‘Dank u, voorzitter. En dank aan de Kamerleden voor hun vragen, die ik zo goed mogelijk zal beantwoorden. Als u het goed vindt, behandel ik alle vragen over alles wat ik in het verleden ooit heb gezegd en gedaan in één keer, dat schiet een beetje op. Mijn antwoord luidt: ik neem daar afstand van. Ik neem afstand van racisme en discriminatie en van alle mensen die zich daarvan bedienen, inclusief ikzelf.
‘Mocht het zo zijn overgekomen dat de indruk is gewekt dat ikzelf mij als zodanig heb uitgelaten, als zijnde in de context van een racistisch dan wel discriminatoir vertoog, dan zou ik mijzelf verre van mij werpen. Maar dat doe ik niet, voorzitter, want ieder zijn eigen woorden. En woorden en vrijheid van meningsuiting, u weet wel, daar torn ik niet aan. Het staat u vrij conclusies te trekken, maar ik zeg nu: ik ben er voor alle Nederlanders die op mijn partij hebben gestemd, en voor de rest ook. Althans: als minister, in mijn hoedanigheid als de rol van bewindspersoon, gezien mijn positie. Daar kunt u mij aan houden, dat lijkt me helder.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Het is al vaker gegaan over het recenseren van uitspraken uit het verleden. Ik sluit mij daar in dier voege bij aan, maar aangezien die uitspraak nu alweer in het verleden ligt, zou ik het waarderen als u zich van enige recensie zou willen onthouden, voorzitter. Vanaf nu spreek ik niet langer over ‘omvolking’, maar over ‘zorgwekkende demografische ontwikkelingen’. Niet over ‘natuur’, maar over ‘zorgwekkend groen gewoeker’. Niet over ‘ontwikkelingshulp’, maar over ‘zorgwekkend weggegooid geld’. Niet over ‘Oranje’, maar over ‘een zorgwekkend zootje’. Niet over ‘rechtsstatelijke bezwaren’, maar over ‘zorgwekkend verzet tegen intelligent beleid’.
‘En misschien wás ik soms te fel. En misschien héb ik jarenlang de meest walgelijke dingen gezegd, gevonden en getweet. Maar er zaten ook retweets tussen. Dus. Dat gezegd hebbende: dat was toen, en ik distantieer mij daarvan, in elk geval zo lang deze vergadering duurt.
‘Liever, voorzitter, spreek ik hier over al die hulpeloze mensen die we gaan tegenhouden aan de grens en terugsturen naar oorlogsgebieden door uitspraken uit hun verleden te, nou ja, niet recenseren an sich, maar meer: van een gewogen waardeoordeel te voorzien. Een feestelijk vooruitzicht. Daarnaast hecht ik eraan te melden dat ik me verheug op samenwerking met de collega’s van NSC en VVD, die zullen opletten of ik mij houd aan het hoofdlijnenakkoord, zoals een baasje van een dolle vechthond van een veilige afstand toekijkt of het dier zich houdt aan het niet-kleuterbijtakkoord.
‘Wat mij betreft een mensonterende motie van wantrouwen. Maar daarover hoor je niks op de propagandakanalen van de zuurlinkse elite, als ik het als privépersoon zo cru mag formuleren, voorzitter. En dan wordt er door het journaille beweerd dat je weinig met ze op hebt, dankzij die walgelijke, extreemlinkse vooringenomenheid, maar als minister respecteer ik hun werk zeer. Dit is namelijk een ambt, dat houdt iets in. Wat dat iets is, staat ergens. En dat parkoers volg ik, als bewindspersoon, vanzelfsprekend. Maar ik ben ook een mens, en het raakt me van u te horen hoe incompetent en boosaardig ik in het verleden moet zijn geweest. Dat doet me wat, maar dat was toen, en dit is nu, en straks is straks, en dan piept u wel anders.
‘Dat laatste had ik niet zo moeten zeggen. Beschouwt u het maar als niet-gezegd. Niet dat ik het terugneem trouwens, want ik vind het wel degelijk. Dat merkt u vanzelf, zodra u doorheeft dat u iets verloren bent.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant