Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. Met Jerney brengt Pascal Pinkert een eerbetoon aan Jerney Kaagman.
You’ll make a fool out of me
I don’t wanna be your lover for the weekend
Jerney, De Ambassade (2017)
Uit onverwachte hoek, het collectief rond de Amsterdams-Twentse multi-instrumentalist Pascal Pinkert, dwarrelde in 2017 een onverwacht eerbetoon binnen aan een zangeres die vier decennia eerder in AVRO’s Toppop opzien had gebaard met een overall. Het was een blauwe, strak sluitende overall, van leer en zeg maar gerust sexy.
Met zijn project De Ambassade bracht Pinkert (a.k.a. Dollkraut en DJ Europarking) een geweldige elektro-cover uit van een hit uit 1979 van Earth & Fire, Weekend. Hij paste de titel aan. Weekend werd Jerney, oftewel Jerney Kaagman, de zangeres van een van de succesvolste Nederlandse bands uit de jaren zeventig.
Weekend markeerde het einde van de bloeiperiode van een groep die eind jaren zestig door een langharige tweeling uit Voorburg was geformeerd. Gerard (1947-2019) en Chris Koerts (1947-2022) groeiden uit tot tekstschrijvers en componisten van allure, veelzijdige popmuzikanten die gretig experimenteerden met muzikale genres.
Hun geluk was dat een voormalige student van een Haagse secretaresseopleiding in 1969 bereid was toe te treden tot hun band, Jerney Kaagman. De jaren zeventig werden het decennium van Earth & Fire, met een tiental hits (onder meer Seasons, Memories en Maybe Tomorrow, Maybe Tonight) en het filosofisch getinte conceptalbum Song of the Marching Children.
Met Weekend boekte de band zijn grootste succes, ook internationaal. Gerard Koerts, de toetsenist, schreef de muziek in zijn tuin in Zoeterwoude en voltooide de tekst – over een weekendrelatie – op een logeeradres in Frankrijk. ‘Ik voelde al direct aan dat het in al zijn eenvoud iets verduiveld magisch in zich had’, zei hij in Earth & Fire: de biografie 1969 - 1983. ‘Mensen reageerden er sterk op als ik het voorspeelde op gitaar. Mijn kinderen vonden het prachtig.’
En toen was daar op 10 november 1979 het optreden van Earth & Fire in Toppop, het iconische muziekprogramma met Ad Visser. En toen was daar ook die blauwe overall, een creatie van Carla van der Vorst (‘Carla V’). De Haagse modeontwerper voorzag menig Nederlandse artiest (Luv’, Golden Earring, de Dolly Dots, later Anouk en Candy Dulfer) van podiumkledij en was gespecialiseerd in het werken met leer.
Over het bruine leer van het pak van Kaagman was blauwe folie geplakt. Op aanraden van haar vriend, later haar man, bassist Bert Ruiter, werd autolak gebruikt om de boel bij elkaar te houden. Het pak zat zo strak dat de zangeres zich nauwelijks kon bewegen.
‘Jerney maakte wat schaatsbewegingen als een kampioen zonder ambities. Het bleef bij wat luie danspasjes, anders zou ze uit haar pak knappen’, zei Toppop-regisseur Bert van der Veer later. Het pak werd een icoon, Milou van Rossum en Daan Brand namen het terecht op in hun overzicht De Nederlandse mode in 100 kledingstukken.
Kaagman schonk het in 2013 aan het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid in Hilversum. Al die jaren had ze het bewaard, tussen de regenkleding in haar garage. Als jurylid van talentenjacht Idols droeg ze de blauwe overall voor het laatst. Ze was zestig en het stond haar nog steeds voortreffelijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant