Home

Mannen over mentale klachten: 'Je bent niet gek of een softie'

Voor veel mannen voelt het bespreken van mentale klachten nog altijd als taboe. Daarom is juni de Men's Mental Health Awareness Month. NU.nl-lezers Mathijs Eshuis (33) en Simon de Meij (66) doen hun verhaal. "Als je gevoelens onder de pet houdt, raak je verder in de put."

"Als tiener zag ik de film Into the Wild, die me inspireerde om iets te maken van mijn leven", begint Mathijs. Hij solliciteerde bij de landmacht, maar besloot na een afwijzing een mbo-opleiding te gaan volgen. "Daar liep ik al snel tegen mezelf aan."

Mathijs was veeleisend naar zichzelf en anderen. Daarom begon hij aan een hbo-opleiding. "Daar haalde ik het eerste jaar hoge cijfers, maar in het tweede jaar ging ik opdrachten uitstellen en vermijden." Wanneer Mathijs overstapt naar de pabo, herhaalt zich hetzelfde patroon. "Ik negeerde mijn gevoelens en wanneer iemand er wel naar vroeg, wuifde ik het weg."

"Ik was emotioneel onbenaderbaar. De warmte verdween uit een gesprek", vertelt Mathijs. Hierdoor verwatert ook het contact met zijn vriendengroep. "Ik wilde ze niet opzadelen met mijn problemen of vragen om naar mij toe te komen."

Totdat Mathijs in 2018 overspannen raakt en thuis komt te zitten met een doorverwijzing naar de psycholoog. "In mijn omgeving bespraken mannen hun gevoel helemaal niet. Net als mijn vrienden: er was weinig binding of diepgang."

Het bespreekbaar maken van gevoelens of het zoeken van hulp vindt Mathijs dan nog lastig. "Ik ben een kerel van 2 meter met een baard, daar heb je een bepaalde indruk bij. En er wordt als man veel van me verwacht." Wanneer Mathijs die verwachtingen volgens hem niet kon waarmaken, schaamde hij zich. "Ik dacht: als zij het wel kunnen en ik niet, dan is er wat mis met mij. Het voelde als falen toen ik toegaf dat ik niet aan die eisen kon voldoen."

Toch besluit Mathijs hulp te zoeken. Hij sprak een jaar lang met een eerstelijnspsycholoog en kreeg uiteindelijk de diagnose OCPS en faalangst. "Dat zorgde voor herkenning, waardoor ik openstond voor hulp. En hulp kun je pas echt krijgen als je dat zelf wilt."

Een jaar na zijn diagnose krijgt Mathijs groepstherapie. "Door de gekregen hulp en zelfkennis kan ik nu beter omgaan met mijn worstelingen." Ook vindt Mathijs het nu belangrijk om zijn gevoelens bespreekbaar te maken. Bij collega's gaf hij ook gelijk aan dat hij kampte met mentale klachten. "Ze hebben begrip en sommigen vertellen dat zij ook mentale klachten ervaren."

Maar sommige jeugdvrienden begrijpen niet welke mentale klachten Mathijs heeft. "Met hen heb ik nog steeds een oppervlakkig gesprek, of we praten over 'mannendingen'. Maar niet over gevoel." Toch heeft Mathijs inmiddels ook vrienden met wie hij wel alles kan bespreken. "Zij zijn vrienden geworden met 'de Mathijs na hulp', in plaats van de onbenaderbare Mathijs."

Alhoewel Mathijs nu in een stijgende lijn zit, ziet hij mannen bij wie dat niet zo is. "Ik zie mannen die hun gevoel negeren of wegwuiven, net als ik." Daarom benadrukt hij dat het belangrijk is om hulp te zoeken. "Hoe langer je ermee loopt, hoe meer roet je in je eigen eten gooit - en hoe dieper in de put je geraakt."

Simon de Meij is 44 als hij te maken krijgt met lichte klachten van depressie. "Ik had een druk leven met twee kinderen en een baan in de zorg. Ik dacht dat het normaal was om je somber te voelen." En alhoewel Simon zelf verpleegkundige in het ziekenhuis en de psychiatrie is, wil hij zijn sombere gevoelens eerst niet erkennen. Bovendien ziet Simon in zijn werk dan nog alleen de vooroordelen over mentale gezondheid en mannen. "Je moet als man altijd stoer en sterk zijn, dus als je vertelde dat je naar de psycholoog ging, was je gek of een softie."

Als mensen op straat vragen hoe het met hem gaat, kan Simon het gesprek afleiden van zijn mentale klachten. "Ik wilde andere mensen niet tot last zijn. Dus had ik een soort mechanisme waardoor ik de ander het gesprek liet volpraten."

Daardoor loopt Simon lang door met zijn gevoelens. "Tot ik op een gegeven moment drie maanden in bed lag. Ik wilde niemand meer zien." Simon ziet dan in dat hij niet een midlifecrisis heeft, of dat het even moeilijk gaat op werk. "Ik was net zoals mijn oma en vader, die ook depressies hadden."

Uiteindelijk gaat Simon praten met een psychiater die Simon vertelt dat hij kampt met een depressie. "Vanuit mijn werk wist ik goed hoe ik het mijn familie moest vertellen. En na het praten over mijn mentale problemen kreeg ik begrip."

Om zijn depressies verder te behandelen, ondergaat Simon shocktherapie. "Wanneer je wacht op je shockbehandeling, lig je op een zaaltje." De drie anderen in het ziekenhuiszaaltje herkenden Simon als hun verpleegkundige. "Ik was nu zelf de cliënt, in plaats van behandelaar. Iets wat voor mij ook een mooi moment was. Ik dacht: zie je wel, we kunnen allemaal mentale klachten krijgen."

In januari van dit jaar kreeg Simon zijn laatste shock, de 33e. "Maar ik kreeg zoveel shocks, dat ik geheugenverlies heb." Hierdoor kan hij niet meer werken, wat Simon een gemis vindt. "Ik heb niet op de goede manier afscheid genomen van mijn werk, waar ik soms weemoedig van word."

"Mijn depressieve klachten zijn redelijk weg", vertelt Simon. "Ik heb een heel lieve vrouw en mooie kinderen. Ik ben de gelukkigste depressieve man van Nederland." Daardoor is Simon inmiddels vrijwilliger bij het buurtcentrum, waar hij bardiensten draait. "Aan de bar vertellen mensen hun levensverhaal in vijf minuten, dus kan ik toch nog een beetje mijn vak blijven uitoefenen", grapt Simon.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next