Nee, nee, nee, zei Pieter Omtzigt maandenlang over samenwerken met de PVV. Toen werd het ja. Een reconstructie, in zeven delen, van de bocht die met zo veel aarzelingen werd genomen.
Als Pieter Omtzigt op 20 augustus 2023 in de stralende Enschedese zon aankondigt dat hij met zijn eigen partij meedoet aan de verkiezingen, sluit hij de PVV direct nadrukkelijk uit. ‘Voor mij moeten partijen voldoen aan de basisvoorwaarden van rechtsstatelijkheid. Daarom zie ik samenwerking met PVV en FvD niet gebeuren’, zegt hij in dagblad Tubantia.
Op dat moment is de PVV nog de vierde partij in de peilingen en houdt niemand rekening met een eclatante verkiezingszege voor Geert Wilders. Als dat op 22 november toch gebeurt, blijft Omtzigt bij zijn standpunt. Hij schrijft een drie pagina’s tellende brief met kritiekpunten op de PVV aan verkenner Ronald Plasterk: ‘De NSC-fractie ziet op dit moment geen basis om onderhandelingen te starten met de PVV over een meerderheidsregering of een minderheidsregering. (...) Het verkiezingsprogramma van de PVV is op een aantal punten duidelijk in strijd met de Grondwet. Hier trekken wij echt een harde grens.’
Over de auteur
Natalie Righton is politiek verslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft sinds 2013 over de Nederlandse politiek. Daarvoor was zij correspondent in Afghanistan. Righton won meerdere journalistieke prijzen.
Zelfs als hij meer duidelijkheid krijgt van Wilders over wat hij bedoelt met het ‘in de ijskast zetten’ van een groot deel van het verkiezingsprogramma, weet Omtzigt niet of hij Wilders kan vertrouwen, schrijft hij: ‘Hoe zeker kunnen we ervan zijn dat Kamerleden en eventuele bewindspersonen zich in hun uitingen en bij stemmingen zullen houden aan de (Grond)wet, mede gelet op de uitspraak dat deze standpunten ‘in het dna’ van de partij zitten?’
De afkeer is overigens geheel wederzijds. ‘Een katholieke gluiperd’, noemt Wilders Omtzigt op X.
Het is Wilders die de eerste stap zet om Omtzigt alsnog te paaien. Zonder de twintig zetels van NSC kan de PVV-leider fluiten naar zijn kabinet. Er komt een geheim een-op-eengesprek. De term katholieke gluiperd blijft voortaan achterwege, belooft Wilders. Daarna doet de PVV-leider publiekelijk allerlei rechtsstatelijke beloftes. ‘Wij gaan ons 100 procent richten naar de Grondwet en de rechtsstaat’, zegt Wilders bijvoorbeeld op 13 december tijdens een Kamerdebat over de verkiezingsuitslag.
De NSC-leider hapt ter plekke toe, al snapt de buitenwereld dan nog niet precies waarom. Omtzigt stelt tot zijn genoegen vast dat hij Wilders ‘meerdere malen’ tijdens het debat heeft horen verklaren dat ‘voorstellen die tegen de Grondwet indruisen zullen worden ingetrokken’. Voor de camera’s benadrukt Omtzigt echter dat hij pas met Wilders wil onderhandelen als hij er zeker van is dat de PVV de rechtsstaat ‘in woord en daad’ respecteert.
Informateur Plasterk probeert de impasse te doorbreken. Uit zijn gespreksronde met alle partijleiders blijkt dat een meerderheid wil dat PVV, VVD, NSC en BBB gaan onderzoeken of een gezamenlijk landsbestuur mogelijk is. Hij wil Omtzigt en Wilders dus per se aan tafel krijgen. Hij stelt voor een paar weken ‘rechtsstatelijke gesprekken’ te voeren om te kijken of het onderlinge ‘vertrouwen kan groeien’.
Intussen staat Omtzigt voor een dilemma: hij wil eigenlijk niet met Wilders, maar vindt tegelijkertijd dat de verkiezingsuitslag en zijn achterban hem verplichten de mogelijkheid in elk geval te onderzoeken.
Achter de schermen houdt de NSC-top er dan nog totaal geen rekening mee dat er een regering met Wilders in de maak is, blijkt uit gesprekken tussen verschillende partijprominenten en de Volkskrant.
‘Nee joh!’, zegt een van hen licht geïrriteerd als de Volkskrant op 16 december vraagt of we getuige zijn van de geboorte van de rechtse coalitie. Op de vraag waarom dan niet nu al de stekker uit de samenwerking met de PVV wordt getrokken: ‘Dan krijgen wij de zwarte piet.’ Volgens NSC moeten kiezers eerst snappen waarom het niet lukt. ‘Je moet duidelijk kunnen aantonen waarom je niet met Wilders in zee kan. Dat kost tijd.’
Direct na het kerstreces begint Wilders met zijn charmeoffensief. Met veel bombarie trekt hij officieel enkele omstreden wetsvoorstellen in, zoals zijn plan om moskeeën en de Koran te verbieden.
In het kamp-Omtzigt wordt instemmend gereageerd, maar ook ditmaal klinkt achter de schermen een temperend geluid. In de NSC-top verwonderen ze zich erover dat Wilders kennelijk járen nodig had om in te zien dat zijn voorstellen strijdig zijn met de rechtsstaat.
NSC wil meer zekerheid. Twee dagen later, op 10 januari, stellen de vier partijleiders een rechtsstaatverklaring op: ‘De vier partijen PVV, VVD, NSC en BBB bevestigen dat ze zich in hun plannen en activiteiten zullen bewegen binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat.’
Maar hieruit mag zeker niet worden geconcludeerd dat NSC van plan is om met de PVV te regeren, laat Omtzigt nadrukkelijk opnemen in Plasterks verslag. ‘Gelet op uitspraken in het verleden en standpunten in het verkiezingsprogramma is en blijft de rechtsstatelijke afstand te groot. NSC wil daarom ‘in principe geen ministers leveren’.’
Wel valt er volgens de NSC-leider nog te praten over een wat exotischere samenwerkingsvorm, een ‘extraparlementair kabinet’. De vier partijen tekenen weliswaar een hoofdlijnenakkoord met elkaar, maar het kabinet gaat volgens de NSC-fractie los van de Kamer opereren. De afstand tussen Omtzigt en een PVV-kabinet moet zo groot mogelijk zijn.
Dat blijkt niet eenvoudig. Er is onenigheid over de taakverdeling, is achter de schermen bij NSC te horen. Zo denken ‘Mona, Ronald en Geert allemaal dat ze premier kunnen worden’, zegt een NSC-prominent op 19 januari. Binnen NSC is dan al duidelijk dat een kabinet met Wilders als premier uitgesloten is.
Op dinsdag 6 februari barst de bom. Het viertal zit op de werkkamer van VVD-leider Dilan Yesilgöz op het ministerie van Justitie als Omtzigt ineens mededeelt dat hij ‘moe is’ en ‘wil nadenken’. Zonder uitleg vertrekt hij vervolgens met Plasterks dienstauto naar een Haags hotel, waar hij journalisten meldt dat er cruciale financiële documenten voor hem zouden zijn achtergehouden. Omtzigt zou er nu pas zijn achtergekomen dat de schatkist er zó slecht voor staat dat allerlei verkiezingsbeloftes niet waargemaakt kunnen worden. Hij is zo boos dat hij de onderhandelingen over een nieuw kabinet ‘in deze fase als afgerond’ beschouwt.
Er ontstaat direct verwarring. Bedoelt de NSC-leider dat hij de stekker er definitief uit trekt? Omtzigt ontkent dat aanvankelijk ten stelligste. Maar ondertussen hebben de NOS en het AD zijn woorden al zo geïnterpreteerd.
De NSC-leider probeert zich te ontworstelen aan het frame van ‘de wegloper’ en poogt zichzelf juist neer te zetten als slachtoffer die cruciale documenten niet heeft gekregen. Dat mislukt. Enkele dagen later meldt demissionair minister Steven van Weyenberg van Financiën dat er helemaal geen grote verrassingen staan in de financiële stukken. Omtzigt krijgt alsnog de schuld van het vastlopen van de formatie – precies waar hij zo bang voor was.
De NSC-leider reageert zeer emotioneel. Een dag na zijn wegloopactie, op 7 februari om 18.50 uur, belt hij uit zichzelf met de Volkskrant, zoals in die periode vaker gebeurt. Sommige gesprekken zijn op achtergrondbasis, andere on the record.
Dit keer lucht hij zijn hart. ‘Ik ben publiek bezit geworden. Als ik naar de wc toe loop, staat er een camera. Als ik naar de formatiegesprekken toe loop, is er weer een camera. En in de trein wil er ook altijd iemand met mij praten. Ik trek dit niet meer.’
Het is volgens hem oneerlijk dat er juist in deze hectische tijd kritische mediaberichten over hem verschijnen: ‘En als je dan een klein foutje maakt, zoals een appje sturen naar Ronald (informateur Plasterk, red.) in plaats van een brief, dan gaan ze allemaal op me inhakken. Natuurlijk was het beter geweest als ik een brief had geschreven, maar kom op. Er zijn weekenden dat ik explodeer. Zo uitgeput ben ik.’
Hij wijst, nogmaals, op de grote rechtsstatelijke verschillen tussen zijn partij en de PVV. ‘Ik krijg appjes van mensen of ik de rechtsstaat wil redden’, zegt Omtzigt. Zelf is hij ook bezorgd: ‘Wilders wil verplichte minimumstraffen invoeren! Dat kan gewoon niet! Op het blokkeren van een weg staat bijvoorbeeld vijf jaar cel. Moeten dan al die boeren en activisten van Extinction Rebellion vijf jaar de cel in? Daarmee moet ik dealen. Het is totaal debiel. Wat wil je nou, Geert?’
Het is Omtzigt ‘onder de huid gaan zitten’, vertelt hij. ’Dit alles gebeurt tegelijkertijd met (de berichten over het aan de laars lappen van de rechtsstaat door de Hongaarse premier, red.) Orbán. En wie wordt er nu als onfatsoenlijk weggezet in de pers? Ik. Dit is niet meer te trekken.’
Omtzigt zegt vervolgens geëmotioneerd dat hij hoopt dat de onderhandelingen met de PVV mislukken. ‘Ik hoop dat anderen gaan onderhandelen, zodat ik niet meer hoef. Hoe denk je dat mijn inbox er nu uitziet?’
Hierna beëindigt hij het telefoongesprek. Exact een week later besluit hij zijn wegloopactie publiekelijk anders uit te leggen dan hij aanvankelijk deed. Tijdens een debat over de geklapte formatie, op 14 februari, noemt hij de financiële documenten nog wel als reden, maar benadrukt hij dat ook de rechtsstatelijke zorgen nog lang niet zijn verdwenen.
‘We erkennen dat de heer Wilders een serieuze beweging heeft gemaakt’, zegt Omtzigt over de eerder opgestelde rechtsstaatverklaring. ‘Toch vindt onze fractie de rechtsstatelijke afstand tot de PVV nog te groot. Dat komt door de standpunten in het PVV-verkiezingsprogramma, maar ook door de uitlatingen in het verleden die niet worden genuanceerd of teruggenomen.’ Hij refereert onder meer aan Wilders’ uitspraak dat journalisten ‘tuig van de richel’ zouden zijn.
Wat hij dan wel wil? In het Kamerdebat komt hij daar niet uit. Ondertussen ligt de oplossing voor de hand, vertellen zijn vrienden in de NSC-top. ‘Als Pieter zijn hart laat spreken, is het antwoord simpel: hij wil in de oppositie.’
Luistert hij naar zijn verstand, en dat stemmetje wordt vaak vertolkt door zijn vertrouweling Eddy van Hijum, dan wil hij bestuursverantwoordelijkheid nemen. Omdat zijn partij met twintig zetels in het midden een sleutelpositie heeft, vreest hij het verwijt dat uitgerekend hij het land onbestuurbaar maakt.
Dit stemmetje wint. Dat besluit is niet vast te pinnen op één moment, maar op een proces dat zich voltrekt tussen half februari en half maart. Wat mogelijk meespeelt is dat het de andere onderhandelaars niet is ontgaan dat Omtzigt soms last heeft van emotionele uitbarstingen en dat zij daarover – anoniem – klagen in de pers. De Telegraaf zet de NSC-leider op 1 maart neer als iemand die regelmatig huilend wegloopt van de onderhandelingstafel. Het valt niet vast te stellen of deze publicatie invloed heeft op Omtzigt, maar zeker is dat de NSC-leider zich snel daarna herpakt en vanaf begin maart aan de formerende partijen vooral zijn rationele kant laat zien.
Op 12 maart volgt het geitenpaadje uit de formatie-impasse: Omtzigt wil meepraten over een kabinet met de PVV om het land bestuurbaar te houden, maar enkel in een extraparlementaire variant, maakt informateur Kim Putters bekend. Ook aan Omtzigts andere eisen is tegemoetgekomen. Zo brengt Wilders een groot offer: hij is bereid het premierschap op te geven. ‘Besef je niet hoe groot dit is?’, jubelt Omtzigt achter de schermen tegenover journalisten.
Een beloofd interview met de Volkskrant, waarin hij zijn bezwaren zou uiteenzetten, houdt hij ondertussen af. ‘Hou op, je weet dat ik hier zenuwachtig van word!’, zegt Omtzigt als zijn woordvoerder eind april voor de zoveelste maal bij hem informeert.
Omtzigt duwt vanaf dan zijn principiële bezwaren opzij. In vrijwel elk interview met andere media herhaalt hij dat NSC voldoende garanties van Wilders heeft om met hem in zee te gaan. Hij verwijst dan naar de rechtsstaatverklaring van 10 januari. Dat gebeurt ook als Wilders begin juni ministers presenteert die in het verleden, direct of indirect, de omstreden omvolkingstheorie verspreidden die ook populair was in nazi-Duitsland.
Zo voert Omtzigt de rechtsstaatverklaring, die hij eerder nog zo lek als een mandje verklaarde, op als zijn vangnet. Zijn achterban reageert: een groot deel zou nu niet meer op hem stemmen, blijkt op 22 juni uit onderzoek van Ipsos I&O.
Ook Omtzigts andere vangnet voor de rechtsstaat – vooral experts van buiten in het kabinet – wordt niet meer door al zijn kiezers als geloofwaardig gezien. De beoogde PVV-ministers hebben vrijwel allemaal nauwe banden met Wilders en staan zodoende helemaal niet op afstand van de PVV-leider.
Omtzigt zal dit te allen tijde bestrijden. In zijn ogen is de afstand tussen het kabinet en de fracties nog steeds levensgroot en zijn alle stappen om de rechtsstaat te beschermen juist doorlopen. Voor zijn gevoel kan hij eindelijk doen wat hij het liefst doet: het kabinet controleren vanuit de Kamer. Een kabinet dat in zijn ogen dus volledig losstaat van Geert Wilders.
En van Pieter Omtzigt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant