Iran gaat naar de stembus. Maar hebben de Iraniërs wel iets te kiezen? Voor velen is de echte keuze: óf de minst slechte kandidaat een kans geven, óf thuisblijven. Want hoe lager de opkomst, hoe meer het regime in zijn hemd staat.
Overdag is het in Teheran zo’n 37 graden Celsius. Daarmee geeft de thermometer trefzeker ook de politieke temperatuur aan: van verkiezingskoorts is in Iran geen sprake. Ook in de laatste dagen voor de presidentsverkiezingen is de stemming lauw. De meeste Iraniërs, zo blijkt uit schaarse peilingen, zullen zelfs niet de moeite nemen vandaag naar de stembus te gaan.
‘Het is allemaal nep’, zegt Taha, een 32-jarige dadelverkoper op de traditionele Tajrish-markt in Noord-Teheran. ‘Het is zinloos. De kandidaten zijn geselecteerd door de Opperste Leider. De kiezers komen er niet aan te pas.’ Wie er ook als winnaar uit de bus komt, zegt de marktkoopman met een moedeloos gebaar, hij zal altijd in de schaduw staan van ayatollah Ali Khamenei, de man die het in Iran echt voor het zeggen heeft. Ook de belabberde staat van de economie zal er niet beter op worden.
Het is niet moeilijk in de Iraanse hoofdstad mensen als Taha te vinden. Spreek een willekeurige voorbijganger aan en de kans is groot dat hij of zij laat blijken geen enkele hoop te hebben dat er na vrijdag iets ten goede zal veranderen. Na de toezegging dat ze niet met foto en achternaam in de krant komen gaan sommigen nog verder, tot aan het vervloeken toe van de Islamitische Republiek en de greep van de islam op de samenleving.
Hoevéél mensen zo denken, is niet bekend. Volgens Gamaan, een onderzoeksproject van Iraanse academici in Nederland, staat bijna 70 procent van de Iraniërs, met name jongeren, afwijzend tegenover een politiek systeem gebaseerd op religie. Gamaan ondervraagt online regelmatig tienduizenden Iraniërs. Vorige week zei slechts 22 procent zeker te gaan stemmen; bijna twee derde zei dat niet te zullen doen. De rest twijfelde.
De opkomst is misschien wel het belangrijkste van deze verkiezingen, die werden uitgeschreven nadat de drie jaar geleden gekozen president Ebrahim Raisi vorige maand was omgekomen bij een helikopterongeluk. Bij de presidentsverkiezingen van 2021 was de opkomst gedaald tot 48 procent (volgens Gamaan nog geflatteerd). Bij de parlementsverkiezingen in maart dit jaar was het 41 procent. Blijft dat zo, dan wordt bevestigd dat het vertrouwen in het ooit revolutionaire project van de Islamitische Republiek is vervlogen.
De machthebbers redeneren omgekeerd: een goede kiezersopkomst zal de legitimiteit van het regime bevestigen, op z’n minst aan de buitenwereld. Dinsdag nog zei Opperste Leider Khamenei in een toespraak dat een hoge opkomst ‘de vijanden van de Islamitische Republiek zal doen zwijgen’.
Ooit wisten verkiezingen in Iran wél de massa te begeesteren, vertelt Salome, een 45-jarige lerares Engels. Dat was toen mensen nog geloofden in de mogelijkheid van verandering via de stembus. Zoals toen de hervormer Mohammad Khatami werd gekozen, in 1997 en opnieuw in 2001, en toen diens geestverwant Mir-Hossein Mousavi verkiesbaar was, in 2009.
‘Elke avond voerden we campagne, de straten waren vol’, zegt ze, terwijl de herinnering tranen in haar ogen doet opwellen. Hetzelfde geldt voor de massale protesten van Mousavi-aanhangers, toen die meenden dat hun kandidaat de overwinning middels fraude was ontstolen. Het mislukken van die protesten – bekend als Groene Beweging – was een klap voor de hervormers en hun aanhang.
Een dergelijke ontgoocheling speelde ook anderhalf jaar geleden, toen het regime keihard een eind maakte aan de protesten na de dood van de 22-jarige Mahsa Amini. De jonge vrouw was mishandeld na te zijn gearresteerd wegens het niet naleven van de kledingregels.
Het neerslaan van de beweging met de leus ‘Vrouwen, Leven, Vrijheid’ heeft een opmerkelijk effect gehad: meer vrouwen dan ooit in Iran gaan met onbedekt haar over straat. Toen de Volkskrant Iran in 2008 bezocht, waren ongesluierde vrouwen in het geheel niet te zien. Ook drie jaar geleden nog hadden moderne vrouwen op z’n minst een sjaaltje achter op het hoofd.
Anno 2024 echter is de mate van ongehoorzaamheid frappant. In het moderne, welgestelde Noord-Teheran wordt de nog altijd geldende hoofddoekplicht op grote schaal genegeerd. Misschien wel de helft van alle jonge vrouwen trekt zich er niets van aan. ‘Het kan ze sinds de dood van Mahsa Amini niets meer schelen’, zegt Salome. Volgens haar is het in andere grote steden niet anders. Zelfs in de conservatieve volkswijken van Zuid-Teheran wordt de (enkele) ongesluierde meisjes en vrouwen zo te zien niets in de weg gelegd.
Soms echter grijpt de moraalpolitie (vrouwen in chador meestal) wel degelijk in, en sinds april is het toezicht zelfs aanzienlijk verscherpt. Dat gebeurt vooral op plekken waar de slachtoffers alleen zijn, zodat de politie geen consternatie hoeft te vrezen.
Rond de toeristische attractie Darband is daarvan, drie dagen voor de verkiezingen, geen sprake. De plek aan de noordoostrand van Teheran trekt duizenden dagjesmensen, zeker op deze religieuze feestdag Eidh al-Ghadir. Naast een klaterende stroom lopen de bezoekers de berg op over een prachtig groen wandelpad, omzoomd door winkeltjes, theehuizen en restaurants.
Hossin (59) en zijn vrouw Sedighe (57) uit Mashhad, de tweede stad van het land, zijn op pad met hun zoon Hamidreza en schoondochter Reyhane, beiden 25 jaar oud. Sedighe draagt een kleurige hoofddoek boven haar jeans en als het zo uitkomt een zwarte chador, maar haar schoondochter en haar (afwezige) dochter peinzen daar niet over. Beiden hebben de hoofddoek afgeworpen, en Sedighe vindt het prima. ‘Moeten ze helemaal zelf weten.’
Ook dat de twee jonge vrouwen, net als Hamidreza, deelnamen aan de protesten rond Mahsa Amini vond ze uitstekend, al maakte ze zich als moeder zorgen om hun veiligheid. Wat verder opvalt is dat de familie een prachtige afspiegeling vormt van de electorale voorkeuren deze week in Iran.
Sedighe gaat op de 70-jarige Masoud Pezeshkian stemmen, een voormalig minister van Gezondheid die zich heeft ontpopt als de enige hervormingsgezinde van de vier kandidaten die nog over zijn (twee conservatieven trokken zich deze week terug). Hij neemt het op tegen drie geheide hardliners en conservatieven. Door Pezeshkian toe te laten tot de race, wilde het regime ongetwijfeld de schijn wekken dat er iets te kiezen valt. Niet duidelijk is of men besefte dat hij, zoals nu blijkt uit de peilingen, daadwerkelijk kans zou maken.
Schoondochter Reyhane gaat niet stemmen. ‘O nee!’, zegt ze, met een ferm handgebaar. ‘Ik hou van Vrouwen, Leven, Vrijheid. Ik geloof in revolutie.’
Daarentegen gaat haar vriend Hamidreza op Saeed Jalili stemmen, een conservatieve havik. ‘Ik geloof in hervorming, niet in revolutie’, zegt hij. ‘Stem dan op Pezeshkian’, gromt zijn schoonmoeder.
Vader Hossin twijfelt nog. Als hij gaat stemmen, wordt het Pezeshkian. Maar misschien blijft hij wel thuis. Heeft het immers wel zin allemaal? Vorige hervormingsgezinde presidenten, zoals Khatami, zijn met hun kop tegen de muur gelopen. Uiteindelijk bleek Khamenei, de Opperste Leider, telkens weer de echte baas van het land te zijn.
Voor precies deze keuze staat een groot deel van de kiezers in Iran. Op sociale media wordt opgeroepen tot een boycot: hoe lager de opkomst, hoe meer het regime in zijn hemd staat. Bekende artiesten en dissidenten als Nobelprijswinnaar Narges Mohammadi steunen de oproep. ‘Ik weiger mee te doen aan onwettige verkiezingen van een onwettige regering’, liet ze vanuit de Evin-gevangenis weten. Op Pezeshkian stemmen heeft geen zin, vinden de boycotters. Hij heeft zelf al gezegd binnen de kaders van Khamenei te zullen blijven en zijn gezag te eerbiedigen.
Anderen daarentegen geven in hemelsnaam toch maar de minst conservatieve van het stel een kans. Ook oud-president Khatami heeft zijn steun uitgesproken aan Pezeshkian. Meer dan 50 procent van de stemmen zal die vrijdag vermoedelijk niet krijgen, maar het is zeker mogelijk dat hij doorgaat naar de tweede ronde op 5 juli. In dat geval zal de voormalige hartchirurg het opnemen tegen de best scorende hardliner, waarschijnlijk Jalili of de als corrupt bekend staande Mohammad Ghalibaf. Zo’n scherpe keuze – slecht of minder slecht – zou de strijd weleens een nieuwe dynamiek kunnen geven.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant