Home

De overgang is nauwelijks nog een taboe, maar krijgen vrouwen nu wel de zorg die ze verdienen?

Sommigen belanden bijna ongemerkt in de overgang, anderen ervaren een startschot. Onder de laatsten is redacteur Esma Linnemann. Er is veel aandacht voor de menopauze, ziet ze, maar is dat al te merken op de werkvloer en in de spreekkamer van de huisarts?

Het begon allemaal tien minuten voordat ik een podcast moest presenteren. Het onderwerp was ingewikkeld: ik zou een gesprek hebben met de Midden-Oosten-correspondent van de Volkskrant over aanvallen van Houthi-rebellen op vrachtschepen in de Rode Zee. Ik was al de hele ochtend zenuwachtig.

Toen ik naar de opnameruimte wilde lopen, voelde ik opeens een intense kramp in mijn onderbuik, ik voelde iets vloeien. Op de wc werd ik geconfronteerd met bloed. Hoe kon dit? Ik was net ongesteld geweest. Vanuit het niets kwam er ook een allesoverstemmende onzekerheid over me heen. Alsof met dat bloed ook mijn zelfvertrouwen wegvloeide, mijn lijf uit, het riool in. Ik voelde tranen prikken, mijn handen trilden. Was ik mijn verstand aan het verliezen? Wat was er met me aan de hand?

Collega’s hebben niets aan me gemerkt: de correspondent loodste me met verve door de opname heen, ik heb daarna tot vijf uur achter mijn computer zitten ‘werken’. Maar op die januaridag, nu een half jaar geleden, werd het startschot gelost van een nieuwe fase in mijn leven. Mijn ongesteldheden zijn sindsdien heviger en onregelmatiger, ik word ’s nachts soms badend in het zweet wakker, ik heb spierpijn, en mijn stemming springt steeds vaker venijnig heen en weer: dan ben ik weer hyper, dan weer down en zenuwachtig, alsof er elk moment iets heel ergs gaat gebeuren. Ik ben aanbeland in de overgang, of technisch gezien: in de perimenopauze, de hormonale achtbaan rondom de allerlaatste ongesteldheid.

Staat van ontkenning

Niet dat ik dat lot meteen wilde aanvaarden. Een paar weken eerder had ik nog geïrriteerd gereageerd toen een vriend vroeg of ik al last had van overgangsklachten, zijn eigen vriendin worstelde ermee. Ik had me beledigd gevoeld. Hoe kwam hij dáár nou bij? De overgang was iets voor oudere vrouwen. En ik was nog niet oud.

Nu verbaas ik me over mijn eigen staat van ontkenning. Want precies rond de leeftijd die ik nu heb (46), kreeg mijn moeder last van onregelmatige, zware bloedingen, van ernstige vermoeidheid. Ik kan me nog levendig herinneren hoe ze vloekend en tierend kon thuiskomen na een dag lesgeven op haar mbo-school in een andere stad, omdat ze in de tram naar huis tot aan haar broekspijpen was doorgelekt. In die periode vlamde bij haar ook een auto-immuunziekte op en was ze futloos door bloedarmoede. Wat ik ook nog weet is hoe ze geregeld na het avondeten al naar bed ging. Zo hield ze het vol in een levensfase waarvan niemand iets begreep: haar werkgever niet, en ook haar echtgenoot en dochters niet.

De timing van de menopauze van je moeder is de beste voorspeller van je eigen overgang, dat wist ik al jaren. En toch: ontken, ontken. Ik was daar nog niet. En misschien had ik ergens de ijdele hoop dat ik er ook nooit zou komen, dat ik de wonderlijke uitzondering zou vormen, de Benjamin Button van de overgang.

In een veelbesproken uitzending uit 2012 van Pauw & Witteman bekende Linda de Mol dat ze geen aandacht aan de menopauze wilde besteden in haar glossy. ‘Ik vind het een heel onsexy onderwerp, ik heb voor mezelf besloten dat ik het er helemaal niet over ga hebben’, zei ze gedecideerd. Die uitspraken stuitten op kritiek. Maar in alle eerlijkheid: ik dacht er jarenlang hetzelfde over. Ik moest bij het woord ‘overgang’ denken aan een sketch van komiek Amy Schumer, waarin ze al wandelend in een park stuit op actrices van middelbare leeftijd Patricia Arquette, Tina Fey en Julia Louis-Dreyfus, die aan een picknicktafel deemoedig de ‘last fuckable day’ vieren van een van hen. Die dag, zo leggen ze uit, is de laatste dag waarop actrices nog als sexy of aantrekkelijk worden beschouwd, daarna krijgen ze alleen nog rollen als moeders of oma’s of overgrootoma’s toebedeeld. Het kan enorm snel gaan, stellen de vrouwen: denk maar aan actrice Sally Field, die in Punchline (1988) nog de romantische tegenspeler van Tom Hanks is, en in Forrest Gump (1994) alweer zijn moeder.

Niet alleen Hollywoodactrices verliezen in de ogen van een wrede omgeving plotsklaps hun aantrekkingskracht. Overal ter wereld worden oudere vrouwen als minder aantrekkelijk, minder leuk, minder grappig en minder relevant gezien en rapporteren ze hoe ze van de ene op de andere dag onzichtbaar worden, alsof ze door een luik van vergetelheid zijn gevallen. Ik verzette me tegen dit soort vrouwonvriendelijke leeftijdsdiscriminatie, maar tegelijkertijd zag ik in de overgang het fysieke bewijs dat mijn eigen fuckable dagen waren geteld.

De biologieles

De biologieles waarvoor ik al die tijd op de vlucht was, luidt als volgt: op middelbare leeftijd raakt de eicelvoorraad op. Je eierstokken produceren daardoor steeds minder vrouwelijke hormonen (oestrogeen en progesteron). Die verstoorde hormoonbalans heeft een vrij verwoestende invloed: door de vermindering van oestrogeen worden alle vrouwen in de overgang vatbaarder voor hart- en vaatziekten en voor osteoporose (botontkalking). Bij de overgang hoort een ontmoedigend lange lijst aan klachten, die niemand wil horen: opvliegers en nachtzweten (een neurologische verstoring van de innerlijke thermostaat), terugkerende blaasontsteking en incontinentie en een droge, pijnlijke vagina (de blaas- en vaginawand worden dunner), droge ogen, droge huid, verzuurde spieren, gewichtstoename, stemmingswisselingen, geheugenverlies, verlaagd libido, verdund haar, ‘restless legs’-syndroom, oorsuizen en het meest bizarre symptoom: scherpe maar korte stroomstoten door je hele lichaam.

Vrouwen zijn gemiddeld 51 jaar als ze in de menopauze komen, dat is het moment dat je een jaar niet meer hebt gemenstrueerd. De duur van de hele overgang (perimenopauze, menopauze en postmenopauze samen) is gemiddeld zo’n zeven jaar, maar er zijn grote verschillen. Sommige vrouwen rapporteren al overgangsklachten als ze eind dertig zijn. Uit Amerikaanse publicaties blijkt dat de overgang voor vrouwen van kleur langer duurt en klachten ernstiger zijn. Ook vrouwen uit lagere sociaaleconomische klassen of vrouwen met jeugdtrauma’s (misbruik, huiselijk geweld) hebben vaak meer last van de overgang. Verschillen in leefstijl en leefomgeving, blootstelling aan financiële problemen en systemisch racisme, aan seksueel geweld: al deze factoren kunnen ertoe leiden dat de ene vrouw een superflasher is – met tientallen opvliegers per dag – terwijl de andere vrouw helemaal geen klachten heeft.

Die laatste groep is niet onbeduidend: 20 procent van alle vrouwen zeilt zo door de overgang heen. Maar of je nou wel of geen klachten hebt: door de vermindering van oestrogeen worden alle vrouwen in de overgang vatbaarder voor hart- en vaatziekten en voor osteoporose.

Het advies is om op middelbare leeftijd je leefstijl aan te passen: meer krachttraining om het enorme spierverlies tijdens de overgang op te vangen, zo min mogelijk alcohol drinken, gezonder eten (het mediterrane dieet wordt vaak aangeraden). Daarnaast is er een effectieve behandeling voor overgangsklachten: hormoontherapie, in de vorm van oestrogeenpleisters of -spray, aangevuld met progesterontabletten of het spiraaltje. De wereldwijde consensus is dat deze hormoontherapie veilig en effectief is, mits op het juiste moment ingezet en niet later dan tien jaar na je laatste ongesteldheid. Toch krijgt in Nederland slechts een fractie hormonen voorgeschreven. Zo’n 5 procent van de vrouwen met ernstige klachten, blijkt uit cijfers uit 2019.

Scharnierpunt in de geschiedenis

De naar schatting miljard vrouwen die momenteel wereldwijd door de overgang gaan, begeven zich op een scharnierpunt in de geschiedenis. Want nooit eerder was er zoveel aandacht voor de menopauze als nu. ‘Menopauze gaat eindelijk mainstream’, kopte Time in januari dit jaar. Het Amerikaanse opinieblad constateert dat steeds meer bedrijven zogenoemde menopause benefits aanbieden: ondersteunende regelingen voor vrouwen in de overgang. Farmaceutische bedrijven als Astellas en Bayer pompen grote sommen geld in de ontwikkeling van doeltreffende menopauzemedicijnen, zoals Veoza, het gloednieuwe middel tegen opvliegers. Maar, stelt Time: vrouwen krijgen tegelijkertijd nog lang niet de medische zorg die ze verdienen.

Die zorg heeft een seksistische geschiedenis en wordt beschreven in recente boeken als The Menopause Manifesto (2022) van de Amerikaanse gynaecoloog Jen Gunter en The New Menopause (2024) van gynaecoloog en Instagrambekendheid Mary Claire Haver. Zo schreven artsen vanaf de Tweede Wereldoorlog steeds vaker oestrogeen voor, zonder deugdelijk onderzoek naar de risico’s te doen. Dat leidde tot een toename aan baarmoederkanker. Sinds de jaren zeventig wordt oestrogeen aangevuld met progesteron om woekerend baarmoederslijmvlies tegen te gaan. Hormoonbehandelingen werden vaak voorgeschreven met als belofte vrouwen weer sexy en gemoedelijk te maken. Zo schrijft gynaecoloog Robert Wilson in zijn bestseller Feminine Forever (1966) dat een vrouw in de overgang feitelijk ‘een castraat’ is, maar als ze oestrogeen slikt ‘zullen haar borsten en andere voortplantingsorganen niet verschrompelen, wordt ze veel plezieriger om mee te leven, en zal ze niet saai en onaantrekkelijk worden’. Het populaire medicijn Premarin (oestrogeen uit paardenurine) richtte haar marketing op de echtgenoten, met teksten als: ‘Het is niet gemakkelijk voor een man om de steken en pijlen van het zakenleven te verdragen en dan thuis te komen bij de onrust van een vrouw die door de overgang gaat.’

Volgens prominente stemmen speelt seksisme nog steeds een rol. New York Times-journalist Susan Dominus constateerde vorig jaar in een lijvig onderzoeksstuk dat vrouwen op grote schaal zijn misleid over de menopauze en dat artsen te terughoudend zijn in het bespreken en voorschrijven van medicijnen. Het stuk sloeg in als een bom, overal in de VS werden artsen daarna overstelpt met vragen over hormoonsuppletie.

WHI-studie

Als grootste boosdoener wijst Dominus naar een grootschalige studie uit 2002, het zogenoemde Women’s Health Initiative (WHI). Aan deze studie, een gerandomiseerd onderzoek met controlegroep, deden 27 duizend vrouwen mee. Het doel was om hen langdurig te volgen en zo duidelijkheid te krijgen over de gezondheidsvoordelen en de risico’s van hormoonsuppletie. Maar de studie werd voortijdig gestaakt, omdat vrouwen in de experimentele groep een verhoogd risico bleken te hebben op borstkanker en trombose. ‘Oestrogeen verhoogt de kans op borstkanker’, kopten kranten over de hele wereld, hormonen gingen daarna in de ban.

Maar de conclusies van de WHI-studie bleken veel te stellig. Zo was er inderdaad een toegenomen risico op borstkanker van 26 procent, maar ook met die toename ging het in absolute getallen nog steeds om een klein risico: even groot als het toegenomen risico op borstkanker wanneer een vrouw 5 kilo aankomt, of twee glazen wijn per dag drinkt. Het onderzoek zat daarnaast vol weeffouten. Zo was de gemiddelde leeftijd van de deelnemers 63, veel ouder dan de vrouwen die in de menopauze raken. Vrouwen die rookten waren niet uitgesloten van de groep, vrouwen met overgangsklachten juist wel.

De conclusies van de WHI-studie zijn sindsdien in honderden studies onderuitgehaald. Bovendien zijn hormoonbehandelingen sterk verbeterd: een nieuwe generatie zogenoemde bio-identieke hormonen kunnen juist bepaalde risico’s verkleinen. Maar deze informatie heeft nooit het grote publiek bereikt. Vrouwen krijgen sindsdien veelal te horen dat hun klachten ‘natuurlijk’ zijn en er nou eenmaal bij horen. ‘Stel je voor’, schrijft Dominus , ‘dat een aanzienlijk deel van de mannelijke bevolking regelmatig midden in de nacht drenkend in het zweet wakker zou worden. Stel je voor dat velen van hen plotseling zouden ontdekken dat seks pijnlijk was, dat ze extra vatbaar werden voor urineweginfecties, dat hun penissen droog en geïrriteerd waren. En stel je dan voor dat veel van hun artsen, wanneer het onderwerp ter sprake kwam, hun patiënten gerust zouden stellen door te zeggen dat dit proces natuurlijk was, alsof dat genoeg troost zou bieden.’

In het Verenigd Koninkrijk vlamde een vergelijkbare discussie op nadat televisiezender Channel 4 de documentaire Sex, myths and the menopause had uitgezonden. In die documentaire uit 2021 stelt presentatrice Davina McCall eveneens dat vrouwen niet de medische zorg krijgen die ze verdienen. Na deze documentaire steeg de vraag naar hormoonbehandelingen met 30 procent, zo becijferde een Britse farmaceut, en begon de Britse regering een gezondheidsprogramma om hormoonbehandelingen goedkoper en laagdrempeliger te maken.

Hoezo taboe?

Ook in Nederland is de menopauze niet weg te denken uit het discours, met boeken, documentaires en podcasts, vaak van bekende Nederlandse vrouwen die zelf door de menopauze heen gaan, en nu het taboe willen doorbreken. De aandacht is soms zo overweldigend, dat ik met name jongere vriendinnen en collega’s hoor verzuchten: hoezo taboe? Het gaat nergens anders meer over! Ook sommige oudere vrouwen in mijn omgeving vinden al dat geschrijf en gepraat over de overgang maar overdreven. Maar ik vraag me af: leidt al die aandacht ook echt tot verandering op de werkvloer en in de spreekkamer van de huisarts?

Op mijn eigen werk tast ik in het duister over mijn rechten en plichten. Ik bespreek mijn misère met een zeer begripvolle leidinggevende, maar vraag me daarna af: moet ik ook praten met een bedrijfsarts? Mag ik me ziek melden als ik een nacht niet heb geslapen, of duizelig ben door het bloedverlies? Of is het net als bij je menstruatie: pijnstillers nemen en doorgaan? Hoe moet ik omgaan met die genante staat van onzekerheid en paniek, waardoor ik soms last heb van ernstige writer’s block?

Als ik op consult ga bij de huisarts, vertelt zij me dat ik nog geen klachten kán hebben: ‘Zolang je nog bloedt doet alles het nog gewoon.’ Deze (waarnemend) huisarts lijkt weinig kennis te hebben van de menopauze, ze pakt er om onduidelijke redenen ook nog eens haar eendenbek erbij, want ze wil ‘even kijken’.

De gynaecoloog die ik daarna bezoek, is juist weer een wandelende overgangsencyclopedie. Hij schrijft vrouwen in de perimenopauze de Mirena-spiraal en oestrogeensuppletie voor. ‘Ik vind het ongelooflijk oneerlijk’, zegt hij vol medeleven, ‘dat vrouwen van jouw leeftijd, die willen knallen in hun werk, gehinderd worden door dit soort klachten.’

Burn-outs

Worden vrouwencarrières geknakt door oestrogeentekort? Eind december vorig jaar publiceerde vakbond CNV een alarmerend onderzoek, waaruit bleek dat 17 procent van de vrouwen met overgangsklachten in een burn-out terechtkomt, omdat hun klachten niet worden begrepen. In datzelfde onderzoek stelt de vakbond dat bedrijven zelden beleid hebben opgesteld om vrouwen met klachten te ondersteunen. ‘De overgang heeft een enorme impact op de arbeidsparticipatie van vrouwen, met name in kraptesectoren als zorg en onderwijs’, vertelt bestuurder Daniëlle Woestenberg aan de telefoon. ‘Vrouwen gaan nu vaak minder werken, om zo te kunnen omgaan met opvliegers en slapeloze nachten. Ze teren zo zelf in op hun pensioen en loonontwikkeling, en wij missen collectief waardevolle krachten.’

Ook gynaecoloog Marije Geukes, werkzaam in Ziekenhuisgroep Twente, constateert in haar kersverse promotie-onderzoek dat bedrijven en bedrijfsartsen te weinig doen om vrouwen op de werkvloer te helpen. ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat overgangsklachten een grote impact hebben op het werkvermogen dat vrouwen ervaren. Meer dan 75 procent van de vrouwen met klachten loopt daarbij risico op ziekteverzuim. De arbeidsartsen die ik interviewde stelden zelden de diagnose overgang, ze gaven aan dat ze de klachten niet goed konden herkennen.’

Hoe zit het met de medische zorg? Nederlandse vrouwen zijn lange tijd onderbehandeld geweest, stelt Bart Fauser, emeritus hoogleraar voortplantingsgeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. ‘Collega’s hadden een enorme antihouding. Hormonen, daar krijg je kanker van, werd gezegd. Huisartsen weigerden om vrouwen te verwijzen naar een gynaecoloog, en apothekers wilden geen recepten meer afleveren. En toen in 2002 die WHI-studie uitkwam, zeiden ze: ‘Zie je nou wel, dat dachten we al die tijd al.’’ Fauser was een van de weinige artsen die wel hormonen voorschreef. ‘Ik kreeg wanhopige vrouwen uit het hele land in mijn spreekkamer, die nergens anders terechtkonden. Ze omhelsden me soms, en bedankten mij ook namens hun echtgenoot.’

De WHI-studie heeft ook in Nederland het imago van hormoonbehandelingen blijvend aangetast. Fauser: ‘Door een onterechte angst voor hormonen krijgen Nederlandse vrouwen in de overgang nog steeds niet de juiste zorg. En dat terwijl hormonen niet alleen kunnen helpen tegen overgangsklachten, maar vrouwen potentieel ook op de lange termijn gezonder houden. Vrouwen leven steeds langer na de overgang en dus zonder oestrogenen, maar daar is een vrouwenlijf niet op gebouwd. Het gaat gepaard met veel gezondheidsklachten, chronische ziekten, toegenomen ziekteverzuim, verminderde kwaliteit van leven, verminderde cognitie. We moeten serieus nadenken hoe we de kwaliteit van leven voor oudere vrouwen kunnen verbeteren. En ik zou het wel weten als ik een vrouw in de overgang was: dan zou ik meteen aan de hormonen gaan.’

Nieuwe richtlijn

Worden Nederlandse vrouwen nog steeds onderbehandeld? Feit is dat de huisartsen tot juni 2022 werkten met verouderde informatie. In de richtlijn van het Nederlands Genootschap van Huisartsen werden hormoonbehandelingen min of meer afgeraden. Als de huisarts in het zeldzame geval tóch hormoonsuppletie voorschreef, moest die na zes maanden weer worden stopgezet. Gynaecoloog Manon Kerkhof, oprichter van Curilion, expertisecentrum voor vrouwenzorg in Haarlem: ‘Dat was echt naar: vrouwen mochten even aan de behandeling snuffelen, en net als de hormonen hun werk deden, konden ze er weer mee stoppen. In de richtlijn stond ook dat uitleg vaak voldoende was. Maar uitleg alleen helpt je niet als je slecht functioneert door slapeloze nachten of ernstige opvliegers. Gelukkig is de richtlijn aangepast en is de overgang inmiddels opgenomen in het curriculum van de opleiding tot huisarts en tot gynaecoloog.’ Volgens Kerkhof heeft lang niet elke vrouw hormonen nodig: ‘Leefstijlinterventies zijn niet populair, maar wel heel effectief en ook met hormoonbehandeling noodzakelijk om in te zetten: je kunt niet gewoon doorleven alsof je 28 bent.’

Wat opvalt aan de nieuwe richtlijn, en aan de nieuwe e-learning ‘overgang’ voor huisartsen: de lange lijst van soms vagere, maar wetenschappelijk vaak geobserveerde en gedocumenteerde klachten ontbreekt. Stemmingswisselingen en gewrichtspijn worden in de e-learning niet toegeschreven aan de overgang.

Als ik een aantal huisartsen vraag hoe ze menopauzeklachten behandelen, blijkt dat lang niet iedereen op de hoogte is van de nieuwe richtlijn. Anderen hebben te weinig houvast aan de nieuwe voorschriften. Soms bellen ze liever met een gynaecoloog. ‘Ik probeer vooral wat minder terughoudend te zijn in het voorschrijven van hormonen’, zegt Nicole Slijfer-Rutten, sinds vier jaar huisarts in Assen. ‘Want zo ben ik opgeleid: dat hormonen vooral potentieel gevaarlijke bijwerkingen hebben. In mijn opleiding tot huisarts heb ik sowieso weinig over de menopauze geleerd.’

Wat zowel de huisartsen als de gynaecologen die ik voor dit artikel spreek allemaal merken: de vraag naar overgangsmedicatie neemt toe. Dorien Zwart, hoogleraar huisartsgeneeskunde aan het UMC Utrecht, maakt zich zorgen dat dit natuurlijke proces wordt gemedicaliseerd. ‘De overgang is helaas een lastige fase, maar wel van een gezond vrouwenlijf, dan is terughoudendheid met medisch ingrijpen gepast. En doorverwijzen naar een medisch specialist voor overgangsklachten moet je al helemaal niet zomaar doen. Persoonlijk zou ik zeggen: geen ziekenhuiscapaciteit besteden aan de menopauze.’

Hormoonbehandelingen

Hoe zit dat met die toename? Bij Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) vraag ik op hoeveel vrouwen tussen de 40 en 60 hormonen krijgen voorgeschreven, en wat blijkt: dat gaat om 4,5 procent. Dat is inderdaad een toename ten opzichte van 2019: toen kreeg 2,7 procent hormonen voorgeschreven. De regionale verschillen zijn opvallend: in Zeeland krijgen de minste vrouwen hormoonbehandelingen: 3,1 procent van de populatie. Noord-Holland is een uitschieter, met 5,5 procent.

Deze cijfers gaan over alle vrouwen, niet alleen die met ernstige klachten, dat cijfer was 5 procent in 2019 en ligt nu vermoedelijk hoger. Toch verbaas ik me over het gigantische verschil met het buitenland: in de Verenigde Staten zijn de cijfers vergelijkbaar met die in Nederland, maar in Groot-Brittannië krijgt inmiddels zo’n 15 procent van alle vrouwen tussen de 45 en 65 hormonen, in buurland België gaat het om 20 procent van alle vrouwen in de overgangsleeftijd. Gynaecoloog en voorzitter van de Vlaamse Menopauze Stichting Herman Depypere kan er niet over uit dat Nederlandse artsen zo terughoudend zijn. ‘Er is een enorm verschil tussen de vrouwen die klachten hebben en de vrouwen die hormonen gebruiken, en dat is volgens ons niet terecht. Zeker met de huidige generatie bio-identieke hormonen kun je de levenskwaliteit van vrouwen enorm verbeteren. Natuurlijk zijn er voor sommige vrouwen contra-indicaties, maar dat is een afweging die vrouwen in gesprek met hun arts moeten maken.’ Hormonen, zegt Depypere, zijn enorm effectief tegen overgangsklachten, en kunnen vrouwen mogelijk ook beschermen tegen osteoporose en dementie. ‘Wij doen daar nu uitgebreid onderzoek naar, er komen elke dag weer nieuwe inzichten bij over de menopauze. Ik hoop dat Nederlandse artsen ook beseffen hoe belangrijk het is om die kennis bij te spijkeren, en dat overgangsklachten meer behelzen dan alleen opvliegers.’

Werkgevers

Als slechts 4,5 procent van alle Nederlandse vrouwen in de perimeno- en menopauzale hormoonbehandeling krijgt, terwijl 80 procent van deze groep klachten ervaart, dan is het des te belangrijker dat ze op hun werk steun en begrip vinden. Gebeurt dat inmiddels vaker? De Volkskrant mailt achttien grote werkgevers met de vraag of zij regelingen hebben, of werkcodes voor vrouwen in de overgang. Te beginnen bij mijn eigen werkgever, mediareus DPG Media: die heeft op dit gebied (nog) niets geregeld.

Na veel mails en belletjes reageren uiteindelijk zestien werkgevers. En dan, voor het eerst sinds ik in mijn menopauzale ontdekkingsreis zit, word ik aangenaam verrast. Ik ben zelfs een beetje ontroerd. Want zes van de zestien bedrijven hebben iets op poten gezet voor vrouwen met overgangsklachten. Zo heeft de NS in haar gloednieuwe cao (sinds eind april) een paragraaf over menstruatie- en overgangsklachten: vrouwelijke medewerkers van de NS krijgen de mogelijkheid om van dienst te wisselen, of later te beginnen als ze klachten hebben. Bij Partou, een grote speler in de kinderopvangbranche, krijgen medewerkers voorlichting over de menopauze door middel van webinars, en ook in hun nieuwe cao is de menopauze vastgelegd. Bij het Erasmus MC, de grootste werkgever van Rotterdam, met veel vrouwen in dienst, kunnen alle werknemers onder werktijd naar een overgangsconsult. Werkgevers als KLM en Ahold Delhaize (hoofdkantoor) organiseren voor hun werknemers workshops en bieden gratis overgangsconsulten aan. De directie van Rabobank Nederland, met bijna 25 duizend werknemers, verdient een doos Merci, want die biedt elke maand drie menopauzeworkshops voor medewerkers aan, en eens per kwartaal een workshop voor leidinggevenden. Bedrijfsartsen zijn daarnaast speciaal getraind om overgangsklachten te herkennen.

Wat opvalt: juist in de fysieke beroepen schieten werkgevers tekort. Facilicom, de grootste werkgever in de schoonmaakbranche en PostNL hebben niets geregeld. Ook grote onderwijsorganisaties, zoals scholengroep OMO en stichting Carmelcollege lijken overvallen door de vraag over een menopauzebeleid. Daniëlle Woestenberg van CNV: ‘Vooral schoonmakers en thuiszorgmedewerkers hebben het zwaar op hun werk, omdat ze minder autonomie hebben; ze kunnen niet een uurtje later beginnen of zich rustig omkleden als ze doordrenkt van het zweet zijn. Een leerkracht kan haar klas niet naar huis sturen als ze leegbloedt. Maar zo bouwt de mentale spanning op, omdat je steeds om je klachten heen moet werken. Als je met je leidinggevende kunt bespreken dat je af en toe later begint, of een ziektedag kunt opnemen, dan scheelt dat enorm.’

We zijn er echt nog lang niet, zeggen de meeste deskundigen die ik sprak voor dit stuk. Vrouwen in de overgang zouden meer keuze moeten hebben als het gaat om de behandeling van hun overgangsklachten. Daarbij is het mijn persoonlijke mening dat niet alleen vrouwen met ‘ernstige’ klachten, maar alle vrouwen die zich ondermijnd voelen, toegang zouden moeten krijgen tot hormoontherapie. De samenleving zou daarnaast begripvoller moeten zijn voor oudere vrouwen en nieuwsgieriger naar hun potentieel.

En toch is er geen betere tijd om opvliegers, haaruitval en pijnlijke spieren te hebben. Ik merk hoe betere informatie een redelijk doeltreffend medicijn is tegen dat gebrek aan zelfvertrouwen waar ik de afgelopen maanden zo mee worstelde: ik snap beter wat me overkomt. En ik voel de hoop dat ik niet net als mijn moeder jarenlang hoef door te ploeteren zonder hulp. Er is een behandeling mogelijk en een landelijk gesprek gaande. Hé, misschien maken we in een nabije in de toekomst wel een erehaag, waar alle vrouwen doorheen mogen lopen, op hun weg naar die nieuwe, intrigerende levensfase. Wat mij betreft verdienen ze het.

Met medewerking van Romy van der Houven en Marlijne van Brenk.

Begrippen

Overgang: de gehele periode van hormoonschommelingen rond en na de laatste ongesteldheid.

Menopauze: de laatste menstruatie.

Perimenopauze: de periode vóór de menopauze tot een jaar ná de laatste menstruatie, waarin het menstruatiepatroon verandert en de eerste klachten zich voordoen.

Postmenopauze: de periode vanaf een jaar na de laatste menstruatie.

Vroegtijdige overgang: menopauze voor het 40ste levensjaar.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Vaak een koptelefoon op om het geluid van buiten te dempen? Daar zitten toch flink wat nadelen aan

‘Ik had ministers die na het stoppen met hormoontherapie transformeerden in doodzieke vogeltjes’

Source: Volkskrant

Previous

Next