Home

Laten we vooral geen hoop krijgen

De dag na de zeperd tegen Oostenrijk was de stemming in het land zwartgallig, maar ’s avonds tegen elven sloeg die om. Dankzij pure mazzel waren ‘we’ aan de ‘makkelijke’ kant van het speelschema beland. Prompt werd ons voorgerekend dat we alle favorieten zouden ontlopen ‘tot aan de finale’. Overal gonsde het ineens weer van de hoop, die mij voorkwam als opportunisme.

Hoop is goed, zegt u wellicht. Ik zeg: niet voor Nederland. Hoe het precies werkt met die mysterieuze krachten in de sport weet ik ook niet, maar de feiten zijn duidelijk: als de Nederlandse voetbalfan hoop krijgt, mondt dat áltijd uit in hoogmoed, vervolgens gaat het áltijd mis. 1988 is de uitzondering die deze regel bevestigt. Omdat Oranjeklanten steeds maar van links naar rechts blijven hossen krijg je het ze niet aan het verstand gepeuterd.

Doe toch als ik, ga aan het begin van het toernooi in de piepzak zitten en prevel schietgebedjes tot het voorbij is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next