Home

Waarom het Gelderse Groesbeek hoopt dat er net over de grens een nationaal park bijkomt

Tot ergernis van Nederlandse grensbewoners staan op tal van plekken pal langs de Duitse grens windparken ingetekend. Natuurbeschermers bij het Gelderse Groesbeek willen er iets tegen doen. En ze denken een list te hebben verzonnen.

Lopend in de natuur denkt Henny Brinkhof (67) geregeld dat ‘de mensheid gek is geworden’. Neem het Duitse Soonwald, waar in uitgestrekte bossen met bomen van 30 meter hoog windturbines van maar liefst 200 meter staan. ‘Elke verhouding in het landschap is daar zoek. En in de nacht staan die dingen rood te knipperen als een disco.’

Het woud in kwestie ligt op drie uur rijden van Brinkhofs huis in Groesbeek, maar de gepensioneerde bioloog vreest dat het straks op drie minuten van zijn huis er net zo uit ziet. Daar wil een Duitse windondernemer vergelijkbare turbines plaatsen langs het Reichswald. Brinkhof heeft als Nederlander weinig wapens om de strijd tegen de molens aan te gaan, maar met Duitse medestanders denkt hij toch een list te hebben verzonnen.

Van het Groningse Nieuweschans, via Winterswijk in Gelderland tot het Limburgse Vaals – overal langs de grens zijn er plannen voor Duitse windparken. Het gaat om een stuk of twintig projecten, waarbij sommige turbines op amper 70 meter van de Nederlandse grens zijn ingetekend, aldus Jan Jaap Tiemersma van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW).

De organisatie wijst op het Verdrag van Meppen, waarin staat dat nieuwe bebouwing in principe pas 376 meter vanaf de grens is toegestaan. Maar als het over windmolens gaat, wordt het ‘grenstractaat’ uit 1824 geregeld genegeerd door zowel Duitsland als Nederland.

Overlastnorm

De NLVOW vindt die 376 meter te weinig. De vereniging houdt een overlastnorm aan van vier maal de tiphoogte van de molens. Dat komt op sommige plekken aan de grens neer op 1.000 meter, want geregeld gaat het om wieken die 250 meter de lucht in steken. Molens met zo’n omvang worden in Nederland vooral op zee geplaatst.

Tiemersma wijst op de soepelere Duitse regelgeving die het sinds 2022, in reactie op de energieschaarste, mogelijk maakt windmolens dichter bij de natuur te zetten. In de ogen van Tiemersma wordt door ontwikkelaars nu bewust dicht langs de grens gekeken. Aan de Duitse kant wonen bij de natuurgebieden immers weinig mensen, en volgens hem denken ze dat ze met bewoners aan de andere kant van de grens geen rekening hoeven te houden.

‘Kijk maar naar de landkaarten bij de plannen. Het Nederlandse grondgebied daarop is vaak blanco gelaten, alsof er niemand woont’, zegt Tiemersma. ‘We mogen als Nederlandse omwonenden geen bezwaar maken tegen Duitse windmolenprojecten dat mag alleen door de Nederlandse provincies. Wij mogen daar niet eens inspreken bij openbare vergaderingen, we worden laat of niet geïnformeerd en communicatie is niet tweetalig.’

Sinds zijn 16de vrijwilliger

Brinkhof was veertig jaar geleden een van de oprichters van SNP Natuurreizen. Ook na zijn pensioen is hij nog steeds als actief, blijkt afgelopen weekend als hij met zeventien kinderen gaat wildkamperen in het Zevendal. ‘Ik hoop de kinderen natuurbewust te maken, zodat ook zij die willen gaan beschermen.’

Met de windmolendiscussie valt hij de jeugd niet lastig, zegt de man die zelf op zijn 16de vrijwilliger werd (en nog altijd is) bij de Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal, de gemeente waaronder Groesbeek valt. ‘Straks raken ze nog gedeprimeerd ook’, zegt Brinkhof in zijn groene bospak onder de eeuwenoude eik van Natuurclub de Aardhommels. ‘In deze levensfase moeten ze alleen genieten van de natuur.’

Om te zorgen dat dit bij Groesbeek straks nog kan zonder draaiende windmolens, werkt Brinkhof samen met Duitse natuurbeschermers en anti-windmolengroeperingen. Hun plan: een referendum afdwingen onder de bewoners rond Kleef, de grootste stad bij het Reichswald. Dat moet gaan over de vraag of er een nationaal park moet komen langs de Nederlandse grens. Na het Nationalpark Eifel zou dat het tweede in Noordrijn-Westfalen zijn.

De Duitse regionale politiek stemde eerder tegen het omvormen van het Reichswald tot nationaal park. Een volksraadpleging kan dat besluit terugdraaien. Indien er half juli iets meer dan tienduizend handtekeningen zijn opgehaald voor het regionale referendum, wordt het daadwerkelijk uitgeschreven. Als een meerderheid zich uitspreekt voor het nationale park, moet de politiek alsnog een positief besluit nemen in die richting.

Wachten met besluit

Als het Reichswald inderdaad een nationaal park wordt, dan is het uitgesloten dat er nog windmolens in de nabijheid mogen worden geplaatst. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen heeft toegezegd met een besluit over de windmolens te wachten tot de uitkomst van het burgerinitiatief. Geregeld overlegt Brinkhof met Duitse medestanders om te zien hoe ze genoeg bewoners daarvoor kunnen mobiliseren.

Als dat lukt, dan komt nóg een lang gekoesterde wens van Brinkhof dichterbij. Sinds 2007 ijvert hij voor een groot grensoverschrijdend (inter)nationaal park. In de geest van wat ooit het Ketelwoud was. Dat woud ontstond na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk en strekte zich uit van Nijmegen tot voorbij Kleef. Door met aangrenzende Nederlandse natuur en het Reichswald weer één beschermd gebied te vormen, hoopt hij het voormalige jachtgebied van Karel de Grote in oude luister te herstellen.

‘Ons is het uiteindelijk allemaal te doen om de biodiversiteit, een groter probleem dan klimaatverandering’, meent Brinkhof, die niet tegen windmolens zegt te zijn, maar wel nabij natuurgebied. ‘Zet die turbines maar dichter bij steden, waar ze de stroom nodig hebben en de mensen er toch al voor kiezen de hele dag in de herrie te zitten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next