Wat zijn dit voor vragen? Deze week wordt de film Moeder Suriname van schrijver en documentairemaker Tessa Leuwsha (56) uitgezonden. Met Ketikoti in aantocht, de viering van de afschaffing van de slavernij, leggen wij haar negen dilemma's voor.
Suriname of Nederland?
‘Suriname. Al ligt mijn hart natuurlijk ook in Nederland. Ik groeide op in Amsterdam in de jaren zeventig en tachtig, met een Surinaamse vader en Nederlandse moeder. Ik voelde me vaak tussen twee werelden zitten, in die tijd was je als kleurling altijd de uitzondering. Toen ik in 1996 naar Suriname ging, viel dat weg, ik voelde een connectie met mijn achtergrond die ik in Nederland niet voelde.
‘In Suriname heb ik mijn stem als schrijver gevonden en nu als beginnend filmmaker. Ik heb altijd gevoeld dat ik iets moest met de geschiedenis van slavernij die toen nog helemaal niet werd aangeraakt. Omdat ik wist: wij komen hieruit voort. In die tijd waren mensen in Nederland niet in Suriname of het koloniale verleden geïnteresseerd. Ik voelde me een roepende in de woestijn, bij vrienden, kennissen of collega’s. De reacties waren bagatelliserend: zo erg was het allemaal niet en het is zo lang geleden.
Over de auteur
Ianthe Sahadat is journalist bij de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
‘In Suriname vond ik een natuurlijke achterban voor zulke verhalen, ik voel me hier gesteund en gedragen. Ik vrees dat ik het onderwerp had laten varen als ik in Nederland was gebleven, dat ik niet had kunnen opboksen tegen die weerstand.’
Moeder Suriname (Mama Sranan) of Fansi’s stilte?
‘Zonder het boek, Fansi’s stilte (uit 2015), was de film er niet geweest. Door het boek heb ik mijn familie beter leren kennen, mijn eigen achtergrond en mijn plek in Suriname. Maar ik kies Moeder Suriname. In de film heeft Fansi een eigen stem gekregen. In het boek laat ik haar kinderen, mijn ooms en tantes, aan het woord over haar.
‘Zangeres Denise Jannah vertolkt mijn oma via de voice-over van de film. Dat Fansi zelf aan het woord komt, vind ik belangrijk. Als het over Suriname gaat, gaat het vaak letterlijk over Suriname. Dat zie je in het koloniale debat in Nederland ook, dan gaat het over Surinamers, zonder dat er mensen uit Suriname bij betrokken zijn. En dan bedoel ik niet Surinamers in Nederland die hun Surinaamse identiteit sterk voelen, maar juist ook mensen die nooit uit Suriname vertrokken zijn. Dat is een beetje een blinde vlek in het debat.’
Denise Jannah of Eddy Wijngaarde?
‘Wat gemeen. Dat is appels en peren vergelijken. Ze zijn allebei op een andere manier cruciaal geweest voor Moeder Suriname. Denise Jannah heeft echt meegedacht over het scheppen van het personage Fansi.
‘Eddy is mijn mentor. Hij is de nestor van de Surinaamse filmindustrie die nog steeds in de kinderschoenen staat. Eddy heeft lang als producent in Nederland gewerkt, is in 1998 met zijn vrouw, journalist Hennah Draaibaar, naar Suriname geremigreerd. Ze hebben een mediabedrijf opgezet, om vanuit Suriname beeldverhalen te vertellen. Want die zijn er niet, zei Eddy heel terecht. Als wij het niet doen, gebeurt het niet. Terwijl we zoveel te vertellen hebben.
‘In 2015 begon hij DocuLab, een kweekvijver voor scenaristen, regisseurs, cameramensen en editors. Ik zat in de eerste lichting. In 2018 maakte ik mijn eerste film, Frits de Gids, over marrons (nazaten van aan slavenhouders ontsnapte mensen, red.) in het binnenland van Suriname en het dilemma van vasthouden aan tradities of meegaan met westerse invloeden. Zonder Eddy, en producent Pieter van Huystee, had ik Moeder Suriname niet kunnen maken.’
Zwart-wit of ingekleurd?
‘Ingekleurd, bij deze film. Moeder Suriname is een archieffilm. Maar ik wilde tonen dat het verleden gevolgen heeft voor het heden, op gebied van identiteit, het gevoel van ontheemd zijn, economische verschillen. Dat het verhaal van kolonialisme niet ophield in 1975, bij de onafhankelijkheid van Suriname.
‘Tijdens het proces van inkleuren – een heel handmatig, moeizaam proces – werd meteen duidelijk dat het de beelden dichterbij haalt, je ziet veel meer details. Mijn oma leefde natuurlijk in een wereld van kleur, in een heel kleurrijk land. In die zin is zwart-wit een verdraaide werkelijkheid.
‘Toen ik aan dit project begon, had ik geen idee dat er zulke mooie bewegende archiefbeelden bestonden van Suriname. Ik stond echt perplex. Veel materiaal was propaganda-achtig, gemaakt door missionarissen en zendelingen. Of journalisten. Ze filmden wat de kolonie opleverde, of belichtten de probleempunten van het land. De commentaren waren betuttelend of racistisch, zoals ‘de negers in Suriname zijn overwegend niet tot werken te krijgen’.
‘Uiteindelijk vonden we beelden van Wim Bos Verschuur, een Surinaams politicus, activist en kunstenaar. Het zijn unieke, nooit eerder vertoonde beelden. Zoals van de demonstratie tegen het Nederlandse bewind in de jaren veertig. Maar ook van het gewone leven op het erf. Ik zag overal mensen met dikke opgezwollen benen, zoals mijn oma had. Ze had filariasis, een door muggen verspreide infectieziekte, vanwege de slechte hygiënische omstandigheden.
‘Haar leven was zwaar, maar ik wilde ook laten zien dat het niet alleen maar kommer en kwel was, ze hield enorm van muziek en dansen, die beelden zitten ook in de film.’
Ma Louise of Sarah Cummings?
‘Ma Louise. Zij heeft mijn oma grootgebracht als kweekje, zoals informele pleegkinderen heten in Suriname. Ma Louise had de slaventijd nog meegemaakt. Ze was marktvrouw, had een sociaal hart, maar was ook hard. Ze was niet op haar mondje gevallen. Iets van haar pit en daadkracht heeft ze aan mijn oma meegegeven, want die heeft in haar eentje negen kinderen grootgebracht.
‘Sarah Cummings was de biologische moeder van mijn oma, een witte vrouw, dochter van een dominee. De vader was een zwarte kleermaker uit buurland Brits-Guyana, over hem is weinig bekend. Dat een ongehuwde domineesdochter een kind verwachtte van een zwarte man kon natuurlijk niet. Het kind is haar afgenomen, dat moet tragisch zijn geweest. Mijn tante herinnert zich dat er regelmatig een witte vrouw naar de markt kwam, die Ma Louise geld bracht, dat moet Sarah Cummings zijn geweest.’
Kerk of winti?
‘Winti, absoluut. Winti is iets eigens. Het is een natuurreligie, gericht op moeder aarde, alles wat in de natuur leeft, de lucht, het water, de bomen. Het geloof is meegekomen uit Afrika met onze voorouders. Vervolgens is het eeuwenlang onderdrukt door het christendom en het kolonialisme. Dat het heeft kunnen voortbestaan, daar zit zoveel kracht in.
‘Het christendom was een belangrijk koloniaal instrument om mensen onder de duim te houden. Winti werd als barbaars neergezet. Juist Afro-Surinamers, die onderaan de maatschappelijke ladder stonden, hebben Europese waarden als het christendom, het meest overgenomen. Dan had je meer kansen in de maatschappij.
‘Mijn oma was devoot christelijk, ging altijd naar de kerk. Tegelijkertijd speelde winti een rol in haar leven. Ik herinner me dat mijn oma bij ons thuis in Amsterdam kwam en meteen een wasi deed, een ritueel om het huis te ‘zegenen’. Winti was tot 1971 verboden in Suriname. Nog altijd zijn de resten van die onderdrukking in de maatschappij aanwezig, in de schizofrene omgang met winti.’
Achtererf of voorhuis?
‘Achtererf. Daar woonden mijn mensen. Als ik in de tijd van mijn oma had geleefd, had ik ook op een erf gewoond. De kolonisten, de witte en later ook lichtgekleurde elite, woonden in statige herenhuizen in Paramaribo. In de tijd van oma Fansi flaneerden zij in hun mooie wandelkostuums door de straten, zoals je in de film ziet. Zwarte dienstmeisjes liepen achter kinderwagens met daarin witte kinderen.
‘Op de erven achter die grote huizen woonden mensen zoals mijn oma, maar ook Javanen, Chinezen, Hindoestanen, in de voormalige slavenbarakken, zonder stromend water of elektriciteit, de armoede was bitter.’
Demonstreren met Anton de Kom of zwaaien naar Juliana?
‘Voor mij is dat een makkelijke: demonstreren met Anton de Kom. Voor mijn oma waren beide zaken van belang. Ze heeft beiden met overtuiging gedaan. Ze was geen activiste, maar een ontheemde vrouw die probeerde te overleven, die haar kinderen een beter leven wilde geven, zoals zoveel vrouwen uit haar generatie.
‘De Kom kwam op voor mensen als Fansi, die in bijtende armoede leefden. Dat er iemand was die zijn mond durfde te openen tegen het gezag moet geweldig zijn geweest. De liefde voor het Nederlandse koningshuis was haar met de paplepel ingegoten. Alles was gericht op Nederland, Surinamers voelden zich destijds echt Nederlands.’
Vanillevla of bita wiri?
‘Haha, bita wiri (een bittere Surinaamse bladgroente, red.). Mijn oma hield ontzettend van Surinaams eten. Toen ze door een oogziekte niet meer voor zichzelf kon zorgen, hebben haar kinderen haar naar Nederland gehaald. Haar kinderen waren, zoals veel Surinamers, naar Nederland vertrokken. Surinamers dachten onderdaan te zijn en deel uit te maken van een koninkrijk. In Nederland ontdekten ze dat niemand op hen zat te wachten.
‘Eerst woonde mijn oma bij haar kinderen, later in bejaardenhuis Peppelrode in Eindhoven, waar ze aardappels met jus en vanillevla kreeg. Mijn oma was de enige donkere vrouw, ze had geen aansluiting met de mensen, zat meestal in haar eentje. Ze heeft er nooit kunnen aarden. Gelukkig kreeg ze veel bezoek. Mijn tantes woonden vlakbij, ze brachten altijd eten mee. Tot aan haar dood heeft Fansi haar levenslust behouden, ze had veel veerkracht – dat heb ik in de film vooral willen tonen.’
Moeder Suriname is op 4 juli te zien bij 2Doc, NPO 2, om 22:20 uur.
TESSA LEUWSHA
Geboren op 1 november 1967 in Amsterdam.
2005: romandebuut Parbo-blues
2009: roman Solo, een liefde
2015: Fansi’s stilte, een grootmoeder en de slavernij (non-fictie)
2018: documentaire Frits de Gids
2018 – 2023: Beleidsmedewerker Cultuur en Erfgoed Nederlandse ambassade Paramaribo
2020: roman Plantage Wildlust
2022: De wilde vaart, op zoek naar de veerkracht van Suriname (non-fictie)
2023: documentaire Moeder Suriname-Mama Sranan ging in première op IDFA
2023 – heden: Liaison officer bij Het Cultuurfonds/Slavernijfonds van De Nederlandsche Bank
Tessa Leuwsha woont sinds 1996 in Paramaribo.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant