Mijn lerares Duits op de middelbare school spookt ineens door m’n hoofd. Geheel ongevraagd is ze uit een stoffige geheugenlade verschenen om weer plaats te nemen op de lerarenstoel voorin de klas op de vierde verdieping. Daar wachtte ze ons tweemaal per week op. Smalend. Haar bureau stond op een verhoogd plateau waardoor ze ook letterlijk op ons kon neerkijken terwijl wij, brugklassers nog, zo onzichtbaar mogelijk de klas inliepen. Ze droeg een grote, vierkante bril en ging steevast gekleed in een ouderwetse plooirok, hooggesloten blouse en oma-pumps. Alles even onberispelijk, stijf en vreugdeloos. Laat ik haar even mevrouw Spijkerspons noemen, naar de twee tantes in Roald Dahls De reuzenperzik.
Mevrouw Spijkerspons begon iedere les met een mondelinge overhoring. Dan keek ze in haar boekje naar de leerlingenlijst om vervolgens rustig haar ogen door de klas te laten glijden. Ze nam de tijd, duidelijk bevangen van voorpret. Viel eenmaal de naam, dan zeeg de klas opgelucht ineen, happend naar de zuurstof die weer het lokaal inschoot. Ondertussen probeerde het slachtoffer controle te krijgen over zijn ledematen, want die moest naar het schoolbord lopen waar de executie zou plaatsvinden.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De bedoeling was simpel: de Duitse woordenlijst opdreunen die voor de desbetreffende les was opgegeven. Een overzichtelijke onderneming, ware het niet dat mevrouw Spijkerspons ons hinderlijke, domme misbaksels vond en geen enkele moeite deed die minachting te verhullen. Integendeel, ze lachte breed zodra ze een leerling kon afbranden. Ik zal nooit vergeten hoe ze een onzeker, stil meisje meerdere opeenvolgende lessen eruit pikte. Het meisje schrok telkens zo erg dat ze versteend bleef zitten, waarop mevrouw Spijkerspons haar naar voren blafte. ‘Haha! Jij hebt zeker niet geleerd omdat je de vorige keer al aan de beurt was?’ Terwijl we het meisje voor de klas steeds kleiner en kleiner zagen worden, tot ze uiteindelijk niets meer voorstelde dan een bundel weggeslikte tranen en zenuwachtig plukkende handen, feliciteerde mevrouw Spijkerspons haar triomfantelijk met een 1.
Er was één leerling die door mevrouw Spijkerspons werd behandeld als de zonnekoning. Wij misbaksels moesten een voorbeeld aan hem nemen en goed luisteren naar zijn voortreffelijke uitspraak. Die jongen was geboren en getogen in Duitsland. Hij stond 10-0 voor.
Mevrouw Spijkerspons fascineerde me mateloos; waarom zou iemand die een hekel heeft aan kinderen in vredesnaam lerares willen worden? In dezelfde lijn vraag ik me nu af waarom iemand die een hekel heeft aan mensen volksvertegenwoordiger wil zijn.
Er wordt niet eens meer moeite gedaan de minachting te verhullen. Zo heeft beoogd staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu te kennen gegeven nog steeds achter de ‘minder Maarokkanen’-uitspraak te staan. En dan hebben we nog de beoogd asielminister; die nam afstand van haar eerdere uitspraken over omvolking, maar kondigde aan voortaan te spreken over ‘zeer zorgelijke demografische ontwikkelingen’. Zij presenteerde haar zorgen als een feit: ‘Kijk maar naar onze grote steden.’
Ik loop daar gewoon rond hoor, in die grote steden. Zaterdag nog was ik in Utrecht met m’n jongste kind. Reuzegezellig in het Nijntjemuseum vertoefd. Jammer dat onze aanwezigheid daar een demografische zorg is.
Je kunt niet een land besturen als je niet van mensen houdt. Er is een bepaald soort genegenheid nodig om voor mensen te willen staan, ook voor mensen die hun huiswerk niet maken en een 1 halen. Als je slechts interesse hebt in blonde zonnekoningen verlies je alle anderen en bestuur je geen land maar een illusie.
Na de brugklas kregen we trouwens een andere lerares Duits. Een hartelijk, vrolijk mens dat met aanstekelijk enthousiasme iedereen meekreeg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant