Vitesse is zijn licentie voor het spelen van betaald voetbal kwijt. Dat heeft de licentiecommissie van de KNVB zojuist bekendgemaakt. Vitesse gaat tegen de uitspraak in beroep.
De beslissing om de licentie per 9 juli in te trekken komt niet onverwacht: Vitesse kon niet op tijd de gevraagde stukken bij de licentiecommissie inleveren. Het ontbreken van een bankrekening, een controlerend accountant en het feit dat er geen sluitende begroting is ingeleverd, leidt ertoe dat dat de gedegradeerde club nu zonder licentie komt te zitten.
Vitesse kampt met een schuld van 19 miljoen euro, waarvan 14 miljoen aan de Amerikaanse investeerder Coley Parry. De club komt 6 miljoen euro tekort op de begroting, bleek eind mei.
Over de auteur
Mark Misérus is verslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over onderwijs.
Van de vier investeerders waarmee de club de afgelopen tijd in gesprek was, is er nu nog een overgebleven. Volgens meerdere media heeft Vitesse zijn hoop gevestigd op investeerder Guus Franke. De Nederlandse ondernemer, die in Zwitserland woont, zou bereid zijn miljoenen in de club te steken.
Linksom of rechtsom, Vitesse moet een oplossing vinden met Parry. De investeerder uit New York had de club willen overnemen van de Rus Valeriy Oyf, maar de licentiecommissie keurde de overname af omdat Parry niet genoeg inzicht in de herkomst van zijn geld kon geven. Daardoor werd hij de grootste schuldeiser van Vitesse, waarin hij nu al 14 miljoen euro heeft gestoken. Parry en de club voeren momenteel moeizame onderhandelingen met elkaar over de afwikkeling van die schuld.
Vitesse stapt nu naar de beroepscommissie van de KNVB, waarmee het twee tot drie weken tijd koopt om alsnog orde op zaken te stellen. Mocht de beroepscommissie het eens zijn met de intrekking van de licentie, dan kan de club nog gerechtelijke procedure starten.
Beide wegen kunnen uitkomst bieden voor clubs in doodsnood, bewezen MVV, Fortuna Sittard en FC Twente in het verleden. In 2001 verloor MVV zijn licentie omdat het niet aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen, maar de Maastrichtse club ging in beroep en kwam er weer bovenop, mede dankzij een gemeentelijke subsidie van 2 miljoen gulden.
Fortuna Sittard verkeerde op de rand van een faillissement en raakte medio 2009 zijn licentie kwijt, maar vond steun bij de rechtbank. Die oordeelde dat de KNVB procedurefouten had gemaakt en besloot dat Fortuna de licentie mocht houden.
FC Twente, waarmee de situatie van Vitesse nu en dan wordt vergeleken, was een geval apart. De landskampioen van 2010 verkeerde in de greep van investeringsmaatschappij Doyen Sports, die volgens de KNVB ongezond veel invloed op het transferbeleid had. Twente kon bovendien niet aan zijn financiële verplichtingen voldoen, waardoor de club tot drie keer toe drie punten in mindering kreeg.
In mei 2016 trok de licentiecommissie de licentie van Twente in, maar verleende meteen een nieuwe voor de eerste divisie waarin de club dan zou moeten uitkomen. Twente was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter, maar die gaf de KNVB gelijk.
De beroepscommissie van de voetbalbond, die de zaak opnieuw behandelde, oordeelde anders: FC Twente mocht in de eredivisie blijven, maar kreeg een boete van 181 duizend euro vanwege vier ernstige overtredingen van het licentiereglement.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant