Home

Gaat Frankrijk de radicaal-rechtse weg van Perpignan op?

Als eerste grote stad in Frankrijk kwam Perpignan vier jaar geleden in handen van het radicaal-rechtse Rassemblement National. Wat heeft dat met de stad gedaan? En hoe kijken inwoners naar de verwachte monsterzege voor die partij bij de parlementsverkiezingen?

Madeleine Riveill-Perez (88) is allerminst kleinzerig. Opgegroeid in Algiers, in een Franse familie die de strijd voor onafhankelijkheid van Algerije steunde, heeft ze de nodige ervaring met verzet. ‘Als de zaak gewichtig is, zet je alle middelen in die je tot je beschikking hebt.’

Dat Jean-Luc Mélenchon, oprichter van ‘haar’ partij La France Insoumise (LFI), opstandig Frankrijk, dikwijls grofgebekt en op hoge toon van leer trekt tegen zijn tegenstanders, ziet ze vooral als vrijmoedigheid. Zijn intimidatie van een rechter en een ambtenaar bij een huiszoeking in het partijkantoor, waarvoor hij is veroordeeld? ‘Mediterraans temperament.’ Belediging van journalisten? ‘Logisch, als je ziet hoe ze hem blijven onderbreken alsof het officieren van justitie zijn.’

Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

De officieuze voorman van radicaal-links kan onder de vrijwilligers in het Zuid-Franse Perpignan op onvoorwaardelijke steun rekenen. Hoewel Mélenchon geen kandidaat is bij de aankomende parlementsverkiezingen, prijkt zijn gezicht op de affiches van de lokale afdeling van LFI – Mélenchon is klaar om premier te worden, heeft hij zelf alvast laten weten. Andere partijen in de linkse alliantie zien de stokebrand meer als obstakel dan als recept voor succes, maar Riveill-Perez wijst de kritiek van de hand. Als de nood hoog is, heb je grof geschut nodig. ‘Iedereen kent zijn gezicht, en wat hij zegt, wordt gehoord.’

En de nood ís hoog, zo voelt het campagneteam in Perpignan. Zondag gaat Frankrijk naar de stembus voor de eerste ronde van de parlementsverkiezingen. Het radicaal-rechtse Rassemblement National (RN) – dat in Frankrijk doorgaans extreemrechts wordt genoemd – stevent afgaand op de peilingen af op de volgende verkiezingsoverwinning. Eerder deze maand won het de Europese verkiezingen, met een verpletterende nederlaag voor de partij van president Emmanuel Macron als gevolg.

Rechtse overwinning

De parlementsverkiezingen verlopen in twee ronden, waarin elk van de 577 kiesdistricten één kandidaat kiest (als een kandidaat bij de eerste stembusgang een absolute meerderheid haalt, is daar een tweede ronde niet nodig). Dat maakt precieze peilingen ingewikkeld, want het aantal stemmen vertaalt zich niet evenredig naar het aantal zetels. Maar als graadmeter van de politieke temperatuur in Frankrijk geeft het een indruk: in de laatste peilingen kan Rassemblement National rekenen op 220 tot 260 van de 577 zetels. Niet genoeg voor een absolute meerderheid, maar een monsterzege vergeleken met het kamp-Macron, dat op 75 tot 110 zetels wordt gepeild. De linkse alliantie, waarvan LFI deel uitmaakt, zou uitkomen op 180 tot 210 zetels.

Op de deur van het gemeentehuis in Perpignan hangt de uitslagenlijst van de Europese verkiezingen, ingevuld met de hand, en die geeft een duidelijke indicatie. Jordan Bardella, lijsttrekker van Rassemblement National, was hier met afstand het populairst: hij kreeg een kleine 12 duizend stemmen, ruim drie keer zoveel als president Macrons kandidaat Valérie Hayer.

Bardella speelde dan ook een soort thuiswedstrijd: sinds de gemeenteraadsverkiezingen in 2020 is Perpignan in handen van burgemeester Louis Aliot. De ex-partner van Marine Le Pen en voormalig campagneleider van vader Jean-Marie is sinds de jaren negentig actief lid van RN (destijds nog Front National). Zijn politieke kleur lijdt geen twijfel, maar om meer stemmen te trekken presenteerde hij zich destijds zonder het etiket van de partij. Met succes. De burgemeesterspost van Aliot is een victorie voor Rassemblement National: Perpignan, dat ruim 120 duizend inwoners telt, werd de eerste grote stad waar de partij de lokale verkiezingen won. Wat heeft dat de stad gebracht, en hoe kijken de inwoners naar de aankomende parlementsverkiezingen?

De voedingsbodem

Wie Perpignan wil begrijpen, doet er goed aan de stad uit te rijden. Op een kleine twintig kilometer afstand, op een grotendeels verlaten vlakte, staan tussen de windmolens en schetterende krekels tientallen barakken in verval. Het kamp van Rivesaltes, nu een museum, is als een betonnen bloemlezing van verschoppelingen door de jaren heen.

Van de jaren veertig tot de jaren zestig werden hier allerhande vreemdelingen ‘gehuisvest’. Hun afkomst en toekomstperspectief wisselden al naargelang het tijdperk, met afzondering en mensonterende omstandigheden als gemene delers. Eerst werden Spanjaarden, Joden en Gitans (een van oorsprong nomadische gemeenschap) in het kamp van Rivesaltes geïnterneerd. Later, toen Algerije in 1962 onafhankelijk werd, kwamen hier de Harki’s terecht – Algerijnen die aan Franse zijde hadden gevochten tegen de onafhankelijkheid en als ‘verraders’ hun thuisland waren ontvlucht.

Een deel van de pijn van Perpignan ligt hier verscholen. De stad heeft een van de grootste gemeenschappen van gevestigde Gitans in Europa, en ook een aantal Harki’s en hun nazaten kwamen uiteindelijk in Perpignan terecht. Tegelijkertijd wonen er veel pieds-noirs, nakomelingen van Fransen die zich in koloniaal Algerije hadden gevestigd en na de onafhankelijkheid het land uit moesten. Velen waren nooit in Frankrijk geweest en voelden zich verdreven uit hun thuisland, terwijl ze in Frankrijk als kolonisten werden gezien.

‘Het gevoel dat de Arabieren ze uit Algerije hebben gegooid, speelt hier nog steeds een rol’, zegt Francis Daspe, docent geschiedenis en aardrijkskunde en kandidaat-parlementslid voor LFI in het district waarvan Perpignan deel uitmaakt. ‘Ze delen de stad met familie van Harki’s, die als collaborateurs werden gezien.’ Breng die trauma’s en spanningen samen in een stad met forse armoede, en je begrijpt iets van de voedingsbodem voor Rassemblement National.

Grofweg een derde van de huishoudens in Perpignan leeft onder de armoedegrens. De werkloosheid ligt op ruim 24 procent, tegenover gemiddeld 7,5 procent in heel Frankrijk. ‘Het gevoel leeft dat men hier in de steek is gelaten’, zegt Daspe. ‘En juist op plekken waar armoede heerst, wijst men sneller naar de buren als de bron van alle problemen’, zegt Daspe. ‘Rassemblement National speelt daarop in en wakkert de irrationele angst voor de ander aan.’

Het wantrouwen is voelbaar op Place Cassanyes, in de middeleeuwse wijk Saint-Jacques – een van de armste wijken van Frankrijk waar van oudsher veel Gitans wonen. Onder de platanen zijn groenten, fruit en kleding uitgestald voor de dagelijkse markt. Journalisten kunnen op meewarige blikken of een snauw rekenen. In 2005 kwam het in deze wijk tot gewelddadige confrontaties tussen Gitans en bewoners van Noord-Afrikaanse, Ma­ghre­bijnse komaf na de moord op twee Frans-Maghrebijnse jongens. Beide gemeenschappen leven naast elkaar, maar de argwaan over en weer lijkt niet verdwenen. Het zit in bijzinnen als ‘Arabieren drogeren zichzelf’, en ‘Gitans gooien al het afval uit het raam’.

Marie-Noël, een pensionado met getatoeëerde wenkbrauwen (die haar achternaam niet wil delen), haast zich de markt af zodra ze ziet dat de groenteboer binnen gehoorafstand komt. Dat ze Rassemblement National stemt, hoeft niemand op de markt te weten. Eenmaal om de hoek wordt ze spraakzamer. ‘Monsieur Aliot is een voortreffelijke burgemeester. Sinds zijn aantreden is er 24 uur per dag politie op straat. De stad wordt eindelijk opgeschoond.’

Als Française uit het Noorden streek Marie-Noël in de jaren tachtig neer in Perpignan – met spijt. Ze stoort zich aan migranten die op straat leven en die zich volgens haar onterecht voordoen als minderjarig om hulp te krijgen. Als een stel vrouwen met hoofddoek voorbijloopt, maakt ze een wegwerpgebaar. ‘Die hadden ze vanaf het begin moeten verbieden. Ik ben niet racistisch, maar het is een kwestie van respect voor Frankrijk.’

Het probleem met migranten, zegt de zeventiger: ‘Ze hebben last van rancune en zinnen nog steeds op wraak voor de geschiedenis van Frans-Algerije.’ Voor een grote verkiezingszege van Rassemblement National wordt het hoog tijd, stelt ze. ‘Mensen zijn bang voor Marine Le Pen. Ik niet. Het wordt tijd dat alle buitenlanders worden teruggestuurd naar waar ze vandaan komen.’

Gok op hoog niveau

President Macron lijkt erop te gokken dat Rassemblement National de verantwoordelijkheid die het na een nieuwe verkiezingszege zal moeten dragen niet aan kan. Eenmaal aan de macht, zo lijkt zijn gedachte, zullen de Fransen in praktijk zien dat radicaal-rechts niet in staat is tot besturen en dat het radicaal-rechtse programma onuitvoerbaar is. Ontmaskering als de beste strategie om Rassemblement National de pas af te snijden op weg naar de volgende presidentsverkiezingen, in 2027.

Aan die gok kleven nogal wat kanttekeningen. Partijleider Jordan Bardella heeft al laten weten alleen premier te willen worden als Rassemblement National een absolute meerderheid haalt bij de verkiezingen. Zo ontloopt hij het risico op doodlopende onderhandelingen met de oppositie. Daarnaast is het maar de vraag of de krap drie jaar tot de volgende presidentsverkiezingen voldoende tijd is voor de massale teleurstelling die Macron verwacht.

In Perpignan veroverde burgemeester Aliot de stad met een duidelijk programma: veiligheid, veiligheid en veiligheid. Zijn belangrijkste belofte was het invoeren van 24-uurs politiebewaking in de stad. ‘Iedere nacht zijn er drie teams op pad in de stad’, vertelt Luc Martinez, adjunct-directeur van de gemeentelijke politie, in het hoofdkwartier.

De politiemacht is grofweg verdubbeld, van 96 man in 2013 naar ruim 200 agenten nu. De politieposten in de stad zelf, afgeschaft onder de vorige burgemeester, zijn onder Aliot weer geopend. Over politiek spreekt Martinez zich niet uit, ‘maar we krijgen veel waardering voor het feit dat we ultra-present zijn. Mensen laten weten dat ze blij zijn ons te zien.’ Terwijl vorig jaar zomer grootschalige rellen uitbraken in banlieues door heel Frankrijk, bleef het in Perpignan op één nacht na rustig. ‘We zijn altijd aanwezig, dat voorkomt dat de zaak explodeert.’

De politie is zichtbaar, net als de vuilnisophaaldiensten - de stad opschonen was een tweede belofte van Aliot. Die beloften heeft Aliot gehouden, geeft Bénédicte Vincent hem na. Ze werkt voor de vakbond van gemeentepersoneel in Perpignan. ‘De burgemeester is charmant. Volgens hem heb je het altijd bij het rechte eind.’

Het probleem zit ’m in dat wat mensen niet zien, zegt Vincent. ‘De kosten die uit de klauwen lopen. Alle middelen die worden ingezet voor veiligheid ten koste van andere diensten.’ De publieke uitgaven van de gemeente gingen van 160 miljoen euro in 2019 naar 190,5 miljoen in 2024. ‘Dat probleem wordt pas op lange termijn zichtbaar.’

En dan zijn er nog de subtielere veranderingen: het stadslogo dat plots een katholieke heilige met areool kreeg. Of radicaler nog, het plein dat burgemeester Aliot tot Place Pierre Sergent omdoopte, naar de chef van de terreurorganisatie OAS die tegen de onafhankelijkheidsstrijders in Algerije vocht. Vincent: ‘In Perpignan is men niet meer bang om voor extreemrechts uit te komen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next