Home

In de voetbalwereld is de zogenaamde ‘omvolking’ allang een feit

Het moet in de jaren tachtig zijn geweest, toen het Nederlands voetbalelftal tijdelijk in een dip zat, dat de verguisde Hans Janmaat van de Centrumdemocraten in de zendtijd voor politieke partijen verklaarde dat het niets kon worden met een team van gemengde culturen. Hij bedoelde met een team van gemengde huidskleuren.

Wie dezer dagen het Europees kampioenschap enigszins volgt, zal moeten vaststellen dat Janmaat geen gelijk heeft gekregen. Integendeel, in de voetbalwereld is de zogenaamde ‘omvolking’ allang een feit. Als de camera bij het zingen der volksliederen langs de konterfeitsels van de spelers gaat, kom je jongens van kleur tegen die, al of niet uit volle borst, meezingen dat zij van Duitsen bloed zijn en de koning van Hispanje altijd hebben geëerd. En dat geldt niet alleen voor onze jongens. Ook bij de Fransen en de Belgen, ja, zelfs bij de Oostenrijkers en de Duitsers zie je tegenwoordig veel zwarte voetballers!

Iedereen kent het verhaal van Jesse Owens, die op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn de 100 meter sprint won en geen hand kreeg van Hitler, want die wilde alleen Duitse winnaars feliciteren, of anders geen enkele. Hoe zou Hitler zich voelen, als hij nu een wedstrijd van het Duitse nationale elftal zou kunnen bijwonen? Vermoedelijk zoals die 21 procent van de Duitsers die onlangs op een enquêtevraag het antwoord gaf dat zij vooral meer blanke spelers in hun team willen zien.

Destijds kreeg Jesse Owens van Hitler geen hand, maar ook president Roosevelt, die in het verkiezingsjaar zat en bang was kiezers in het zuiden te verliezen, zag geen mogelijkheid Owens in het Witte Huis ontvangen. Dat zou nu niet meer kunnen. Zelfs in de moraal zijn af en toe nog kleine overwinningen te boeken.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Misschien is dat hele omvolkingsidee zo gek nog niet, maar moeten we het alleen omdraaien. We weten allemaal dat Nederlanders een bijzonder bot en ongemanierd volkje vormen, dat telkens weer tot weinig empathie geneigd is en berucht staat om zijn schraperigheid. Je hoeft de boeken van José Rentes de Carvalho maar te lezen om te weten hoe buitenlanders ons beschouwen. In China heb ik eens een museum bezocht dat helemaal was ingericht om het barbaarse optreden van de VOC-schepen te tonen. Is het niet mogelijk grote groepen van dit soort onbeschaafde Nederlanders op een tjoekie-tjoekie boot naar ongure streken te vervoeren en ze daar te dumpen? Je zou alleen de ontvangende landen met een flinke zak geld moeten afkopen.

Dat het met het beschavingsniveau van Nederland bergafwaarts gaat, kun je ook terugzien in het tenue van ons voetbalteam. Bij thuiswedstrijden speelt ons nationale elftal in het schreeuwerig oranje. Goethe vermeldde reeds in zijn kleurenleer dat oranje vooral onbeschaafde mensen aanspreekt. Hij vond dat kinderen die in een tekening oranje gebruikten van hun ouders een schrobbering dienden te krijgen. Ook de filosoof Ludwig Wittgenstein, opgevoed in de meest artistieke en verfijnde omgeving, had een hekel aan oranje. Luie ambtenaren in Peking kregen de kleur oranje opgeplakt en werden daarom mandarijnen genoemd. De Bhagwan wilde zijn volgelingen belachelijk maken en liet ze daarom in het oranje rondsukkelen. Slechts in Nederland wordt oranje in de reclame gebruikt. In de rest van de wereld maakt oranje een product volkomen onverkoopbaar.

Het verbaasde me dan ook niet in Het Parool te lezen dat het oranje shirt voor het nationale elftal lang helemaal niet zo vanzelfsprekend is geweest. Toen Nederland in 1905 zijn eerste interland speelde, leek het shirt een beetje op dat van Blauw-Wit. Daarna kwam het witte shirt met een rood-wit-blauwe baan. Vervolgens duurde het nog een tijd voordat het oranje populair werd in de stadions, vooral ook omdat koningin Wilhelmina weinig op had met voetbal. Jan Zuidam van Sparta was zo anti-koningshuis, dat hij weigerde voor de nationale ploeg uit te komen en volgens de sporthistoricus Jurryt van de Vooren waren er voor de oorlog veel ‘mensen van linkse signatuur’ die wel achter een rode, maar niet achter een oranje vlag wilden lopen.

Kom daar nog maar eens om.

Zelfs de Oranjes schaamden zich voor de kleur oranje, wat best eens zou kunnen komen doordat de kleur in de heraldiek van de Middeleeuwen werd veracht en soms zelfs werd verboden. De drie banen in een onze nationale vlag waren aanvankelijk oranje-blanje-bleu, maar daarin werd het oranje door rood vervangen, zogenaamd omdat hij dan op zee beter zichtbaar zou zijn.

Pas door de successen van Cruijff en Van Hanegem is het oranje populair geworden. Gullit, Rijkaard en Vanenburg hebben daar vervolgens het hunne aan bijgedragen. Op het EK in Duitsland is Virgil van Dijk de onbetwistbare leider van Nederland. Zijn moeder is geboren in Suriname, maar dat was nog voor de grote omvolking.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next