In tijden van corona was er een speciale big five. Velen zullen hun namen in deze vluchtige tijden alweer zijn vergeten. Maar Jaap van Dissel, Ab Osterhaus, Diederik Gommers, Marion Koopmans en Ernst Kuipers zwierven langs de televisie-kletsprogramma’s als bijen langs lavendelplanten.
Laatstgenoemde werd zelfs met vlag en wimpel binnengehaald door het sterrenkabinet-Rutte IV. Dat overkwam ook Robbert Dijkgraaf, wetenschapper en mediapersoonlijkheid. Hij was tijdens de hoogtijdagen van DWDD een van de knuffels van Matthijs van Nieuwkerk.
Met politieke coryfeeën als Sigrid Kaag, Hugo de Jong, Wopke Hoekstra, Rob Jetten, Carola Schouten, Kajsa Ollongren en Rutte himself had het kabinet een sterrencast. Maar na anderhalf jaar aanmodderen, draaien, liegen en ruziën werd de stekker al uit de productie getrokken. Een deel van de ministers, onder wie Kuipers, had het zinkende schip al voortijdig verlaten. Ook de premier was vanaf het begin bezig te lobbyen voor een ander baantje na Rutte IV.
Nu komt er een kabinet met vooral nobody’s – ministers die niemand kent. Voordat hij als premierskandidaat opdook, had 99,9 procent van de Nederlanders nog nooit van Dick Schoof gehoord. Het is alsof de keeperstrainer van Helmond Sport ineens de bondscoach van het Nederlands elftal wordt. Ook de zogenoemde sociaal-economische driehoek, de hoeksteen van het kabinet, bestaat uit mensen die Sterrenslag niet zullen halen: Eelco Heinen op Financiën, Eddy van Hijum op Sociale Zaken en Dirk Beljaarts op Economische Zaken. Hun verleden is onbekend, waardoor al snel gedoe kan ontstaan als er dingen aan het licht komen.
Misschien zullen ze achteraf uitstekende vakministers blijken te zijn. Maar het probleem is dat een kabinet eigenlijk maar drie maanden regeert. In die periode heeft het nog voldoende krediet om beslissingen te nemen. De eerste honderd dagen zijn in de Amerikaanse politiek een begrip. Daarna wordt vier jaar op de winkel gepast. Franklin Roosevelt wist in 1933 zijn New Deal binnen honderd dagen in gang te zetten.
Ook Donald Trump wist in 2017 eigenlijk alleen in de eerste dagen zijn presidentschap iets van zijn voornemens in gang te zetten, zoals de beloofde belastingverlagingen en de beruchte muur op de grens met Mexico. Daarna vocht hij vier jaar tegen een onwillig Congres. De flamboyante Britse Labourpremier Tony Blair besloot in de eerste drie dagen van zijn regeerperiode de Bank of England onafhankelijk te maken en Schotland, Wales en Noord-Ierland een eigen regering te gunnen. Hij wist in 1997 ook nog het Goedevrijdagakkoord te sluiten en verhief Diana na haar dodelijke ongeluk tot ‘prinses van het volk’. Daarna kon Blair niets goeds meer doen, waarop hij de Britten in een onzalig avontuur in Irak stortte.
Kabinet-Schoof heeft niet meer dan honderd dagen de tijd om het hele hoofdlijnenakkoord te realiseren. Daarna kan het in de prullenmand en moet het zich concentreren op problemen die er nu nog niet zijn – de unknown unknowns – met een ploeg ministers wier reputatie op voorhand al bezoedeld is.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns