Home

Hoe je het patiënt-zijn moet verdragen, daar weten we als dokters niet zoveel van

Heel soms wandelt iemand de spreekkamer binnen en denk je als huisarts direct: foute boel. Ik was nog maar net huisarts en nam waar in een christelijk tuindersdorp. Hij was groenteteler, een grote zwijgzame man. Over twee maanden zou hij met pensioen gaan, hij was 65 en zijn rug en handen waren versleten van een leven lang zwaar werk. Ze keken uit naar de rust, hij en zijn vrouw, en overwogen een caravan te kopen, samen genieten.

Maar nu zaten ze tegenover me, hij en zijn vrouw, ik zag zijn vaalgele huid en had zijn lever gevoeld en wist dat het mis was. Het bleek alvleesklierkanker, in een vergevorderd stadium. Geen behandelopties. Met een levensverwachting van eerder weken dan maanden; de internist had somber gekeken toen hij vroeg of hij de Kerst zou halen en het was al half september.

Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een paar keer per week bezocht ik hem en zijn vrouw in hun tuinderswoning. Zij wachtte me dan op en keek me met grote verdrietige ogen aan. Hij lag vanaf dat moment op bed. Hij wilde dan maar dood, moest hij nog een paar maanden liggen wachten en creperen soms, als het toch allemaal geen zin meer had? Hij was woedend. Op God. Op het leven.

Ik vroeg hem of er dingen waren die hij nog wilde doen – met zijn vrouw en dochter en haar gezin een dagje weg, of naar zijn biljartvereniging misschien? – maar hij wilde niks meer en hij wilde ook niemand meer zien, zelfs de jongens van zijn tuinderij niet. Ik vond het vreselijk. Voor hem, maar ook voor zijn vrouw en dochter. Na vier weken depressief en woedend in bed te hebben gelegen, stierf hij.

Zijn vrouw bleef ontredderd achter. En ik eigenlijk ook. Ik had hun zo gegund dat ze elkaar konden vinden in deze laatste fase, dat hij haar nog zou vertellen hoeveel hij van haar hield, en zijn dochter zeggen hoe trots hij op haar was. In alle ellende toch een soort Disney-einde.

Veel mensen vertellen dat ze hun leven met kanker, ook als ze weten dat ze gaan sterven, als een heel waardevolle periode ervaren. Maar hij kon niets met de kanker en de op hem af denderende dood. Ik begrijp dat wel. Ik vind het leven zonder kanker al moeilijk genoeg, een hele kluif vind ik het, omgaan met de wereld en mezelf – ik ben geen levenskunstenaar die zonder meer verrukt en verwonderd van het leven geniet.

Hoe dan als je kanker krijgt? Hoe ga je om met de confrontatie met je eigen sterfelijkheid, het wachten op uitslagen, het ziek zijn en de behandelingen die je onpeilbaar moe of misselijk of kaal maken, en de onzekerheid wat je kwaliteit van leven nog wordt?

Als dokters zijn we bij kanker natuurlijk erg gefocust op geneeskunst, maar hoe je het patiënt-zijn moet dragen, en verdragen, hoe je om moet gaan met ziek zijn, daar weten we niet zoveel van. Er is gelukkig steeds meer oog voor, maar wat dan het beste helpt om te leven met kankerpech, daar hebben we geen recept voor.

Peet, een vriendin van mijn zus, had twee keer pech. Eerst kreeg ze al jong een vorm van bloedkankerk, en vervolgens borstkanker met uitzaaiingen. Ze hield een schriftje bij vol overlevingstips, parels, die haar hielpen om de moed, het geduld en de wijsheid op te brengen die haar leven met kanker van haar vroeg. Een soort personal cancer survival guide.

Samen met mijn zus Jacky hebben ze dit bewerkt tot het boek Parels in de shit. Hierin bespreken zij hoe met, ondanks en soms dankzij ziekte ‘en andere shit’ het leven te leven. Het is eigenlijk een boek over levenskunst en ziektekunst, al noemen zij dat zelf niet zo. Uit het boek blijkt gelukkig dat het leven ook voor hen gewoon een rommelige zoektocht is. En dat die zoektocht vaak vrij universeel is.

Veel thema’s komen immers in elk leven langs: doe ik ertoe? Hoe ga ik om met mijn veranderende lijf? Hoe verdeel ik mijn energie? Wanneer ervaar ik een dag als zinvol? Hoe ga ik om met verlies? Hoe laat ik me niet verlammen door angst? Hoe kan ik mezelf accepteren? Hoe word ik tevreden met wat er is? Vaak leidt de waan van alledag gezonde mensen af van deze grote levensvragen, maar staan ze bij mensen met kanker juist centraal.

Dat maakt dat de parels van Peet zo helder zijn. Stop je shit in je handtas, is er zo één. Het helpt Peet om niet haar ziekte te worden, maar om deze te dragen. Waarmee ruimte komt om te genieten en aandacht te geven aan de delen van het leven die er óók zijn. Had de groenteteler dat ook maar gekund.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next