiddeld vijf jaar, maar in een lage dosering en zonder extra risicofactoren kunnen vrouwen het zeker langer gebruiken.’
Waarom zou je in de overgang niet sowieso aan de hormoontherapie gaan om de kans op osteoporose, dementie of hart- en vaatziekten tegen te gaan?
‘Hormoontherapie beschermt helaas niet alle vrouwen tegen dementie, dat geldt alleen voor de groep vrouwen onder de 40. Bij vrouwen boven de 45 beschermt het ook minder tegen hart- en vaatziekten. Hetzelfde geldt voor botontkalking.’
Zou elke vrouw dan tussen haar 35ste en 40ste, als ze haar eerste klachten ervaart als gevolg van de daling van het oestrogeen, meteen moeten beginnen met hormoontherapie zodat het daar wel allemaal tegen beschermt?
‘Eerlijk gezegd weten we dat nog niet goed, omdat er geen data zijn van grote groepen vrouwen die rond hun 40ste beginnen en daarna worden gevolgd om te zien hoe het met hun botten, hun hart en hun brein gaat. Maar voor bepaalde subgroepen zou dat zeker een overweging kunnen zijn.’
Wel een interessant onderzoek, zou je denken.
‘Ja, ik denk dat we daar mettertijd naartoe gaan, maar daarvoor is het nu gewoon nog iets te vroeg. Er is sowieso nog veel onderzoek nodig. Daarom ben ik blij dat we vorig jaar een subsidie van 9,5 miljoen euro hebben binnengehaald voor onderzoek naar de overgang. De Amerikaanse hoogleraar psychiatrie en gynaecologie Pauline Maki heeft wereldwijd het meeste onderzoek gedaan naar hormoontherapie en het brein. Zij heeft net ontdekt dat heftige opvliegers en heftig nachtzweten naast een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, waarschijnlijk meer kans op dementie geven, en dat je vrouwen met die klachten dus moet behandelen. Maar of hormoontherapie preventief werkt tegen dementie heeft zij nog niet wetenschappelijk kunnen aantonen, het blijft bij een vermoeden. Hopelijk wordt daar de komende jaren steeds meer over bekend.
‘Het is in ieder geval goed om je risicofactoren te kennen. Heel slanke vrouwen, zoals ikzelf, hebben een verhoogd risico op botontkalking en hart- en vaatziekten na de overgang. Bij risicofactoren als familiaire belasting of bepaalde medicatie is de kans sowieso dubbel zo groot dat jij het dan ook krijgt. Migraine is vaak een indicatie dat je bloedvaten niet in goede conditie zijn, wat weer gevolgen heeft voor je hart en je brein na de overgang. Vrouwen die veel stemmingsklachten hebben van het premenstrueel syndroom (PMS) of de ernstige vorm premenstrueel dysfore stoornis (PMDD) hebben een hoger risico op depressieve klachten tijdens de overgang. Als je ooit een depressie hebt gehad, is de kans dat je een depressie krijgt in de overgang twee tot vier keer zo groot. In de VS krijgen vrouwen die ooit een depressie hebben gehad preventief hormoontherapie als ze in de overgang komen, om een terugkerende depressie voor te zijn. Hormoontherapie is, kortom, individuele zorg.’
Het lijkt alsof hormoontherapie in andere landen ook steeds vaker wordt gebruikt vanwege cosmetische redenen. Laatst las ik een kop met: ‘Praktisch rimpelvrij op je 50ste net als Penélope Cruz? Dit is haar geheim: bio-identieke hormonen.’
‘Je hebt anti-aging-artsen die hormoontherapie om cosmetische redenen voorschrijven, dat klopt, die heb je over de hele wereld. Maar dat is nergens het officiële beleid, absoluut niet. We hebben laatst weer een internationaal congres over hormoontherapie gehad, in Florence. Daar zit de hele wereld die er verstand van heeft bij elkaar. Ik kan je verklappen dat bijna elke presentatie, of die nou uit Engeland, Italië, Duitsland of de VS kwam, begon met een praatje over wat influencers en andere mensen in de media zeggen, waardoor wij in de spreekkamer hele welles-nietesgesprekken over hormoontherapie met vrouwen moeten aangaan.’
Maar slaat het ergens op om te denken: het begint hier te zakken, snel mijn oestrogeen wat aanvullen?
‘Helaas helpt dat niet. Hormoontherapie vertraagt je veroudering, het is alleen echt niet zo dat als jij vanaf je 40ste hormoontherapie neemt, je er blijft uitzien als 40. Ik zou willen dat het waar was, dan was ik er zeker ook ooit mee begonnen. Ik word binnenkort 66 en kijk af en toe met schrik in de spiegel.’
Waarom is de overgang jouw missie geworden, terwijl je er zelf geen last van had?
‘Daar zat ik laatst toevallig over na te denken. Ik kan slecht tegen onrecht. Dat klinkt wel heel...’
Fotomodellerig?
‘Ja, als een Miss Universe die voor wereldvrede is, haha. Ik heb ook altijd iets feministisch gehad. Ik liep vroeger in een tuinbroek en stond op het Malieveld te demonstreren voor Baas in eigen Buik. Ik heb van jongs af aan geleerd mijn eigen boontjes te doppen. Mijn vader overleed plotseling op mijn 11de, mijn zusje was toen 8, en mijn moeder kwam door de shock op haar 38ste ineens in de overgang. Ze was al niet zo’n zorgzame moeder, maar daarna werd dat nog minder, ze leunde met name veel op mij. ’s Ochtends smeerde ik haar boterhammen, ik moest de boodschappen doen en het huishouden runnen. Ze viel met alles op mij terug. Ik bracht mijn zusje naar school, ik nam alle zorgtaken op me. Toen ik geneeskunde ging studeren, zei mijn begeleider tijdens een intervisie: ‘Jij hebt last van het helperssyndroom.’ Ik denk dat dat wel een beetje klopt. Toen ik na verschijning van dat WHI-onderzoek vrouwen massaal in hoopjes ellende zag veranderen, dacht ik: ik moet voor die vrouwen opkomen. Mijn vader was psychiater en gespecialiseerd in moeilijk opvoedbare meisjes en meisjes in de jeugdprostitutie, die probeerde hij eruit te halen en weer op de rails te krijgen. Misschien dat mijn bevlogenheid om vrouwen te willen helpen ook daar vandaan komt.’
En wat deed je moeder?
‘Die werkte niet. Ze deed wel de administratie van mijn vader, maar verder was ze veel weg. Wat ze dan precies deed was mij nooit duidelijk. Na het overlijden van mijn vader hebben we wel veel met haar gereisd, ze was dol op autorijden. We zijn zelfs naar Sint-Petersburg en Lapland gereden. Zo heb ik leren kaartlezen en andere talen leren spreken.’
Wie zorgde er dan voor jullie als jullie vader en moeder weg waren?
‘Sommige meisjes die mijn vader behandelde, werkten tegen betaling bij ons thuis. Mijn moeder kookte nooit, dus zij schilden aardappels, zij deden de strijk. Ik had heel slechte longen, ik had chronische bronchitis, ik hoestte 24 uur per dag, en mocht niet naar school en kreeg thuisonderwijs. Ik was graatmager doordat het hoesten zoveel energie kostte, dus ik moest de hele dag in bed liggen en allerlei dikmakende pappen en slagroom eten. Ik weet het nog goed, dan lag ik in de huiskamer in een bed en stond onze Nel, dat meisje is jaren bij ons gebleven, te strijken met de radio aan. Zij leerde mij de Twist en vertelde me verhalen over dat ze naar Zandvoort was geweest en een leuke man was tegengekomen, maar dat haar bikini nog bij hem lag, en dat ze niet meer wist hoe hij heette. Daar luisterde ik met rode oortjes naar, van haar heb ik mijn seksuele voorlichting gekregen. Het was gewoon elke dag feest. Dan bouwde ze een wigwam in de tuin en als mijn zusje uit school kwam, gingen we daarin picknicken. Dankzij haar heb ik een heel leuke jeugd gehad. De rest van het jaar zat ik in Davos in Zwitserland, daar ging het beter met mijn longen door de schone lucht. Sowieso ging het vanaf mijn 13de, toen ik in de puberteit kwam, beter met mijn longen en kon ik weer naar school en alles doen. Helaas kwam het op mijn 40ste weer terug.
‘Al met al heb ik een leuke jeugd gehad, hoewel ik geen zorgende moeder had, maar ik wilde voor mijn dochters een totaal andere moeder zijn. Hoewel ik altijd een drukke baan heb gehad, heb ik geen balletles van ze gemist. Mijn tweede man, Jan, vindt het too much. ‘Je pampert die kinderen’, zegt hij. Ik ben absoluut een overbezorgde moeder, mijn zus had dat ook. Omdat wij dat vroeger niet hadden, ga je dat compenseren, denk ik. Ik durf te wedden dat onze dochters later een minder zorgende moeder zullen zijn, want wij hebben ze misschien wel getraumatiseerd met onze zorg.’
Waarom moest jij de boterhammen voor je moeder smeren?
‘Geen idee. Het was een vrouw met twee gezichten. Ze stond bekend als de meest zorgzame buurvrouw, maar ze heeft nooit voor ons gezorgd. Voor mijn kinderen weer wel, daar was ze een heel lieve oma voor. Maar vroeger draaide alles altijd om mijn moeder. Ook alle belangrijke dagen, zoals de sterfdag en de verjaardag van mijn vader, waren haar ‘zware dagen’. Mijn zus en ik konden daar samen wel om lachen. Wij moesten op Vaderdag een cadeautje voor onze moeder kopen en haar troosten, dat wij onze vader kwijt waren was van ondergeschikt belang.’
Wat voor man was je vader?
‘Het klinkt heel gek, maar dat weet ik dus niet zo goed, want hij was nooit thuis. Ik weet nog wel dat als hij in zijn stoel zat te roken, met zijn ene voet op zijn andere been, ik daartussen in het holletje mocht zitten. Dat voelde heel veilig en geborgen, dat kende ik niet. Mijn moeder knuffelde ons nooit. Mijn vader was goed bevriend met Majoor Bosshardt van het Leger des Heils, via haar kwamen de meisjes van de Wallen bij hem terecht. Met Oud en Nieuw mochten mijn zus en ik mee naar al die feesten met prostituees. Die vrouwen zagen er prachtig uit, ik vond dat fantastisch. Ik merkte dat mijn vader heel populair was, iedereen vond hem aardig.
‘Mijn moeder keek erg tegen hem op en was altijd bang dat hij een hartaanval zou krijgen, hij had al twee flinke hartinfarcten gehad. Ze zei steeds tegen mijn zus en mij: ‘Je mag papa niet boos maken, want straks is het afgelopen.’ Dus we liepen de hele dag op eieren. De avond voor zijn dood had mijn zus een kleine aanvaring met hem gehad. ‘Verdorie Katinka’, zei hij, ‘je moet nu echt gaan slapen.’ Dat heeft ze gedaan, maar ze heeft toch jarenlang gedacht dat het haar schuld was. De volgende ochtend brachten we ze een kopje thee op bed, maar zij sliepen nog. Een tijd later dacht ik: zijn ze nou nog niet wakker? Die thee wordt koud. Ik ben toen weer naar hun slaapkamer gegaan, en nog steeds sliepen ze. Hier klopt iets niet, dacht ik, en heb mijn oor op mijn vaders borstkas gelegd. Toen hoorde ik dat zijn hart niet meer klopte.’
Jeetje.
‘Hij was al koud. Ik wist meteen, ook al was ik 11: die is nu dus gewoon dood. Daarna heb ik mijn moeder wakker gemaakt en begon het hele circus. De huisarts kwam, mijn moeder belde huilend haar broer. Het enige wat ik er verder nog van weet, is welke zakdoek ik in mijn handen had. Het was een groene met een giraf erop. Verder is het een grote waas. Wij mochten van mijn moeder niet naar de begrafenis, dat vond ze niet goed voor ons.’
Heb je die zakdoek met giraf wel nat gehuild?
‘Ja, dat absoluut. Ik weet nog dat toen de huisarts allemaal geruststellende dingen probeerde te zeggen, ik naar die zakdoek keek en dacht: het zijn maar woorden, papa is er gewoon niet meer. Ik mocht op het schoolreisje een paar weken later niet met de kinderen spelen omdat mijn vader net was overleden. Ik moest alleen rusten in de slaapzaal. Wat doen mensen toch rare dingen, dacht ik.’
Je moest 24 uur per dag hoesten, kon niet naar school. Hoe heeft dat je gevormd?
‘Ik probeer altijd van iets negatiefs iets positiefs te maken. Mijn zusje mocht als ze thuiskwam uit school niet bij mij op de kamer komen, want dat zou mij te veel energie kosten. Dat deed ze lekker toch en dan hadden we altijd dolle pret. Misschien is het ook wel een reactie op mijn moeder om het glas altijd halfvol te zien. Zij zag het leven steevast somber in. Als je zei dat het mooi weer was, riep zij dat er een wolk met regen aankwam. Ik kijk naar wat ik heb, niet naar wat ik mis.
‘En die chronische bronchitis leverde ook voordelen op. Puffers bestonden in die tijd nog niet, ik kreeg Prednison-injecties, dat waren in mijn herinnering heel dikke naalden. Als ik niet huilde, kreeg ik iets voor mijn barbiepop, dus ik had een barbiecollectie van hier tot Tokio.
‘Ik vond het wel jammer dat ik thuisonderwijs kreeg, ik miste andere kinderen. Ik mocht wel meedoen aan de toneelstukken, maar dan was ik de koningin zodat ik op de troon kon zitten en niks hoefde te zeggen. Want zodra ik ging praten moest ik hoesten.’
Het is weleens kantje boord geweest door een longontsteking, vertelde je beste vriendin Wendy. Hoe was je daar mentaal onder?
‘Ja, één keer was het echt kantje boord, daar ben ik erg van geschrokken. Ik was 35, woog 44 kilo en voelde aan mijn lijf dat ik een strijd aan het leveren was die ik ging verliezen. Mijn dochter Judith had op school een vogeltje gemaakt van een wc-rol, dat hing boven mijn bed. Ik was zo ziek dat ik dacht: laat mij maar gaan, ik hoef niet meer. Maar als ik mijn ogen opendeed en dat vogeltje zag, dacht ik: nee, ik moet hier blijven, ik heb mijn kinderen, waar ben ik mee bezig? Dat vogeltje heb ik nog steeds. Het is inmiddels helemaal verbleekt en een soort papier-maché geworden, een viezig ding, maar ik zal het nooit weggooien. Het klinkt dramatisch, maar ik heb het gevoel dat ik toen een tweede kans heb gekregen, en die ga ik niet verpesten. Ik heb toen gekozen voor een betere werk-privébalans, ik ben de enige van mijn vakgroep die werkmails niet op de privételefoon binnenkrijgt. Dat besluit heb ik toen genomen. In mijn weekenden en avonden houd ik echt afstand tot mijn werk.
‘Het gaat nu best goed met mijn longen, maar ik heb nog maar 20 procent longweefsel over. Ik heb alles kapot gehoest. Er hoeft maar iets te gebeuren en ik heb weer een longontsteking. Ik heb standaard antibiotica in mijn nachtkastje liggen. Mijn longarts zegt: ‘Dat jij überhaupt nog op je benen kunt staan, en niet vreselijk moe bent ’s avonds’. Maar dat valt wel mee omdat ik mijn werk en mijn leven echt heel leuk vind. Daardoor waardeer je het leven ook meer. Mijn zusje is twaalfenhalf jaar geleden aan borstkanker overleden en toen ze wist dat ze niet meer beter ging worden, is ze in een jaar tijd 52 weekendjes weg gegaan en op dertig korte vakanties. Dat moet je gewoon al veel eerder doen. Je moet geen bucketlist hebben, je moet het nu doen. Juist daarom maak ik met Jan, de kinderen en vrienden veel leuke uitstapjes.’
Ik kan me voorstellen dat het verlies van je zus groot is als je alles zo samen hebt overleefd.
‘Dat verdriet is het grootste verdriet dat ik heb. Ik mis mijn zusje echt verschrikkelijk, elke dag. Ze zei voordat ze stierf: ‘Als je een wolk ziet met een gouden randje, dan zit ik daarachter en kijk naar je.’
Met geëmotioneerde stem: ‘Ja, daar zit de emotie. Ik hef soms ook mijn glas naar een wolk. Ik weet dat het nergens op slaat, want ze is er gewoon niet meer. Maar ik mis haar zo, het voelt als een amputatie. Ik mis het dat we niet meer samen kunnen lachen om de ‘zware dagen’ van mijn moeder. Mijn moeder werd zes jaar geleden dement, dus die zorg lag toen alleen bij mij. Vooral toen ze beginnend dement was, werd ze erg agressief en was ze vaak onredelijk boos op me. Dat heb je goed geregeld dame, zei ik dan weleens in gedachten tegen mijn zus, nu mag ík dit doen. De enige die wist hoe wij het vroeger echt hebben gehad was mijn zus Katinka, en die ben ik nu kwijt.’
Je dochter vertelde dat jullie alles met elkaar bespreken, en dat ze hoopt dat ze later zo’n warme en lieve moeder zal zijn als jij. Hoe is het je gelukt om een warme haard voor je kinderen te zijn terwijl je zelf in een ijskast bent opgegroeid?
‘Misschien juist wel daardóór. Ik wilde hen zo graag niet laten overkomen wat ik zelf heb gehad. Ik heb het op veel terreinen exact omgekeerd gedaan. Mijn moeder was heel vies. Wij hoefden nooit schone kleren aan, mijn moeder zei letterlijk: ‘Je kunt je onderbroek toch omdraaien?’ Ook haar huis was vies, het stikte er van de muizen. Ik ben supernetjes.’
Je dierbaren zeggen dat je altijd druk bent met anderen helpen, maar dat je jezelf niet makkelijk laat helpen.
‘Dat klopt. Ik ben het natuurlijk niet gewend. Ik leerde mijn huidige man Jan kennen via een blind date die mijn zus had geregeld. Toen we na die avond uit elkaar gingen, zei hij: ‘Kom je over een dag of drie bij me eten, dan ga ik voor je koken.’ Ik wist niet wat me overkwam. Er gaat iemand voor me koken, wat fijn! Toen was de relatie eigenlijk al beklonken, haha. Toen ik mijn dochters vertelde dat ik een nieuwe man had leren kennen, zei Judith meteen: ‘Wat fijn mama, nu gaat er eindelijk iemand voor jou zorgen.’ Inmiddels vormen we al twintig jaar een gelukkig samengesteld gezin, met mijn twee dochters en zijn zoon en dochter uit een eerdere relatie.
‘Ik kan mijn kinderen inderdaad moeilijk voor me laten zorgen, maar bij Jan kan ik het heel goed. Jan zorgt ook echt voor me. Ik ben ’s ochtends vaak net even te laat, en terwijl ik tijdens het tandenpoetsen denk: o shit, het heeft gevroren, ik moet ook nog mijn autoruit krabben, hoor ik hem al buiten staan krabben. Of ik zeg: ik moest zo hard fietsen, volgens mij zijn mijn banden plat, en niet veel later staat hij mijn banden op te pompen. Jan wilde heel graag Kerst en Oud en Nieuw in Australië vieren, maar ik vind het moeilijk om dan bij de kinderen weg te zijn. Uiteindelijk zei ik: als dat voor jou zo belangrijk is, dan doen we dat, dus hij ging die vlucht boeken. Een dag later komt hij met de tickets naar me toe. ‘Huh?’, zei ik, ‘vliegen we toch op 24 december terug?’, zei ik. ‘Ja’, zegt hij, ‘we gaan een dagje eerder terug, want jij moet bij je kuikens zijn hè.’ Nou, dan schiet ik helemaal vol.
‘Het enige waarover we het niet eens zijn, is dat hij vindt dat ik te veel werk en dat het hoog tijd wordt dat ik met pensioen ga. Maar ik ga niet stoppen met werken. Mijn collega zei ooit tegen hem dat als ik op zijn verzoek stop, hij een ongelukkige, depressieve vrouw in huis krijgt. Dat heeft wel geholpen, haha. Ik ga wel minder werken en misschien ooit stoppen, maar nog niet als ik 67 word. Ik wil nog veel te veel doen met die subsidie die we hebben gekregen. Ik heb nog veel te veel missies te volbrengen, en vind mijn werk nog veel te leuk.’
Jan zei: ‘In haar werk is Dorenda ontzettend zelfverzekerd, maar aan de andere kant kan ze ook superonzeker zijn.’ Je kunt enorm twijfelen over of je wel het juiste aanhebt. En toen je na het interview in het AD kritiek kreeg, heb je volgens Jan twee nachten niet kunnen slapen.
‘Dat klopt ja. Ik ben daar twee dagen echt ziek van geweest. Op een gegeven moment heb ik een bericht gepost op LinkedIn met: We hebben allemaal hetzelfde doel, we moeten meer gaan samenwerken, ik wil jullie graag als klankbordgroep. Toen zag ik ineens een draai. Ik kreeg allemaal privéberichtjes van dames dat ze graag wilden meedoen. Uiteindelijk kwamen ze op de dag van de vrouwengezondheid naar me toe, en stelden ze voor om samen op de foto te gaan. Ik werd daar zo blij van. Van iets negatiefs komt dan weer iets positiefs. Zo zit ik nou eenmaal in elkaar.
‘Die onzekerheid over mijn uiterlijk komt trouwens echt van vroeger. Mijn moeder heeft van kinds af aan altijd tegen me gezegd: ‘Jij gaat later nooit trouwen, want je bent te lelijk. Er is geen man die jou wil hebben.’ Ik kan lezingen en webinars geven voor duizenden mensen, daar voel ik me senang bij, maar over mijn uiterlijk ben ik erg onzeker. Als je je leven lang hoort dat je nooit zult trouwen, gaat dat in je zitten. Toen Jan en ik trouwden, zei mijn zus tegen me: ‘Nu ben je lekker zelfs twee keer getrouwd.’
Jan noemde je ‘ADHD’erig’. Als je na een lange werkdag thuiskomt en ziet dat de trap niet helemaal schoon is, pak je meteen de stofzuiger. Ook de OK wilde je altijd zelf schoonmaken, hoelang je dienst ook had geduurd.
‘Ik kan het zelf gewoon beter, haha. Het is voor mij ook een soort van ontspanning. Ik haat ramen lappen, maar ik word er blij van als ze schoon zijn. En dan ben ik ondertussen dingen aan het verwerken. Dat stamt uit de tijd van na de scheiding. De kinderen waren daarna bang om te slapen. En dan moest ik altijd strijken, want ze vielen in slaap als mama om de hoek stond te strijken. Avond aan avond deed ik dat, en dat doe ik nog steeds. Ik strijk elke avond wat, dat is mijn zenmoment.’
Je gaat binnenkort een paar maanden met Jan op reis, je dochter zei: maar dan vindt ze het dus zelfs moeilijk om mij even te vragen of ik de plantjes water wil geven.
‘Omdat de helft dan dood is als ik terugkom, haha. Dus dan kan ik weer nieuwe planten kopen. Maar dan koop ik stiekem dezelfde planten die er net zo uitzien. Want ik wil natuurlijk niet tegen mijn kinderen zeggen dat zij mijn planten om zeep hebben geholpen.’
19 juli 1958 Geboren als Dorenda Karin Edith van Dijken in Amsterdam.
1964-1970 Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind, Amsterdam-Zuid.
1970-1977 Montessori Lyceum Amsterdam.
1977-1988 Studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, daarna arts-assistent.
1988-1994 Opleiding tot gynaecoloog AMC en Medisch Centrum Alkmaar.
1994-heden Gynaecoloog Andreas Ziekenhuis, het latere Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, nu OLVG (West).
Heden Van Dijken is oprichter en voorzitter van de Multidisciplinaire Overgangs Problematiek Poli (MOPP) van het OLVG. Ze doceert, adviseert en schrijft richtlijnen. Met cardioloog Janneke Wittekoek schreef ze in 2020 het boek Hart & hormonen en richtte ze, samen met psychiater Sandra Kooij, het Hoofd-Hart-Hormonen (H3) Netwerk op. Ze is voorzitter Stuurgroep Women’s Health en bestuurslid European Menopause and Andropause Society EMAS.
2023 Benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Dorenda van Dijken woont met Jan Aker in Amsterdam. Ze heeft twee dochters uit een eerdere relatie, en een bonusdochter en -zoon met haar huidige man.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant