Bijna was ik de verkeerde kant op gelopen, dankzij Google Maps. Gelukkig wijzen mannen op het terras van het Turkse koffiehuis op de markt in de Rotterdamse Afrikaanderwijk mij de weg. ‘Daar!’ Iedereen in deze volksbuurt weet waar de ‘Afrikaanderwijk-co-op’ is. Een onpretentieuze naam voor een coöperatie van bewoners en ondernemers die al tien jaar voor de troepen uit loopt met het bedenken én uitvoeren van andere systemen om de gemeenschap op alle fronten – werk, inkomen, milieu, vervoer, cultuur, gezondheid – vooruit te helpen.
Hoezo heeft links geen goed verhaal tegenover de ieder-voor-zich-en-God-voor-ons-allenfilosofie van de (neo)liberalen en de zondebokpolitiek van extreemrechts? Beter je best doen!
De Afrikaanderwijk Coöperatie bewijst dat vernieuwende initiatieven (meestal) niet bedacht worden in chique denktanks of in Den Haag, maar door ‘gewone’ mensen die ‘tegenovergesteld’ durven denken. In de Afrikaanderwijk heeft 85 procent van de bevolking een migratieachtergrond. De werkloosheid is hoog, het gemiddeld inkomen laag. Waar overheid en politiek de buurt zien als ‘probleemwijk’ of ‘achterstandsbuurt’, ziet de co-op er vooral mogelijkheden.
Voorbeeld? In de buurt wonen veel vrouwen die geniaal zijn in kleding maken. Ze hebben materiaal- en vakkennis die van generatie op generatie is overgedragen. Het wijkatelier koppelde de naaisters aan modeontwerpers, de meesten uit de buurt. Resultaat: een goedlopend bedrijf dat betaald werk biedt aan vrouwen die voorheen thuiszaten. En het Wijkatelier levert een dusdanige kwaliteit en originaliteit dat het de aandacht trok van couturier Jean-Paul Gaultier, die – op bezoek in Rotterdam - contact zocht met de naaisters.
Over de auteur
Christine Otten is schrijver en gastcolumnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Sneu voor Gaultier, de vrouwen hadden familie op bezoek en even geen tijd voor hem. Who the f*** is Jean-Paul Gaultier? Of neem het Grondstoffenstation. Een blinkend hip gebouw midden op het Afrikaanderplein waar per dag 6 duizend kilo afval van de markt wordt gescheiden en verwerkt. Op het dak staan grote bakken van gerecycled plastic met kruiden, bloemen en groenten die door leerlingen van lokale basisscholen worden onderhouden. Het gebouw won de Rotterdamse Architectuurprijs. Resultaat: naast werkgelegenheid voor bewoners, is de buurt schoner en leefbaarder (schooltuintjes op het dak) en wordt het afval duurzamer verwerkt.
In tien jaar heeft de co-op meer dan honderdvijftig mensen aan betaald werk geholpen. De co-op heeft een eigen schoonmaakbedrijf dat kantoren en portiekwoningen in de buurt schoonhoudt. Een wijkrestaurant. Een groenbedrijf. Een cultureel podium. Een vervoersbank, waar je fietsen of deelauto’s kunt lenen. Een consultancybureau. Want vaak, hoe vaak, klopten wetenschappers niet aan bij de wijk co-op vanwege een of ander onderzoek (vaak in opdracht van de overheid) naar ‘armoede en achterstand’ en waren de ‘onderzoeksubjecten’ overgeleverd aan de grillen van wetenschappers (en overheid) van wie ze vaak niks meer hoorden?
Laten we het omdraaien, dachten ze in de Afrikaanderwijk. Als je met ons wilt praten, willen we je graag helpen, op ónze voorwaarden. Waarom zouden arme mensen alleen problemen hebben? Waarom zouden arme mensen geen bijzondere zorg- en buurtnetwerken kunnen ontwikkelen, waar (rijkere) anderen van kunnen leren?
In alle bescheidenheid is de Afrikaanderwijk-co-op een voorbeeld van hoe je een lokale economie en samenleving zo organiseert dat het welzijn en de welvaart van de gehele gemeenschap erop vooruit gaan. Iedereen in de co-op – van schoonmaker tot consultant – is mede-eigenaar en verdient hetzelfde. Bij een goede omzet krijgt iedereen een bonus. De rest van de ‘winst’ wordt geïnvesteerd in nieuwe buurtprojecten.
Het grootste ‘geheim’ is misschien wel de opheffing van de vergaande specialisering en arbeidsdeling zoals we die kennen in onze samenleving. Alle projecten verbinden werkgelegenheid aan duurzaamheid, aan zorg, aan sociale cohesie, aan armoedebestrijding, aan onderwijs, aan cultuur, enzovoorts. Bij de co-op kun je (informele) hulp krijgen, carrière maken, nieuwe skills ontwikkelen. Yassin bijvoorbeeld, die achter de bar staat in het restaurant, organiseerde met Oud & Nieuw een ploegje jongeren om het Grondstoffenstation te beveiligen; in overleg met de politie beveiligden ze meer objecten.
Traditioneel (politiek) links heeft de mond vol over ‘verandering’ en dat het ‘anders moet’, zonder aan te geven hoe, en zonder veel écht contact met de mensen voor wie ze zegt op te komen. Terwijl de alternatieven er allang zijn, en om de hoek. Moet je wel ‘tegenovergesteld’ durven denken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns