Ik ken mijn Belgische vrienden als rustig en vreedzaam. Vaak verbaal wat indirect en zeer beschaafd, en van mening dat wildplassen écht niet kan, ook niet als je blaas tijdens een lange autorit op knappen staat en het dichtstbijzijnde tankstation in de buurt van de provinciaalse achterweg waar we overheen reden volgens Google Maps nog een dik uur rijden was.
Ze zijn rationeel – al is vergeleken met mij iedereen dat al snel – en hebben het beste abdijbier van de Lage Landen. Oen ik, na achter een boom te hebben geplast in het gras, naast een beekje mij te hebben neergevlijd met zo’n ietwat lauwe Westvleteren en een licht geplette Belgische frikandel in de hand, voelde ik me de koning te rijk, ondanks de afkeurende blik van mijn Belgische metgezel.
Over de auteur
Daniëlle Kliwon is gastcolumnist tijdens het EK.
Belgen zijn de kalmere, hoffelijkere en soms ook rechtlijnigere tegenpolen van de Nederlanders. Tot het over voetbal gaat. Tijdens eindtoernooien transformeren Belgen naadloos in ironisch-fatalistische doemdenkers die het lijdend voorwerp van hun eigen tragedie zijn, en het falen van de gouden generatie is het werkwoordelijk gezegde dat hen tot wenen brengt.
Zo’n groot voetbaltoernooi hakt er hard in. Niet mijn woorden, maar die van een bevriende Belgische schrijver, die ervan overtuigd was dat het toernooi er voor België op zat na de nederlaag tegen Slowakije.
De spreekwoordelijke biezen had hij al gepakt. Niet langer drank, sigaretten en stress, maar terug naar de basis: rustig, vreedzaam, verbaal wat indirect en beschaafd. Een toernooi eerder, in Qatar, was de toon nog stuurser, en geloofden de Belgen niet alleen niet langer dat er in Qatar nog iets mogelijk was, maar dat ze zelfs tot 2032 kansloos zouden zijn. Wederom, niet mijn woorden, maar van een Belgische schrijver, een ander.
Overigens won België de openingswedstrijd in Qatar met 1-0 van Canada, al leken beide Belgische schrijvers ervan overtuigd dat ze die verloren hadden. Ze kregen uiteindelijk wel een soort van gelijk. De wedstrijd tegen Marokko eindigde in een 2-0-verliespartij en het gelijkspel tegen Kroatië was niet genoeg voor lijfsbehoud.
Ook nu zijn mijn Belgische vrienden zwartgallig gestemd. Geen pint Westvleteren noch Belgische frikandel kan daar verandering in brengen. De start van dit toernooi voelt voor hen als een collectief potje wildplassen, met de daarbij horende elfvoudige afkeuring. Daar gedijen ze in alle eerlijkheid ook wel bij. Want klagen over het gebrek aan succes is zoveel fijner dan de angst tijdens succesjaren.
Ik wil ze een arm onder de riem steken, Ivo en Sander, mijn Belgische vrienden. Maar ik weet niet precies hoe. De Belgen zeggen geen Slowakije maar Slovakije. Dat is hoe de Slowaken zichzelf ook noemen: Slováci uit Slovensko, met een ‘v’ en geen ‘w’. De ‘v’ staat voor verlies, ik betrapte mezelf op die gedachte toen Romelu Lukaku maandagavond voor de tweede maal een doelpunt afgekeurd zag worden. Een gedachte allesbehalve rationeel, maar mijn Belgische vrienden waren het ermee eens. Gelukkig hebben ze Oekraïne nog.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns