„Wij zijn nu hier. En nu we hier zijn, hopen wij dat we iets mee zullen maken. Iets dat we nog niet eerder hebben meegemaakt, liefst iets dat ons zal veranderen. Dat is wat wij met elkaar delen: de stille hoop op verandering. Welkom in de onwerkelijkheid.”
Het klinkt als een gebed waarmee je elke theatervoorstelling kunt openen, maar het zijn de welkomstwoorden bij Versus van Theater Utrecht, een briljante tekst van Casper Vandeputte en Vincent van der Valk.
In een ongekend vruchtbaar theaterjaar, boordevol prikkelende en steengoede voorstellingen, was Versus de voorstelling die er boven uitstak. Eindelijk weer eens een voorstelling die niet op de knieën ging, maar een tekst die intellectueel net boven je macht grijpt. Dankzij ideeën die je uitdagen, uitspraken die precies formuleren wat de rot in de huidige samenleving is, én retorische salto’s van het type waar het moderne leven van overloopt. Het enige wat je als toeschouwer kon doen, was de voorstelling nog een keer bezoeken. En daarna nog eens rustig het tekstboekje lezen.
Versus is een botsing in interviewvorm tussen een populist (Van der Valk) en een journaliste (’Ntianu Stuger), oftewel tussen radicaal-rechts (hij) en links-liberaal (zij). Hun gesprek is een spits steekspel. Zo zegt hij bijvoorbeeld, gevraagd naar het waarom van zijn populariteit: „Ik denk dat ik zeg wat heel veel mensen denken.” Zij countert sterk: „Is het met zoveel volgers niet eerder andersom? Dat mensen gaan denken wat jij zegt?” Zo golft het heen en weer. Bij zijn populistische thema’s (de vermeende oorlog tegen de eigen beschaving, het openzetten van de poorten voor „mensen van buiten”, de ivoren toren van de elite) plaatst zij scherpe vragen en kanttekeningen. In negentig minuten ‘onwerkelijkheid’ van het theater krijg je meer diepgang en urgentie dan in vier jaar praatprogramma Op1 bij elkaar.
Waar Versus echt doel treft, is de vermeende ‘ongrijpbaarheid’ van rechts. De populist waant zich superieur vanwege zijn idee dat rechts goed weet waar links kwetsbaar is, terwijl links radeloos wordt van het feit dat de oude wapens moraal en waarheid nog geen krasje maken in de roestvrijstalen ideologie van rechts. De populist lacht superieur om de argumenten van de journaliste. Dat roept de ongelijke strijd van lijsttrekkersdebatten in herinneringen, waarin harde, ongefundeerde uithalen het wonnen van nuance en feiten. Dat hij het liefst met haar gaat olieworstelen is daar een mooie metafoor voor.
Als bron van zijn ongrijpbaarheid, de reden dat alle argumenten van hem afglijden, noemt hij de „onontkoombare natuurwet” in zijn mensbeeld: „De natuur is een oorlog van allen tegen allen.” Waarheid en moraal verliezen het van zijn „oerkracht”. Mensen vernietigen nu eenmaal andere mensen, denkt hij, en dus moet er een leider opstaan.
Op haar beurt neemt de journaliste het op voor de waarheid, voor de moraal en voor samenwerking tussen mensen. Het is geen pasklare oplossing, en natuurlijk geen winnende formule om rechts te overtuigen, maar ze geeft wel fraai uitdrukking aan haar opvattingen. Daarmee biedt ze een welkom tegenspel.
Tegelijk laat ze niet na de onmacht van links te analyseren, ook al bevestigt ze daarmee zijn illusie van zelfhaat bij links: „In plaats van ons te verenigen en samen ten strijde te trekken (…), gaan we de strijd met elkaar aan, concurreren we onszelf kapot.” Linkse mensen snakken naar verandering, maar zijn meer bezig met zelfverwezenlijking, zegt ze ook. „Waarom doen wij dat!?” Dat is ook het punt waar Stuger nadrukkelijk het publiek erbij betrekt: „Waarom doen jullie dat!?”
Versus doet een indringend appel op de toeschouwer, mede door een zaalbrede spiegel die het decor vormt en de bezoeker zijn inertie en afzijdigheid inpepert. Dat aanspraak maken op je verantwoordelijkheid als burger is bijna standaard in de nog altijd gulle stroom maatschappijkritische voorstellingen die de theaterbezoeker opvoedt, onderwijst en bijstuurt. Versus biedt weerbare woorden aan wie ze nodig heeft.
Hoewel het een ongekend heftig politiek jaar was, durfden en wilden theatermakers ook naar zichzelf te kijken. De familie vormt van oudsher een levendige bron voor drama, in ieders leven, en in veel stukken ging het over moederschap, over vaderschap en over de vraag of en hoe je kinderen wil of kan krijgen. Maar dan nu wel vaak in een hedendaagse setting, zonder klassieke rolpatronen, vanuit feministisch en/of queer perspectief.
Hardkoor van Naomi Velissariou bij Theater Utrecht was recent een nog nazinderde paukenslag in dit discours. De eenzaamheid, wanhoop en overlevingsdrang van het alleenstaande moederschap werden met vulkanische kracht het publiek in geslingerd.
Even onvergetelijk was hoe vertederend en liefdevol Bram Suijker en Emmanuel Ohene Boafo hun zoektocht naar goed vaderschap vorm gaven in A case for the existence of God bij Theater Rotterdam. Het zat in hun woorden, maar ook in hun lijf, in blikken en gebaartjes die twijfel en verlangen uitdrukten.
Meer dan de helft van de grote theatergezelschappen wordt inmiddels geleid door vrouwen en ook buiten die groep zijn vrouwelijke makers toonaangevend. Die feminiene blik resulteert onder meer in blijvende aandacht voor grensoverschrijdend gedrag in brisante en ontroerende voorstellingen. MeToo is voor vrouwelijke theatermakers geen trend, maar een nieuwe vorm van bewustzijn. In We’re all alone in this together laat Kim Karssen op even wrange als hilarische wijze zien dat vrouwonvriendelijkheid zit ingebakken in de stereotiepe rolverdeling tussen man en vrouw. En Eline Arbo etaleerde met Prima Facie hoe ontoereikend zedenwetgeving nog altijd is. Wat Ali B ook zegt: dat is een boodschap om ter harte te nemen.
Versus was mede zo goed dankzij de masterclass acteren van Vincent van der Valk en ’Ntianu Stuger. Van der Valk is één bonk superioriteit, met priemende ogen, geperste lippen, grimmig. Charmant, vals, overtuigd van zijn gelijk, dominant, zich breed makend met de flair van Thierry Baudet. Hij is echt eng.
Stuger fronst met haar lippen, smaalt, zwijgt, incasseert, denkt, verwerkt, terwijl minieme glimlachjes over haar gezicht trekken of haar lippen trillen als ze het soms niet meer weet of iets haar raakt. Zij is gelaagd, een hopend, zoekend, twijfelend, rationeel, en toch steeds weer optimistisch mens. Ik ben haar, of althans, ik zou haar willen zijn.
Vorig jaar zomer knalde Stuger al van het podium als de boze, fantasievolle en verdrietige negenjarige Benni, de spil in Wildfire van Orkater. En onlangs speelde ze weergaloos in haar eigen solo, A night with Queen Angelito, waarin ze indrukwekkend schakelde tussen de uitdagende présence van een zelfbewuste ster en de kwetsbare houding van een jonge vrouw met liefdesverdriet. Met onder meer een zinderende scène waarin ze haar tegenzin benoemt terwijl ze de verleiding van een erotische ontmoeting fysiek uitbeeldt. Wat een actrice.
Collega-recensent Elisabeth Oosterling vond hun Voor altijd en altijd en altijd en altijd een van de beste voorstellingen van het jaar, collega Amber Wiznitzer dacht hetzelfde bij hun De Holidayshow en zelf zette ik hun Goed Goud Geld in mijn toptien. Dan doe je iets goed, als Nieuw Utrechts Toneel zijnde. Greg Nottrot, drijvende kracht van het gezelschap, weet als geen ander een vorm van ontspannen intimiteit te creëren. Veel theatermakers zoeken naar een huiskamergevoel in hun werk, maar de joviale Nottrot gaat het moeiteloos af. We weten dat de wereld naar de verdommenis gaat, maar weten we nog hoe we het leuk moeten hebben? Nottrot wel.
Aan imponerend en vreugdebrengend muziektheater geen gebrek dit seizoen. Dat begon met de soundtrack van Thijs van Vuure bij Penthesilea, met ontzagwekkend goed musicerende en zingende ITA-acteurs, en eindige onlangs bij de schijnbaar achtarmige, want virtuoos drummende Jens Bouttery, in wondermooie combinatie met de serene zang van het Nederlands Kamerkoor bij Hardkoor van Naomi Velissariou. Meest memorabel was het Nederlandstalige grommen en uitgerekte klanken kermen van de oorverdovende doom-metalband DEATH.DEF, de huisband bij De Eindtijd Revue van Urland (ook met Bouttery op drums). Zo klinkt hel en verdoemenis. Het is nog altijd wachten op hun debuutalbum.
Het was een aantal jaren sappelen met de komedie in Nederland, die op sterven na dood leek. Een constatering die vorig seizoen meermaals werd onderstreept, meest ongelukkig door de opvoering van Laagland van Eric de Vroedt bij Het Nationale Theater in juni 2023.
Gelukkig gaan zulke trends in golfbewegingen. Dit seizoen beleefde de komedie een glorieuze comeback. Met als uitschieters onder de vele goede, geestige voorstellingen: The Returned van Ada Ozdogan bij Theater Rast, Showmeister van Jan Hulst en Kasper Tarenskeen bij Theater Oostpool, Wunderbaum speelt live (want online gaat het mis) van Wunderbaum en Who’s afraid of Oscar Wilde van Compagnie Red Yellow & Blue.
Ozdogan, Wunderbaum en Hulst & Tarenskeen waren al eerder goed voor komische kwaliteitsstukken, het laatstgenoemde gezelschap is een interessante nieuwkomer die vanuit Utrecht opereert onder leiding van Daan van Bendegem. Hij bedacht twee queer koppels, een broer en zus met hun partners, die op hun vaste, vrijdagavondborrel te spreken komen over de kinderwens van de zus. Broer Bram en zus Vera hebben daar namelijk een onorthodoxe oplossing voor bedacht. Dat maakt veel humoristisch ongemak en irritatie los.
De tekst is een snoepdoos van op maat gesneden plaagstoten, verwijten en verweer, onderhuids en openlijk, in een hoogoplopend, hilarisch gesprek tussen vier mensen die elkaar te goed kennen om elkaar te sparen. Uitgevoerd door vier acteurs (onder wie Van Bendegem zelf en Sharlee Daantje, genomineerd voor een Theo d’Or voor diens spel in Het achtste leven van Theater Oostpool) die uitblinken in spelen op hoog tempo en met komische timing.
Zo zegt de betuttelende Bram tegen zijn jeugdige vriend: „Lieverd, we moeten gewoon met elkaar blijven communiceren. Eerlijk zijn tegen elkaar, over onze angsten, wat we moeilijk vinden… Maar polygamie is daar echt geen oplossing voor!” Of hij verdedigt hem tegen een aanval van zijn zus: „Hij heeft geen kwaaie dronk, hij is gewoon jong!” Het is een voorstelling waar, bij alle serieuze onderwerpen die worden aangesneden, zeldzaam veel te lachen valt.
Het was een jaar met veel imponerende voorstellingen op basis van vertaalde well made plays, moderne toneelstukken met een strak plot en/of eigentijdse dialogen, zoals Disgraced bij Black Sheep Can Fly/ Het Nationale Theater, Cock bij Oostpool, Prima Facie bij ITA en A case for the existence of God bij Theater Rotterdam. Maar Nederlandse auteurs lieten zien minstens evenveel kwaliteit te kunnen bieden.
Zo zijn alle bovengenoemde komedies nieuwe, Nederlandstalige teksten en zo well made als je je maar kunt wensen. Maar denk ook aan Meta-moe (Emma Buysse en Luna Joosten), We’re all alone in this together (Kim Karssen), Vrij van Verzet (Matthijs IJgosse voor Blauwdruk), Over de bergen (Annemarie Prins en Sophie Kassies), Ground Floor (Maartje Wortel voor Orkater) en De steen in mijn mond (Peer Wittenbols voor Matzer Theaterproducties). Hoezo linkse zelfhaat? Beretrots op dit vaderlands product.
Veel van de genoemde voorstellingen spelen volgend seizoen opnieuw. Een aantal toneelteksten is uitgegeven bij De Nieuwe Toneelbibliotheek.
Theater, cabaret, dans, musical, jeugdtheater, toneelteksten, acteurs
Ideologische clash tussen populist en interviewster, met subliem spel van Vincent van der Valk en ’Ntianu Stuger. Een diepgaande, intelligente analyse van links en rechts denken en een welkome bijsluiter voor het huidige politieke klimaat.
Geweld en lust strijden om voorrang in deze muzikale tragedie. Op ontroerende wijze toont Arbo een zoektocht naar kwetsbaarheid en vrijheid in een universum waar de agressie nooit ver weg is.
Kim Karssen en Elias De Bruyne zijn prachtige clowns in deze verrassende voorstelling over stereotiepe genderrollen, waarin ze geestig, aandoenlijk en treurig tegelijk zijn.
Snedige komedie rond de relatieperikelen van twee queer kopels.
Knappe solo rond de zorg voor psychiatrische patiënten, waarbij grenzen langzaam vervagen. Wie er nou gek?
Razendslimme en geestige bedelactie voor het klimaat. nee, 50 euro doneren is niet genoeg.
Topacteurs Emmanuel Ohene Boafo en Bram Suijker excelleren als twee ongelijksoortige mannen die vriendschap sluiten, en hun vaderschap koesteren.
Romana Vrede is een meeslepend verteller over zwarte verzetshelden uit de koloniale tijd: „Herinner het verhaal van al deze strijders.”
Integrale opvoering, inclusief het verouderde, volkse taalgebruik, treft door het revolutionaire elan.
Wonderschone voorstelling over de verlangens en angsten van vier kwetsbare jonge mannen.
Uiterst grappige, slim gestructureerde tweede programma van een nieuwe ster in het cabaret. De verhalen over haar twijfels en onzekerheden giet ze deels in prachtige gezongen liedjes en raps. Ostermann verbluft.
In haar eerste solo brengt Valentina Tóth een indrukwekkende, theatrale ode aan de zogenaamd ‘hysterische vrouw’. In een knappe en verrassende constructie onthult ze wat er schuilt achter de bonte personages die ze opvoert.
In ‘Schau’ weet Rundfunk originele manieren te vinden om door de maskerades van mensen heen te prikken. Het resultaat is vaak hilarisch.
Met sterke liedjes over kleine ergernissen drukt Peter van Rooijen knap uit dat hij het moeilijk vindt persoonlijk te worden.
In zijn debuut presenteert Van Eeghen zich als een charmante, maar ook verlegen en ongemakkelijke man, met mooie liedjes vanachter de piano.
Mooi en ontroerend te zien met welk enthousiasme de uitstekende dansers hun tanden zetten in een werk waar ze weer eens echt iets van leren.
Na een duik in diep verdriet respectievelijk volle vreugde zoekt Van Den Broek het evenwicht in een strak geregisseerde reis langs extreme emoties.
Geen spatje ironie, maar wel humor in een ontroerende en bevrijdende flamencoshow en travestie.
Zoals gebruikelijk een uitzinnige draaikolk van overdrijving, ‘echte kunst’ en huiveringwekkend en lachwekkend fysiek theater dat automutilatie, bloed, expliciete handelingen en zelfs een live gynaecologisch onderzoek niet schuwt.
Aangenaam verwarrende, posthumanistische beelden: zijn de drie dansers mislukte AI-creaties, cyborgs of stripfiguren, en waar zijn ze in godsnaam mee bezig?
Door onze recensentenTheater: Amber Wiznitzer, Elisabeth Oosterling, Marijn Lems, Ron Rijghard, Shira KellerCabaret: Jelle Brumsen en Ron RijghardDans: Francine van der WielJeugdtheater: Marijn LemsMusical: Elisabeth Oosterling
Source: NRC