Home

Een goede sketch heeft een ruw en onverwacht einde

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Op de valreep van dit theaterseizoen bezocht ik De Joardy Show, de eerste cabaretvoorstelling van acteur Jim Deddes. Ik kreeg er geen spijt van, want de absurde humor van Deddes – bekend van types op YouTube als de stugge Amsterdammer Harco en voetballer Brian Rompoe – is zeer aan mij besteed. Bij Deddes herken ik de humor van het legendarische VPRO-programma Jiskefet, maar dan toegepast op het social media-tijdperk. Ook het Joardy-universum wordt bevolkt door vage Amsterdamse gozers, verwarde vrouwen en pretentieuze kunstenaars.

Deddes brengt ook nieuwe personages in het theater. Erg grappig is de patserige party-organisator die locaties scout voor zijn ruige festival Trekdrop. Deddes laat zich in de voorstelling bijstaan door acteur Oscar Aerts. Die speelt onder anderen de echtgenoot van de gefrustreerde vrouw Halleke – nog zo’n mooie Deddes-creatie.

Er waren ook momenten dat het wat haperde in De Joardy Show. De overgangen tussen scènes waren niet altijd soepel. Dat is een van de moeilijkste onderdelen van een sketchvoorstelling: hoe laat je een scène eindigen? Je moet vooral niet te netjes afronden en dan een stilte laten vallen, zodat het publiek de ruimte krijgt om te gaan klappen.

Een ander dilemma bij een voorstelling met een reeks sketches en personages is: gaan we wel of niet verkleden? Deddes en Aerts kozen voor diverse outfits, pruiken en brillen. Dat is begrijpelijk wanneer je herkenbare types zoals Harco met zijn blauwe trainingsjackie ten tonele voert. Maar door die verkledingen zakt het tempo soms in en is Deddes vaak niet op het toneel aanwezig.

Dergelijke zaken vallen extra op omdat de lat momenteel zo hoog ligt in het sketchcabaret. De Nederlandse kijker is gewend geraakt aan een voortrazende montage. Met dank aan de duo’s Rundfunk (Yannick van de Velde en Tom van Kalmthout) en n00b (Laura Bakker en Isabelle Kafando). Deze duo’s treden op in één kostuum, vaak een soort multifunctionele huispakken, waardoor zij in een oogwenk tussen personages kunnen schakelen.

In hun derde voorstelling Schau, dit jaar opgenomen in de Cabaret Collectie van het Theater Festival, bewees Rundfunk dat ze het sketchgenre tot in de perfectie beheersen. De show begint met een zapgeluid van een afstandsbediening en we zitten meteen midden in in een scène. Van daaruit vertrekt de hogesnelheidstrein en anderhalf uur later ben je beduusd van wat er allemaal voor grappigs en grofs is gepasseerd.

Ook Niels van der Laan en Jeroen Woe zijn goed in het aan elkaar lassen van sketches. In hun laatste show NG, waarmee ze momenteel een week lang in Carré staan, zitten minder sketches en typetjes dan gebruikelijk bij het duo. NG slaat op de Chinese achternaam van Jeroen Woe. In de vindingrijke voorstelling wordt Woes familiegeschiedenis (hij is voor een kwart Chinees) uitgeplozen. Maar de sketches die er zijn, eentje in de kapsalon, eentje in het ziekenhuis, worden heel vloeiend ingevoegd in de autobiografische vertelling, vaak met behulp van muziek.

Mede door deze uitblinkers kunnen we concluderen dat een goede theatersketch gebaat is bij een ruw en onverwacht einde. Als kijker moet je niet eens doorhebben dat de ene scène was afgelopen, en de volgende alweer is begonnen. En klappen, dat doen we na afloop wel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next