De klassieke cowboy is in Hollywood al jaren geen graag geziene gast meer. Toch blijft acteur en regisseur Kevin Costner terugkeren naar de western, nu met het megalomane Horizon-filmproject. Wat drijft deze filmster toch steeds naar de prairie?
Ze geloven in een utopie, de tientallen zielen die uit alle delen van de wereld naar een verlaten gebied in het Amerikaanse westen zijn getrokken om daar een nederzetting te realiseren. Op talloze pamfletten in het land wordt reclame gemaakt voor ‘Horizon’, een onontgonnen terrein waar een ‘leven’ kan worden opgebouwd in een nog nieuw te bouwen stadje. Adembenemend is de locatie zeker, maar onontgonnen is het niet: het land behoort al duizenden jaren toe aan oorspronkelijke Apachen, een inheems volk, voor wie het stuk land een belangrijke oversteekplaats is over een rivier. Zij zullen de dromende kolonisten net zo lang blijven opjagen en elimineren totdat ze niet meer komen.
Maar een droom afpakken, dat gaat niet zomaar, zien we in Kevin Costners epische, drie uur durende westernspektakel Horizon: An American Saga – Chapter 1, over een bonte verzameling personages die rond 1860 allemaal afkoersen op dat ene, populaire stukje land. Ze hebben een droom, ze zinnen op wraak, ze worden opgejaagd door rancuneuze types (zoals een door Costner zelf gespeelde eenzame cowboy), of ze hebben simpelweg de droom om iets onvergetelijks te creëren, iets blijvends te maken, op een stuk grond dat minder vrij is dan het lijkt.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie.
Voor Kevin Costner dient het filmproject als zijn eigen Horizon. Al 36 jaar loopt de Oscarwinnende regisseur, acteur en producent rond met het idee voor dit megalomane filmproject, dat uiteindelijk moet uitmonden in maar liefst vier delen (het tweede deel is al klaar, en draait vanaf augustus in de bioscopen). Voor de filmstudio’s was dat allemaal net iets te omvangrijk en riskant: vrijwel niemand in Hollywood durfde het aan om erop te vertrouwen dat de films kaskrakers worden.
Behalve Costner dan, die uiteindelijk besloot om zijn droom zelf maar te financieren. Hij sloot een extra hypotheek af op een van zijn huizen, en investeert naar eigen zeggen zelf een kleine 40 miljoen dollar in de productie van de eerste twee van in zijn saga. Uiteindelijk springt filmstudio Warner bij voor de distributie van de eerste twee delen, maar wel onder strenge voorwaarden: eventuele vervolgdelen worden door de studio alleen uitgebracht als de eerste twee films een succes worden.
Die kans lijkt op het eerste gezicht klein, want het zijn in Hollywood bepaald geen gouden tijden voor originele films die niet voortborduren op een bekende franchise. Extra uitdagend: de hoogtijdagen van de klassieke western – vooral extreem populair in de jaren vijftig en zestig – zijn al lang voorbij. Als er al nieuwe westerns worden uitgebracht, zijn het vooral eigenzinniger variaties op het genre (zoals No Country for Old Men of There Will Be Blood), of producties die het genre op een meer kritische, revisionistische manier aanvliegen (zoals de Disney+-serie The English). De klassieke cowboy is in Hollywood allang geen graag geziene gast meer.
Toch is de cowboy voor Costner altijd een rode draad geweest in zijn loopbaan. Zo speelt hij een van zijn eerste grote rollen in Silverado (in 1985 ook een poging om de klassieke western weer populair te maken), en maakt hij in 1990 zijn regiedebuut met de epische western Dances with Wolves, een drie uur durend emotioneel spektakelstuk over een 19de-eeuwse legerluitenant (Costner zelf) die in het Wilde Westen bevriend raakt met een groep oorspronkelijke bewoners. De film wordt een kaskraker en wint uiteindelijk zeven Oscars, waaronder die voor beste film en beste regisseur. Als regisseur én hoofdrolspeler is Costner voor even de koning van de western.
Het is sowieso de periode waarin Costner de successen aan zijn kont heeft hangen, met hoofdrollen in films als The Untouchables (1987), Field of Dreams (1989), JFK (1991) en The Bodyguard (1992). Zijn latere films als regisseur komen niet in de buurt van het succes van Dances with Wolves, maar tonen wel aan dat Costner op een bepaalde manier altijd gefascineerd is gebleven door (variaties) op het beeld van de vrije cowboy in het Amerikaanse westen.
Neem bijvoorbeeld The Postman (1997), een postapocalyptische neowestern waarin een groot deel van de wereldbevolking is weggevaagd, en waarin Costner een nomade speelt die in de voormalige kledij van een postbode door Utah trekt om te zien wat er rest van het oude Amerika. Een hit wordt het niet: de film wordt neergesabeld door de critici en flopt ook tamelijk hard aan de bioscoopkassa’s. In 2003 keert regisseur Costner terug naar vertrouwder grond, met de veel beter ontvangen cowboyfilm Open Range, die zich opnieuw afspeelt in het Amerikaanse westen van de 19de eeuw, maar ditmaal draait om een conflict tussen twee veeboeren (Robert Duvall en Costner) en een lokale Ierse machthebber.
Zo blijft de cowboy – weliswaar in wisselende gedaanten – altijd terugkomen in Costners carrière, al duurt het uiteindelijk ruim twintig jaar voordat Costner weer zelf gaat regisseren. In de jaren voor zijn grote terugkeer als westernregisseur duikt Costner vooral op als acteur in inwisselbare actiefilms en komedies, en is hij in Hollywoodfilms in toenemende mate bijrolacteur (onder meer in Hidden Figures, Man of Steel en Molly’s Game).
De ommekeer komt, jawel, met een rol waarin Costner toch vooral weer de cowboy mag uithangen, al loopt die cowboy ditmaal rond in het Amerika van nu. Want het is toch vooral hitserie Yellowstone (2018-heden) die Costner weer op de kaart zet. In de best bekeken Amerikaanse serie van de laatste jaren speelt Costner landeigenaar John Dutton, een conservatieve Amerikaan die tot het uiterste gaat om zijn land en zijn familie te beschermen. Zijn grond is de belichaming van zijn Amerikaanse droom, en iedereen die daaraan tornt, is aan de beurt.
Het succes van Yellowstone zorgt er uiteindelijk voor dat Costner weer kansen ziet om zijn grote westerndroom nieuw leven in te blazen, hoewel niemand in Hollywood bereid is zich compromisloos over te leveren aan cowboy Costner. In een recent podcastinterview met The New Yorker: ‘Hollywood drijft de laatste jaren toch vooral op sequels en superheldenfilms. Het is niet alsof ik een soort avant-gardefilmmaker ben, die ontoegankelijke films maakt die niet te volgen zijn voor de gewone kijker. Ik maak mainstreamfilms, maar doe dat wel op mijn manier. Als een studio vindt dat er een scène uit moet omdat het ‘niet nodig’ is, ga ik daar niet in mee. Ik weiger de kortste weg naar een pistoolgevecht te nemen.’
Het genre gaat hem aan het hart. In het podcastinterview omschrijft Costner de western als ‘de Amerikaanse Shakespeare’, waarmee hij vooral doelt op de thema’s, de taal, de aankleding en wat westerns kunnen zeggen over de fundamenten waarop een samenleving is gebouwd.
In het interview benadrukt Costner dat hij vooral bezig is met hoe zijn film uiteindelijk de geschiedenisboeken in zal gaan. ‘Ik houd me als filmmaker niet bezig met wat nu in is. Ik wil iets klassieks maken, iets dat niet wordt beoordeeld op hoe het scoort aan de bioscoopkassa’s in het openingsweekend. Voor mij is het belangrijker hoe er uiteindelijk op de film zal worden teruggekeken. In dat opzicht is het fijn dat de films voor de rest van mijn leven van ‘mij’ zijn; ik kan ze elke vijf jaar opnieuw uitbrengen als ik dat wil, dus ze hoeven niet gebonden te zijn aan deze specifieke tijd. Natuurlijk hoop ik dat ik geld terugverdien met deze film, maar dat is niet de belangrijkste drijfveer. Ik hoop vooral dat het publiek ziet waarom ik dit zo graag wilde maken.’
Die mentaliteit houdt cowboy Costner, inmiddels bijna een zeventiger, vast. Vlak voor de première van Horizon: An American Saga is het derde deel in productie gegaan, terwijl de financiering volgens Costner nog altijd niet rond is. En dus lopen de rekeningen in huize Costner voorlopig alleen maar verder op. Maar die vier delen, die gaan er hoe dan ook komen. Een cowboy laat zich nu eenmaal nooit zomaar zijn droom afpakken.
Horizon: An American Saga: Chapter One draait vanaf 4 juli in de bioscopen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant