Home

Overheid heeft rechtszaken over milieu grotendeels aan zichzelf te wijten, stelt adviesraad

De politiek heeft het grotendeels aan zichzelf te wijten dat overheidsbesluiten over milieukwesties steeds vaker in de rechtbank worden aangevochten. Slechte wetgeving en gebrekkige handhaving zijn debet aan dit fenomeen, concludeert de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur in een adviesrapport.

De Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) heeft het advies aan het nieuwe kabinet opgesteld naar aanleiding van de politieke discussie over de recente juridische successen van milieuorganisaties. Een meerderheid in de Tweede Kamer, waaronder de vier nieuwe coalitiepartijen, wil de mogelijkheden voor ideële organisaties om de overheid via de rechtspraak bij te sturen inperken. Dat voornemen staat ook in het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB.

Maar het adviesrapport kaatst de bal terug naar de politiek. ‘In onze analyse komt het beeld naar voren dat wetgever en bestuur in de afgelopen jaren regelmatig hebben verzuimd moeilijke beslissingen over milieu en schaarse ruimte te nemen’, schrijft de Raad.

‘De ruimte die het EU-recht biedt wordt maximaal benut om zo weinig mogelijk beperkingen op te leggen aan economische activiteiten. Op die manier wordt telkens opnieuw de grens verkend van wat binnen het EU-recht nog mogelijk is. Als reactie hierop weten belangenorganisaties en burgers steeds vaker de weg naar de rechter te vinden.’

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Een andere belangrijke oorzaak van rechtszaken tegen de overheid is falend toezicht en handhaving door provincies en gemeenten, aldus de Rli. ‘We zien regelmatig dat een beroep op de rechter wordt gedaan, omdat vergunningverlening, toezicht en handhaving door de bevoegde gezagen tekortschieten. Vergunningen moeten regelmatig worden geactualiseerd, maar daarvan komt in de praktijk onvoldoende terecht. Hetzelfde geldt voor toezicht en handhaving.

‘De gang naar de rechter is dan het gevolg van slecht functionerende uitvoering van bestuursrechtelijke bevoegdheden. Mogelijk ontbreekt het aan politieke bereidheid om handhavend op te treden.’

Trias politica

De Rli benadrukt het belang van de trias politica. Een scheiding tussen de wetgevende (parlement), uitvoerende (kabinet, provinciebestuur, college van B en W) en rechterlijke macht is in een democratische rechtsstaat ‘wezenlijk en onmisbaar’, stelt de Raad.

Het adviescollege onderstreept dat de controlefunctie van onafhankelijke rechters essentieel is. ‘De rechterlijke macht controleert of de wetgever en de uitvoerende macht hebben gehandeld binnen de grenzen van het nationale en internationale recht en met respect voor algemene rechtsbeginselen.’

In Nederland is het evenwicht in deze trias politica verstoord geraakt, omdat het openbaar bestuur zijn wettelijke taken (toezicht en handhaving) verwaarloost en gemeenteraden en parlement daar onvoldoende op controleren. ‘Er tekent zich een verschuiving in de trias politica af, waarbij het toezien op de waarborgfunctie in de fysieke leefomgeving steeds meer bij de rechterlijke macht komt te liggen.’

De uitvoerende macht controleert en handhaaft niet genoeg, waardoor de rechterlijke macht genoodzaakt is in te grijpen, concludeert de Rli. ‘Dat betekent ook dat wetgever en uitvoerende macht bij rechterlijke uitspraken met grote maatschappelijke gevolgen de hand in eigen boezem moeten steken.’

‘Niet problematisch’

Het adviesrapport adresseert de plannen van de nieuwe coalitie om de proceduremogelijkheden voor organisaties die opkomen voor een maatschappelijk belang te beperken niet rechtstreeks. Maar de ontwikkeling dat burgers, bedrijven en actiegroepen vaker tegen de overheid procederen, ziet de Raad niet per se als een probleem. ‘Juridisering is niet problematisch als het gaat om het feit dat het recht in een rechtsstaat een belangrijke rol speelt, ook als dat de politiek niet goed uitkomt.’

De Rli doet het nieuwe kabinet een aantal aanbevelingen om het aantal gerechtelijke procedures te verminderen. Ten eerste zouden de juridische afdelingen op de ministeries versterkt moeten worden, en bij voorkeur ook bij provincies en gemeenten. Dat zou moeten voorkomen dat er beleid en wetgeving wordt gemaakt die de toets van de rechter niet kan doorstaan.

Aan de afdeling Advisering van de Raad van State, die de kwaliteit van alle wetgeving beoordeelt voordat die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het parlement, zou een ‘onafhankelijke en gezaghebbende’ adviseur-generaal toegevoegd moeten worden, analoog aan de advocaten-generaal die de Hoge Raad voor belangrijke uitspraken adviseren.

Betere wetgeving

Een derde aanbeveling is gewoon betere wetgeving te maken, die niet constant de randen van de EU-wetgeving opzoekt, maar daar ruim binnen blijft (‘kies niet voor een minimalistische, maar robuuste omzetting van Europese richtlijnen’). Verder adviseert de Rli meer te investeren in handhaving en toezicht, omdat inspectiediensten op dit moment aan chronisch capaciteitsgebrek lijden. De actualisering van vergunningen en de vergunningsregels zouden meer prioriteit moeten krijgen.

Bovenstaande zijn aanbevelingen die het nieuwe kabinet waarschijnlijk onwelkom zijn (beter handhaven en beter binnen de lijntjes van de EU-wetten kleuren), of die weinig zoden aan de dijk zetten: juristen waarschuwen politici nu ook al geregeld voor juridisch wankele wetgevingsplannen, maar als die adviezen de politiek niet uitkomen, worden ze doorgaans genegeerd.

De laatste aanbeveling van de Rli zal vermoedelijk wél in goede aarde vallen bij het aanstaande kabinet: het inperken van de beroeps- en bezwaarmogelijkheden in bepaalde bestuursrechtszaken, zoals protesten van omwonenden tegen woningbouw- of windparkplannen. Het vorige kabinet wilde dat ook al doen om de woningbouw en de energietransitie te versnellen.

De Rli schrijft nu: ‘Om te voorkomen dat achterstanden bij de rechterlijke instanties ontstaan en procedures te lang duren moet worden onderzocht of er geen bestuursrechtszaken zijn die door de rechtbanken kunnen worden afgedaan zonder de mogelijkheid van hoger beroep.’ Andere bestuursrechtszaken lenen zich misschien voor een directe behandeling door de Raad van State, dus zonder tussenkomst van de gewone rechtbank.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next