Iemand van in de tachtig kan heus nog president zijn, ook als hij soms struikelt. Maar vooral taalproblemen geven toch wel te denken: kan deze persoon nog wel cognitief op topniveau functioneren?
Een zin beginnen en hem niet afmaken. Niet op het juiste woord kunnen komen. Draaien met de ogen. Het verkeerde woord zeggen: ‘We hebben Medicare verslagen’, in plaats van ‘covid’. Het zijn opvallende uitglijers, tijdens het debat tussen Donald Trump en Joe Biden van donderdag, die vragen oproepen over de mentale capaciteiten van de zittende president.
Vooropgesteld: je zou Biden (81) aan ‘een batterij tests’ – en hetzelfde geldt voor de slechts drie jaar jongere Trump (78) – moeten onderwerpen om te weten of hij nog goed functioneert, beklemtoont Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie aan het Radboudumc. Over Biden zelf wil hij dan ook nadrukkelijk niets zeggen, net als andere sprekers in dit stuk. ‘In algemene zin zegt iemands leeftijd weinig. Veel belangrijker is hoe iemand veroudert.’
Maar ‘als de taal minder wordt, gaat dat vaak wel gepaard met verdere cognitieve problemen’, weet Olde Rikkert. Naarmate mensen ouder worden, neemt hun mentale en fysieke reservecapaciteit af. ‘En stressvolle situaties en emoties beperken die reservecapaciteit ook. Dat kan ertoe leiden dat je wat minder goed gaat presteren.’ Ook de spraak kan dan gaan haperen, als een auto met een bijna lege tank die begint te sputteren.
Als we ouder worden, wordt bovendien de ‘fluïde intelligentie’ minder, de soepelheid om goed te reageren op nieuwe situaties en problemen, legt Olde Rikkert uit. Dat zegt echter niets over wat hij de ‘gekristalliseerde intelligentie’ noemt, de intelligentie die te maken heeft met ervaring en opgedane kennis.
Ouderdom komt met gebreken, ‘maar de wijsheid komt met de jaren’, zegt ook klinisch geriater Arend Arends. Dat spreekt ook uit een nogal eens aangehaald onderzoek onder Amerikaanse hobbypiloten van boven de 70. Bejaarde piloten bleken weliswaar trager te reageren en beduidend slechter te communiceren via de radio, maar in de vliegsimulator presteerden ze beter dan jongere vliegeniers, vanwege hun ervaring, inzicht en inschattingsvermogen.
De door Bidens tegenstanders uitvergrote struikelpartijen van de president zijn overigens van minder betekenis. ‘Bij het ouder worden kom je makkelijker ten val, omdat de spierkracht afneemt, je minder diepte en contrast ziet, de balans afneemt en het reactievermogen vertraagt’, zegt hoogleraar valpreventie Nathalie van der Velde (Amsterdam UMC). ‘Daardoor compenseer je minder makkelijk’ als je struikelt.
Bovendien gaan oudere mensen vaak wat gebogen lopen, waardoor hun zwaartepunt verplaatst, zegt Arends: ook daardoor ligt een valpartij eerder op de loer.
Wel is het zinvol, zegt Van der Velde, om bij opeens of vaker struikelen nader onderzoek te doen. ‘Vallen kán een symptoom zijn van iets onderliggends. Dat kan van alles zijn: slijtage van de gewrichten, hart-vaatproblemen, bijwerkingen van medicijnen die iemand gebruikt.’
Hardnekkig zijn de geruchten dat de stramme loop van de president zou duiden op Parkinson. Maar een openbaar gemaakt medisch onderzoek vond daarvoor vier maanden geleden in elk geval geen bewijs.
Speculaties over de mentale gezondheid van de 81-jarige zijn er volop, zeker sinds Biden in een officieel onderzoek naar zijn omgang met vertrouwelijke documenten in februari werd omschreven als een ‘vriendelijke, goedbedoelende man op leeftijd met een slecht geheugen’. Een kwalificatie die Biden zelf met Amerikaanse bravoure afschudde: ‘Mijn geheugen is prima. Ik ben goedbedoelend. En ik ben op leeftijd. Maar I know what the hell I’m doing.’
Uit de geopenbaarde medische uitslagen blijkt dat Biden statines gebruikt tegen hoog cholesterol, hartmedicijnen tegen onregelmatige hartslag én een apparaat tegen slaapapneu – allemaal vrij normale middelen en hulpmiddelen, voor oudere mensen. Behalve zijn leeftijd heeft hij veel factoren mee voor een goede gezondheid zonder dementie: hij rookt niet, drinkt niet, is wit en hoogopgeleid, heeft een druk sociaal leven, een betekenisvolle baan en beweegt veel.
Daar staat tegenover dat het risico op dementie boven de 65 ruwweg verdubbelt per vijf jaar: het is ongeveer 10 procent bij 80- tot 85-jarigen en 20 procent bij 85- tot 90-jarigen. ‘Het is niet iedereen gegeven’ om als tachtiger nog een topfunctie te bekleden, zegt Arends. Maar dat is nog wat anders dan: doe maar niet. ‘Uiteindelijk is het aan de Amerikaanse kiezer om te bepalen of ze hem geschikt vinden voor dit ambt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant