Home

Het kleinste restaurant van Nederland is bijzonder, en niet alleen vanwege de omvang

Kingsdish in het Brandspuithuisje van IJsselstein is met 20 vierkante meter het kleinste restaurant van Nederland. Een allerliefst echtpaar serveert er prima, kraakvers Indisch eten.

Kingsdish

IJsselstraat 2, IJsselstein 
kingsdish.nl
Cijfer 8-

Indisch restaurantje gespecialiseerd in de keuken van Minahasa. Rijsttafelmenu met drie (€ 49,95) of vier gangen (€ 59,95), vlees, vis of vega. Geen pin, betaling per bankapp, betaalverzoek of cash. Open donderdag t/m zondag.

Midden op een ingewikkeld knooppunt van wegen en wateren ligt, alsof er ieder moment een kabouter met een raadsel naar buiten kan komen, het Brandspuithuisje van IJsselstein. Een petieterig pandje is het, in 1622 gebouwd en sindsdien voor van alles gebruikt – waaronder een aantal jaar voor de opslag van de brandspuit die het stadje van de vlammen moest redden, maar ook als tolhuis, woonhuis en winkel. Tweemaal, in de jaren dertig en zeventig van de vorige eeuw, werd het verkrottende gebouwtje op het nippertje gered van van de sloop, inmiddels staat het monumentje keurig opgeknapt te glanzen in de zomerzon. De deur is dicht en de lichten zijn uit. ‘Kingsdish, het kleinste restaurant van Nederland’ staat op het grote krijtbord aan de pui, we installeren ons op het piepkleine terrasje op de brug.

Al snel rijden de uitbaters hun oude Range Rover voor. Hanneke Apon en Meerten Huisman, kordate zestigers en al bijna vijfenveertig jaar samen, stellen zich met een stevige handdruk aan ons voor. Hanneke heeft schitterend blauwgelakte nagels, een lange vlecht en een fluwelen, zorgvuldige manier van praten die haar achtergrond als mindfulnesscoach verraadt; Meerten, van huis uit gitarist, draagt zijn grijze haar in een staartje en bedient zich van een vrolijkmakende, goedgemutste brommerigheid. Het tweetal begon in 2016 een pop-uprestaurant in het huisje met Indisch eten – de voorouders van Huisman komen uit Minahasa, een regio op het schiereiland Noord-Celebes – en hebben inmiddels een echte horecavergunning.

Over de auteur
Hiske Versprille is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.

Knus ingericht

Fluks worden we voorzien van een koude Bintang en een mandje emping en kroepoek met zout om naar eigen smaak toe te voegen. Ondertussen pakt het tweetal hun auto uit, worden bloemetjes gewaterd en kaarsen aangestoken. Het restaurantje, inclusief keuken, opslag en toiletten, is krap 20 vierkante meter groot, dus het meeste kookwerk doen ze thuis. Ook de tien andere gasten van vanavond schuiven aan. Eerst op de brug en vervolgens aan de dicht opeengepakte, met kleurige kleden gedekte tafeltjes in het knus ingerichte minihuisje. Apon stelt om te beginnen de gehele clientèle aan elkaar voor, vertelt een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van het huisje en de kookkunsten van haar man, en de avond begint. In principe eet iedereen gelijktijdig hetzelfde menu, waarbij wel volop rekening is gehouden met dieetwensen; wij kregen de dag tevoren een vriendelijk appje van Hanneke met het verzoek die kenbaar te maken. Naast het driegangenmenu kan er nog een extra vis-, vlees- of groentegang worden besteld.

Als eerste krijgen we een samengesteld bordje met wat Apon ‘Indonesisch streetfood’ heeft gedoopt: prima, lauwwarme gadogado met een vrij dunne, smakelijke pindasaus en een bakso (een pittig, frikandel-achtig snackballetje van kipgehakt) met een mals gestoomd broodje, rauwe sjalot en erg lekkere, diep hartigzoete tomatensambal. De vegetariër krijgt gestoomde en in soja en sesam gemarineerde shiitakepaddestoelen die het ook prima doen met het broodje.

Vers, geurig en precies gekruid

Het hoofdgerecht bestaat uit een keur aan gerechten rond uitstekende, geurige jasmijnrijst, geserveerd op kleurig tapasservies en opnieuw vergezeld door twee sambals; een gebakken, gevijzelde en het loeihete Minahasa-condiment van in azijn ingelegde pepers dat dabu dabu heet. Hanneke legt andermaal alles geduldig uit: Er is helgele ajam paniki, lekker fris en romig met Thaise basilicum, kurkuma, kokos en limoenblad; paniki betekent eigenlijk vleermuis, een beest dat in Minahasa ook veel wordt gegeten, maar dit gerecht is met kip. Er zijn prima sajoerboontjes en zoet-plakkerig gebakken tempeh, een nét-an gaar gefrituurd eitje met zoete gele boemboe, friszure atjar en voor de vegetariër een bordje heerlijk zacht gestoofde aubergine. Doordat de aubergine is geschild, heeft de groente een uiterst romige structuur gekregen. Het zachte runderstoofvlees in kruidige sojasaus noemt Hanneke ‘een rendang, maar dan ongebonden en zonder kokos’, wat ik wel een heel vrije opvatting van een rendang vind, aangezien dat juist een specifiek gerecht is van vlees in een ver ingekookte saus mét kokos (zie kader) – dit lijkt meer op het gerecht dat meestal dagung semur wordt genoemd. Alles is vers, geurig en precies gekruid.

Er wordt naar wens bij wijze van vierde gang ook nog een extra dagspecialiteit geserveerd: saté van Gaasterlands kruidenvarken gewokt in een saus van pinda’s en specerijen – er wordt zoete mangochutney en friszure komkommeratjar bij geserveerd. Erg geslaagd is het extra visgerecht Ikan asam bulu: heekfilet in een lichte, superfrisse saus met een waaier aan goeie zuren: tomaat, citroengras, tamarinde en de superkruidige gembersoort die ook wel vingerwortel, temoe koentjie of krachai wordt genoemd. Het gerecht is afgemaakt met zeekraal en, ook heel verrassend, carambola. Dit jarentachtigreliek dat je vroeger vooral als versiersel van desserts tegenkwam, ook wel stervrucht genoemd, had ik eigenlijk nog nooit gegeten op zo’n manier dat het ook qua smaak daadwerkelijk iets toevoegde. Maar bij dit bijna Thais aandoende gerecht sluit het goed aan: het doet een beetje denken aan tomatillo. Hanneke komt nog eens met de pan langs de tafel: willen we nog wat extra rijst, of misschien nog een beetje saus?

Aanstekelijke trots

Als nagerecht kan gekozen worden uit een coupe colonel (een cocktail met citroenijs en wodka), een Irish coffee, een ‘petit grand dessert’ of koffie met pandancake. Het dessert bestaat uit een minibanaantje, een halve passievrucht met passievruchtijs en een enigszins droog roomboter-pandancakeje in de vorm van een hartje: een beetje rommelig. De pandancake bij de koffie, gemaakt met kokosroom in plaats van boter en, zoals het hoort, knalgroen, is beter gelukt.

Kingsdish is een bijzondere plek, en niet alleen door de geringe omvang: de eigenaars zijn zo trots op hun prachtige pandje, hun keuken en elkaar, dat het aanstekelijk werkt. Als de maaltijd ten einde is, zijn de gasten aan alle tafels onderling in allerlei geanimeerde gesprekken verzeild, zowel met de gastheer en -vrouw als met elkaar. Als we vertrekken, worden we door het hele zaakje uitgezwaaid.

Rendang

Rendang (dat je overigens uitspreekt als rendáng, zoals behang) is waarschijnlijk het bekendste en meest geliefde Indonesische gerecht; in 2011 werd dit vlees gegaard met kokos, specerijen en pepers door CNN zelfs uitgeroepen tot het lekkerste gerecht ter wereld. Het woord wordt in Nederland (en ook bij Kingsdish) soms ook gebruikt als een soort algemene term voor alle soorten Indisch stoofvlees, maar dat is niet correct: het betreft een heel specifiek West-Sumatraans gerecht, van het volk de Minangkabau. Het werkwoord merendang wordt daar gebruikt voor de methode waarbij je vlees langzaam droogkookt onder voortdurend omscheppen, tot het vocht is verdampt en het vlees gaar – zo kon het langer worden bewaard. Er zijn ook liefhebbers van meer sauzige, minder ver ingekookte rendang: die wordt ook wel kalio genoemd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next