Het was spannend dinsdag, voor zo’n achthonderd oudere Surinamers. Ze kwamen na de onafhankelijkheid van Suriname naar Nederland, maar vroegen hier niet op tijd een paspoort aan. Na een lang leven in de schaduw, besliste de Kamer over een regeling. Een PVV-minister neemt het dossier over. ‘God zal ook het hart van Marjolein Faber raken.’
Veertig Surinamers stappen dinsdagmiddag verwachtingsvol in een glimmend witte touringcar. De rit gaat van Amsterdam naar Den Haag, waar de Tweede Kamer later deze middag stemt over een motie die de levens van deze Surinamers mogelijk ingrijpend zal veranderen. Levens die zich al tientallen jaren afspelen in de schaduw.
Zodra de bus in beweging komt, pakt Jiske Castien van het ASKV, een organisatie die ongedocumenteerden bijstaat en die de bus heeft geregeld, de microfoon. ‘Even jullie aandacht’, roept ze. ‘Henri Bontenbal van het CDA heeft vorige week dus een motie ingediend om een regeling voor jullie te treffen.’ Ze legt uit dat ze de stemming samen op de publieke tribune van de Tweede Kamer zullen bijwonen. ‘Het is een spannende dag!’
Over de auteur
Marjolein van de Water is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie, religie en de multiculturele samenleving. Eerder was ze correspondent in Latijns-Amerika.
De veertig inzittenden zijn zogeheten oud-Nederlanders. Ze zijn in Suriname geboren toen dat land nog door Nederland was gekoloniseerd, en hebben na de onafhankelijkheid in 1975 om uiteenlopende redenen niet op tijd een Nederlands paspoort aangevraagd. Ze kwamen veelal in de jaren tachtig en negentig naar Nederland, en verblijven sindsdien illegaal in het land. Precieze cijfers ontbreken, maar er verkeren zeker achthonderd Surinamers in deze situatie.
De groep bewoog zich lang onder de radar. ‘Maar ze worden nu oud, en hebben steeds meer zorg nodig’, vertelt Frederiek de Vlaming van de Regenboog Groep, een organisatie die opvang biedt in Amsterdam, de stad waar het merendeel van de ongedocumenteerde oud-Nederlanders verblijft. Een jaar geleden kwam staatssecretaris Van der Burg (Asiel) met een regeling om deze groep een verblijfstatus te geven, en daarmee toegang tot zorg en sociale huisvesting. Maar nog voor de Kamer daarmee kon instemmen, viel het kabinet.
De motie van Bontenbal moet de regeling nieuw leven inblazen. ‘Het is belangrijk dat het op de politieke agenda staat’, zegt Castien door de microfoon. ‘Maar als er voor wordt gestemd, dan blijft het alsnog spannend of de regering het gaat oppakken.’ De aanwezigen knikken. Ze weten dat dit dossier, en daarmee hun kans op een prettiger leven, straks op het bord van PVV’er Marjolein Faber belandt, de beoogde nieuwe minister van Asiel en Migratie.
De 70-jarige George Robinson Ost heeft achterin de bus plaatsgenomen, een plastic tasje met krentenbollen en banaan binnen handbereik. Ost ziet het uitermate zonnig in: ‘Alles komt in kannen en kruiken’, zegt hij op een toon die geen twijfel toelaat. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben wel een Nederlands paspoort, maar om hen niet tot last te zijn, slaapt Ost in de daklozenopvang. ‘Ik heb jarenlang op straat geleefd’, vertelt hij. ‘Maar ik werk ook als tuinman bij particulieren. En ik ben muzikant, ik zing op verjaardagen.’
Ost zit naast een eveneens ongedocumenteerde jeugdvriend die zich voor de gelegenheid extra netjes heeft aangekleed. Tevreden toont de vriend zijn glimmend zwarte schoenen en neemt complimenten over zijn blauwe pak in ontvangst. De twee mannen vertellen hoe ze als kind op school de namen van de Waddeneilanden moesten leren. ‘Niemand in Paramaribo kende de plaatsnamen van het Surinaamse binnenland’, aldus Ost schaterend.
Als de bus in Den Haag is gearriveerd, springt Gerry Venghaus (57) op uit zijn stoel. ‘Vertrouw op God’, roept hij. Er klinken instemmende geluiden. ‘God heeft het hart van deze politici geraakt, ze gaan zeker weten voor stemmen.’ Terwijl de groep naar het gebouw van de Kamer loopt, vertelt Venghaus dat ook hij in de daklozenopvang slaapt. ‘Ik kwam in 2000 naar Nederland om voor mijn zieke vader te zorgen. Als ik een verblijfsvergunning krijg, wil ik graag in de zorg werken.’
De groep veroorzaakt een kleine opstopping bij de publieksingang van de Tweede Kamer. ‘Ik ben hier nog nooit geweest’, zegt een nu al geëmotioneerde Lucinda, die liever geen achternaam in de krant wil. Ook deze 56-jarige Surinaamse heeft zich opgedoft, haar donkere ogen tranen onder haar grote krulwimpers. ‘Alles komt goed, toch?’ Een aantal mensen raakt in de drukte verstrikt in de draaideur, er is wat verwarring bij de verplichte kluisjes, maar dan is iedereen er klaar voor.
Voordat ze de trap naar de publieke tribune op gaan, stuiten ze in de hal op Henri Bontenbal. Er worden handen geschud en selfies gemaakt. De CDA-politicus zegt een meerderheid te hebben voor de motie, ‘zelfs VVD en BBB gaan mee’, en heeft goede hoop dat beoogd minister Faber de regeling gaat invoeren: ‘Dit gaat over mensen die ooit Nederlander waren’, verklaart hij zijn optimisme.
Het is dringen op de tribune, de moties volgen elkaar razendsnel op. De gezichten van de Surinamers staan geconcentreerd. Als de motie wordt aangenomen, vallen vrouwen elkaar huilend in de armen, mannen slaan elkaar uitbundig op de rug. ‘Ik zei het toch’, zegt Venghaus zacht, met stralende ogen. ‘Ik wist dat God zijn werk zou doen. Hij zal ook het hart van Faber raken.’
Dat is misschien niet eens nodig. Vorige week zei Van der Burg tijdens het debat tegen Bontenbal dat het aan het volgende kabinet zou zijn om de regeling op te pakken, mocht de motie worden aangenomen. Maar na de stemming gonst er ineens een gerucht dat Van der Burg het op de valreep – Faber neemt het stokje dinsdag over – toch zelf wil uitvoeren. Hoewel de woordvoerder van de staatssecretaris dat gerucht niet kan bevestigen, maakt het de feeststemming compleet.
‘Straks hoeven we niet meer bang te zijn voor de politie’, zegt de 53-jarige Jayant Ganesh, die jaren geleden zes maanden in vreemdelingendetentie heeft gezeten nadat hij zich niet kon identificeren. ‘Dan kunnen we wit werken en integreren en...’ Hij stopt midden in zijn zin. ‘Ik ben eigenlijk al geïntegreerd’, zegt hij dan. ‘Ik ben geboren als Nederlander, en zo voel ik me ook.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant