In het huidige ‘Ik ga als minister uiteraard geen nazitermen gebruiken, ik wilde alleen maar zeggen dat we verdrinken in de allochtonen’-debat kom ik er maar onomfloerst voor uit: ik ben een gepassioneerde multiculturalist. Van kinds af aan was het mijn ideaal mensen uit verschillende culturen te begrijpen en bij elkaar te brengen. Mijn leven was en is een soort Benneton-reclame uit de jaren tachtig.
Tot mijn grote spijt wil het gros van mijn gemengde vriendenkring in het huidige politieke klimaat niet meer oud worden in Nederland en dat betekent dat we elkaar moeten loslaten, aangezien ieder zijn heil in het herkomstland van zijn ouders zoekt en we dus over de wereld uitgewaaierd raken. Suriname, Turkije, Indonesië, Marokko, Dubai of waar dan ook.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor mij is het omarmen van multiculturalisme een kernwaarde, een wezenskenmerk; ik ben nu eenmaal doordesemd van het allicht naïeve ideaal om mensen van verschillende achtergronden te willen leren kennen, en te willen dat ze tot op zekere hoogte elkaar leren kennen en respecteren. Omdat we op een gegeven moment de mens in de ander zien, allemaal mens zijn.
Ik heb altijd de overtuiging gehad dat het iets positiefs is als culturen aan elkaar blootgesteld worden. Ik weet zeker dat dit radicalisme, fundamentalisme en polarisatie tegengaat. Makkelijk en geruisloos gaat dat lang niet altijd; ongemakkelijke gesprekken moet je niet uit de weg gaan. Daarnaast vind ik dat een zekere mate van vermenging een positieve invloed heeft op alle culturen; de scherpe kantjes ervan afhaalt en ruimte maakt voor begrip.
Bovenal heb ik de multiculturele samenleving altijd gezien als een vanzelfsprekendheid, een vaststaand feit. Migratie en vermenging zijn zo oud als de wereld. En wat is dan het alternatief? Burgeroorlog?
Dat multiculturalisme is natuurlijk ook een genetische hebbelijkheid. Door mijn aderen stroomt van alles: Senegalees, Fries, Hollands, Brits, tikkeltje Noors, tikkeltje Kameroens, toefje inheems en een schep Asjkenazisch-Joods uit Oekraïne. Mijn genetische mix is geworteld in het Nederlandse slavernijverleden. Een kolkend mengsel van uitbuiters en uitgebuiten, ploerten, gelukzoekers en slaafgemaakten. Hun achter-achter-achterkleindochter – een vleesgeworden diplomaat.
Multiculturalisme was de inspiratiebron voor de journalistieke loopbaan die ik koos. Ik had grote behoefte aan positieve, inspirerende multiculturele verhalen in de media. Ik heb verschillende multiculturele magazines opgericht, tv-programma’s en evenementen georganiseerd, en ga zo maar door. Multiculturalisme, verbroedering, is niet makkelijk en verre van vanzelfsprekend, maar als het gebeurt is het zo mooi. Tegengif voor een immer strijdende en bloedende wereld. Vrede, rust, ruimte, een poging tot begrip.
De ironie wil dat ik uitgerekend in mijn werk in de culturele diversiteit ooit Martin Bosma ontmoette. Hij was destijds directeur van Colorful Radio, een pionierend commercieel radiostation gericht op jong, divers Nederland. Voorloper van FunX. Ik maakte een blad voor de radiozender en besprak de inhoud daarvan met Bosma. Niets bijzonders, we zaten inhoudelijk snel op één lijn. Bosma was minstens zo ingevoerd in zijn multiculturele doelgroep en het multiculturele gedachtegoed als ik.
Bijzonder werd het pas achteraf, toen hij ineens opdook bij de PVV. Wat moet zijn vroegere werk in de ‘multi-kul’ een beproeving voor hem geweest zijn. Was hij toen ook al zo begeistert door het apartheidsregime? Maar misschien kon hij het scheiden, zijn baan in de diversiteitsindustrie en zijn persoonlijke afkeer tegen raciale vermenging. Zoals hij nu allicht in het hart van het ‘slavernijgedram’ vanuit zijn functie als Kamervoorzitter waardig een krans kan leggen.
Onlangs bracht VPRO’s Bram Vermeulen in zijn programma Frontlinie een bezoek aan Zuid-Afrika, waar de rechts-radicale witte Afrikaners, die vol nostalgie terugverlangen naar de apartheid, in Martin Bosma hun warmste internationale pleitbezorger hebben. Bosma’s hart vlamt op van het dorp Orania, gesticht om de Afrikaner identiteit te bewaren en waar alleen witte mensen wonen.
Maar in plaats van zich te kunnen laven aan de huppelende blonde kinderen die vrolijke volksdansjes doen in Orania, moet Bosma een krans leggen bij Keti Koti? Bespaar ons én Bosma zelf die verschrikking, dacht ik. Ik vrees dat dit minstens zo’n djoegoe djoegoe – ‘chaos’ – wordt als op 1 juli 2005 met Rita Verdonk (destijds minister voor Integratie en Vreemdelingenzaken), die door haar beveiligers het park uitgeleid moest worden. Ik ben voor de dialoog, maar wil op zo’n moment niet beseffen dat de huidige voorzitter van de Tweede Kamer ons eigenlijk niet als gelijkwaardig ziet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant