Lieve Mark, Ik had met mezelf afgesproken minstens tien keer per dag niet aan je te denken, maar het lukt me niet. Er zit nog zoveel woede en onbegrip. Mijn therapeut stelde daarom voor je een brief te schrijven.
Een paar weken geleden, toen jij al niet meer van mij was, maar ik nog wel van jou, dacht ik terug aan hoe het allemaal begon. Aan hoe ik viel voor je uitbundige lach, je talent voor woorden en de gouden bergen die je me daarmee beloofde. Je was op alle vlakken anders dan mijn ex Jan Peter, en dat vond ik spannend.
Vrienden zeiden in die begindagen weleens: pas nou op, die Mark is een leugenaar. Maar dat waren altijd dezelfde vrienden – zure, linkse lui, tegenover wie ik je altijd verdedigde. Zelfs toen ik die stiekeme sms’jes tussen jou en Paul Polman las, en jij zei: ‘Geen zorgen, teer vaasje van me, we hebben het echt alleen over dividendbelasting samen.’
Terwijl ik nog geloofde dat we alle overgebleven dagen van ons leven samen zouden doorbrengen, was jij ze blijkbaar al een tijdje aan het uitzitten.
Vergis je niet: ook ik voelde heus wel hoe de bekoring van het onbekende langzaamaan plaatsmaakte voor een diep ingesleten sleur. En ook ik vond dat we elkaar te vaak zagen, en anderen juist te weinig. Maar dat rechtvaardigt toch niet waarom jij op het eind niet eens meer je best deed? Waarom moest het zo vernederend?
‘Ik heb daar geen actieve herinnering aan’, zei je een keer, terwijl je me verdomme recht in m’n ogen aankeek. Op die dag brak er iets vanbinnen, dat mag je best weten. Vanaf dat moment begon ik me dood te ergeren aan dat toxische positivisme van je. Aan alles altijd maar weglachen, en dat continu, haha!
Ik kon dat gedweep met die fiets van je niet meer verdragen, net als dat eeuwige gelul over die tweedehands Saab.
Met dat chagrijn in m’n lijf ben ik een paar maanden geleden iemand anders tegengekomen. Ik ben er niet trots op, maar het is de waarheid. Hij is lang, blond, dominant, vurig – eigenlijk alles wat jij niet bent. En je mag dit best weten: het voelde heerlijk de eerste paar keer, juist omdat het zo stout was.
Maar nu, slechts een paar weken later, besef ik dat het allemaal voortkwam uit rancune. Nu denk ik: wat is eigenlijk beter? Iemand die zijn berichtjes stiekem wist en daar vervolgens over liegt, of iemand die lijdt aan een chronische verbale incontinentie en daarmee ook het slechtste in mij naar boven haalt?
Verdomme, Mark, zie je wat je met me doet? Ik weet heus wel dat ik de afgelopen veertien jaar te weinig complimenteus was en soms flirtte met andere, wat extremere types. Maar dat rechtvaardigt toch niet dat je al na één fucking knipoog van Joe Biden als een tochtige koe achter die gespierde jongens van de Navo aanloopt? Dat verdien ik toch niet?
Nu ben jij weg en zit ik opgescheept met die nieuwe stoethaspel. Ik weet niet waarom, maar het doet me allemaal denken aan een beroemd geworden betoging in Chili tegen president Salvador Allende, toen er op het Plaza de Armas een spandoek hing met de tekst: ‘Dit is een kloteregering, maar wel mijn regering.’
Mark, ik ben blij dat je weg bent, en ik mis je.
Vaarwel.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant