Home

Marcouch: ‘Dit kabinet is ellendig, maar ik neem op als minister Faber belt’

Beoogd asielminister Faber sprak in 2017 bij de aanstelling van Ahmed Marcouch als burgemeester van Arnhem over ‘Arnhemistan’. Maandag zei ze dat dit samenwerking met hem niet in de weg staat. Marcouch reageert: ‘Ik heb vertrouwen in de Grondwet. Daaraan heb ik trouw gezworen, niet aan een minister.’

‘Geen Arnhemistan, we raken ons land kwijt!’, stond op het spandoek dat Marjolein Faber van de PVV in 2017 omhoog hield. Faber, nu beoogd minister voor Asiel en Migratie, reageerde zo op de aanstelling van de in Marokko geboren Ahmed Marcouch (PvdA) als burgemeester van Arnhem. In Fabers hoorzitting in de Tweede Kamer maandag kwam de kwestie ter sprake: kan ze geloofwaardig samenwerken met bestuurders die ze in het verleden schoffeerde?

‘Meneer Marcouch is een professional en hij weet ook dat we een gemeenschappelijk probleem hebben’, zei ze. ‘Dat we moeten zorgen voor fatsoenlijke opvang. Ik ben ervan overtuigd dat als ik meneer Marcouch bel, hij echt de telefoon opneemt en we zaken met elkaar kunnen doen.’

Neemt u straks de telefoon op als minister Faber belt?

‘Laten we wel wezen: dit kabinet, het is ellendig, maar ik ben burgemeester van een stad. Mijn werk is om mensen te helpen. En dus neem ik op als de minister belt.

‘Als burgemeester moet ik op het asieldossier ervoor zorgen dat mensen fatsoenlijk worden opgevangen. Wij hadden daar in Arnhem geen spreidingswet voor nodig, zelfs geen staatssecretaris Eric van der Burg, en ook minister Faber niet. Vanuit ons historisch en cultureel verleden willen wij Arnhemmers, als nazaten van oorlogsevacués, naar draagkracht ontheemden en mensen uit oorlogsgebied opvangen. Dat was zo, en dat blijft zo.’

Voelde u zich destijds geschoffeerd door het spandoek?

‘Mij ontregelt het niet meer. Ik lees in de boodschap op het spandoek dat mensen met mijn etnische of religieuze achtergrond deze functie niet horen te vervullen. Omdat dit het begin zou zijn van het kwijtraken van ‘hun’ land. Via Twitter reageerde ik destijds met de strekking: ik ben trots te leven in een democratisch land, waar je kunt demonstreren tegen een benoeming van een burgemeester. Je blijft welkom in mijn stad, hoe walgelijk jouw boodschap ook is.

‘Dat ik overeind blijf bij zo’n aanval, wil niet wil zeggen dat ik blind ben voor de gevolgen. Ik weet hoe het is om constant te worden weggezet als wolf in schaapskleding, moslimbroeder. Al twintig jaar. Het maakt voor die mensen niet uit dat ik ambitieus ben en ik sinds mijn 14de een bijdrage probeer te leveren aan Nederland. Eerst als bezorger van uw krant, die mij leerde lezen en me maatschappelijk ontwikkelde. Later als politieman, docent maatschappijleer, Kamerlid en nu al zeven jaar als burgemeester van Arnhem.

‘Wat me wel raakt, is wat het doet met anderen. Met jongeren in mijn stad die zich met mij identificeren en moeten aanzien hoe sommige mensen op een gigantisch podium de ruimte krijgen ze te beschimpen. Aan jongens en meisjes van de vijfde, zesde generatie – ik ben de tel kwijt – zie ik hoe venijnig deze affectieve polarisatie doorwerkt. Ze zijn hier geboren, maar vragen zich nog steeds af of ze hier wel mogen zijn.

‘Want de boodschap die zij horen is: je kunt nog zo hard werken en zo je best doen op school, maar of je geschikt bent voor een functie hangt uiteindelijk af van je afkomst of geloof. Dat is wat het doet. Het is niets anders dan Nederlandse burgers pesten, mensen tegen elkaar opzetten, wat uiteindelijk de democratie ondermijnt en verzwakt.’

Er is straks een minister die dat doet. Verwacht u iets van haar, richting u?

‘Nee joh. Wat ik persoonlijk van Faber vind, doet er niet toe. Waar het om gaat is dat gedaan moet worden wat gedaan moet worden. Als dat moet met deze regering, hoe ellendig ook, dan is dat maar zo. Ik heb vertrouwen in de Grondwet. Daaraan heb ik trouw gezworen, niet aan een minister.’

Rutger Groot Wassink, GroenLinks-wethouder in Amsterdam, besloot maandag te stoppen als voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, vanwege Faber en haar partij. Heeft u iets vergelijkbaars overwogen?

‘Nee, maar ik heb begrip voor wat hij doet. Ik heb nu eenmaal mijn eigen taken, bevoegdheden en rol. Die staan los van een minister. Wat ik wel zal doen is Faber en het nieuwe kabinet eraan houden dat grondrechten gewaarborgd blijven.’

Na een racistische bejegening haalt u uw schouders op en zegt: ik werk gewoon met haar samen als het moet. Wat straalt u daarmee uit?

‘Ik vind dat ik als burgemeester heb te doen waar ik voor ben aangesteld. Bijvoorbeeld met de geplande 1.700 tot 2.000 opvangplekken voor vluchtelingen een grote bijdrage leveren aan het oplossen van de opvangcrisis. Ja, dat is primair Fabers verantwoordelijkheid als minister. Maar ik doe wat ik doe, niet omdat Faber straks minister is, maar ondanks.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next