Home

Defensie zoekt terrein om te oefenen– en veel omwonenden schrikken zich rot van de plannen

Vanwege de internationale dreigingen heeft defensie fors meer grond nodig om te kunnen oefenen – ‘een uitbreiding zoals deze heb ik nog nooit meegemaakt’. Dat schuurt, in een land waar natuur, landbouw, energie en woningbouw al vechten om de schaarse ruimte.

Huisarts Geert-Jan van Holten (64) uit Loenen vraagt zich af waarom hij uit de regionale krant moest vernemen dat zijn houten huis in het bos op de Veluwe gaat verdwijnen. Om plaats te maken voor een terrein waar de landmacht kan oefenen met zware explosieven.

Van Holten wil tijdens een informatieavond van defensie in Ugchelen, een dorp in de gemeente Apeldoorn, weten wanneer defensie van plan was met hem in gesprek te gaan over de uitbreidingsplannen. ‘Mijn huis is onverkoopbaar geworden’, zegt hij. ‘En ik weet ook niet of verduurzamen en schilderen nog zin heeft. Kan ik mijn schade ergens verhalen bij jullie?’

Van Holten is niet de enige die in onzekerheid leeft, sinds het kabinet in december bekendmaakte in het hele land te zullen onderzoeken waar defensie kan uitbreiden. Van het wensenlijstje van defensie zijn omwonenden zich op veel plekken rot geschrokken. Om ze bij te praten, doet defensie in de maanden juni en juli iedere provincie aan. Onder meer in Friesland zijn de zorgen groot, vooral vanwege de optie Vliegbasis Leeuwarden uit te breiden.

De Russische dreiging, de oorlog in Gaza en andere geopolitieke onzekerheden voeden de grondhonger van de krijgsmacht, die in Nederland veel meer oefenruimte wil. Van nieuwe laagvlieggebieden, schietbanen en springterreinen voor explosieven tot grotere kazernes en een dirt strip om met transportvliegtuigen te oefenen op een onverharde landingsbaan. In het licht van de gespannen geopolitieke verhoudingen zien lokale bestuurders de noodzaak van een sterkere krijgsmacht in, maar er zijn overal ook tal van bezwaren tegen de uitbreidingen.

Nationaal Programma

Na decennia van bezuinigingen is het vorig jaar gelanceerde Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) van een omvang die zijn weerga niet kent in Nederland. ‘In 1983 kwam ik in dienst bij defensie’, zegt de in Ugchelen aanwezige kolonel Jos van Leij, tevens hoofd van de afdeling leefomgeving bij defensie. ‘Zeven jaar later maakte ik na de val van de Muur de eerste reorganisatie mee. Sindsdien was de trend bezuinigen. Tot nu: een uitbreiding zoals deze, over het hele land, heb ik nooit meegemaakt.’

De operatie begon eind vorig jaar met een inventarisatie van de krijgsmacht. Daar begon de onzekerheid voor veel bewoners bij bestaande defensieterreinen, zeker in Gelderland en Noord-Brabant, waar de krijgsmacht nu al het actiefst is. Op 31 plekken in Nederland kwam defensie tot de conclusie dat het daar het meest voor de hand ligt dat de marine, land- of luchtmacht uitbreidt. Daarnaast zoekt defensie nog eens dertien locaties voor nieuwe activiteiten.

Op de wensenlijstjes kwamen 2.200 vragen en opmerkingen van bewoners en bestuurders. Eind mei kwam het ministerie met reacties hierop. Het boekwerk met 615 pagina’s ligt bij de informatiebijeenkomst in Ugchelen ter inzage.

Luitenant-kolonel Egge Jan de Jonge moet als omgevingsmanager het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie in goede banen leiden. ‘Het eerlijke antwoord op uw vraag wanneer we direct met omwonenden gaan spreken?’, zegt hij vanaf het podium tegen Van Holten, de huisarts met zijn houten huis. ‘Pas als het nieuwe kabinet een besluit heeft genomen. En pas achteraf kunt u een aanvraag doen voor planschade.’

‘Minimale behoefte’

De wensenlijst is een keuzemenu. Defensie heeft weliswaar ‘de minimale behoefte in beeld gebracht die de krijgsmacht nodig heeft om Nederland veilig te houden’, per behoefte is een aantal alternatieven in beeld.

De opties houden maar beperkt rekening met wat mogelijk is in het krap bemeten Nederland, waar natuur, landbouw, de energievoorziening en woningbouw al vechten om de ruimte. Op basis van de wensen van defensie, milieustudies en de mate van bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak worden uiteindelijk de keuzen gemaakt.

Het kabinet neemt volgend jaar een besluit over de uitbreiding. Pas dan weet Van Holten of zijn houten boshuis daadwerkelijk gaat verdwijnen. Zie hier het nadeel van transparantie, waarbij burgers in een vroegtijdig stadium worden betrokken, zegt De Jonge. ‘Helaas moeten wij mensen driekwart jaar in onzekerheid laten.’

Met een oorlog op het continent zijn er ook militaire deskundigen die kritisch zijn over het lange traject. Waarom moet het vijf tot zeven jaar duren voordat de besluitvorming is doorlopen en de eerste schop in de grond kan? ‘Zolang er geen oorlog is in Nederland’, zegt luitenant-kolonel De Jonge, ‘heeft ook defensie zich te houden aan de Wet ruimtelijke ordening.’

Zo gaat het in Nederland, beaamt ook kolonel Van der Leij. ‘En maar goed ook, want zo ontstaat begrip’, zegt hij. ‘Dat we het niet voor onszelf doen, maar in opdracht van de samenleving die we moeten beschermen.’

NOORD-BRABANT ‘Niet in verhouding tot belasting van andere gebieden’

‘In onze regio zijn veel grote en belangrijke hightechbedrijven gevestigd die zeer gevoelig zijn voor trillingen, zoals ASML’, klonk het gealarmeerd vanuit de bestuurskamer van de gemeente Eindhoven. In de Brabantse stad zijn de defensiewensen helemaal niet goed gevallen. ‘Uit ervaringen elders met de F-35 is gebleken dat de impact qua geluid en trillingen op de directe omgeving fors is.’

De gemeente refereert aan de optie die defensie op tafel heeft gelegd om Vliegbasis Eindhoven te gebruiken voor honderden extra oefenvluchten (met starts en landingen) met het gevechtsvliegtuig F-35. De Joint Strike Fighter leidt in Leeuwarden en Volkel al tot veel meer overlast dan voorganger F-16.

Eindhoven staat niet alleen. ‘De druk van defensie is al groot in Noord-Brabant en zal met deze plannen verder worden uitgebreid’, schrijft het provinciebestuur in een zogeheten zienswijze. ‘We vinden dit niet in verhouding staan ten opzichte van de belasting van andere gebieden in Nederland.’

De aanhef van de brief is amicaal – ‘Geachte heer Van der Maat, beste Christophe’ – want de demissionaire staatssecretaris van Defensie was tot 2022 gedeputeerde in Brabant. Maar de inhoud is scherp en kritisch. Brabant telt de meeste defensieterreinen van Nederland, al is het oppervlak aan krijgsmachtgrond in Gelderland groter.

De provincie voelt zich door de systematiek van de zoektocht – vooral aansluiten bij bestaande locaties – zwaar benadeeld. ‘Ik zal eerlijk zijn: niet alles gaat passen’, verklaarde VVD-gedeputeerde Wilma Dirken eerder dit jaar. ‘Het zoet en het zuur moeten eerlijk worden verdeeld.’

Om ‘meer stedelijk te kunnen oefenen’ heeft defensie in Brabant haar oog laten vallen op de Nassau-Dietzkazerne in Budel. Na vertrek van de militairen worden sinds mei 2014 in een deel van de oude kazerne asielzoekers opgevangen.

Over dat azc, met vijftienhonderd opvangplaatsen het grootste na Ter Apel, wordt in de gemeente Cranendonck al jaren gebakkeleid. In het licht van die maatschappelijke discussie doet burgemeester Roland van Kessel een dringend beroep op het ministerie van Defensie om ‘duidelijke en bedachtzame communicatie’ over toekomstige ontwikkelingen van de kazerne.

Een van de varianten waaraan defensie denkt, is het combineren van de huidige opvang van asielzoekers met een nieuwe oefenlocatie voor het leger. ‘De combinatie van een opvanglocatie voor vluchtelingen uit oorlogsgebied met een militair oefenterrein vinden wij vanuit humanitair oogpunt ongepast’, reageerde Van Kessel, die mede namens zijn collega in Weert spreekt.

Ook Vught is in beeld als locatie voor de vestiging van een extra oefendorp, naast dat in Marnehuizen in Noordwest-Groningen. In de Brabantse gemeente is al een oefenterrein van defensie met onder meer een helikopterlandingsplaats, die de krijgsmacht nu wil uitbreiden.

Nog meer ronkende helikopters boven het dorp, dat ziet Vught niet zitten. ‘De mogelijke uitbreiding van de oefencapaciteit op of nabij de Vughtse Heide roept in onze ogen bezwaren op’, stelt burgemeester Roderick van de Mortel.

Een daarvan is de nabijheid van de Penitentiaire Inrichting (PI), met daarin ook de extra beveiligde gevangenis (EBI) waarin topcriminelen als Ridouan T. vastzitten. De burgemeester heeft net met succes gelobbyd voor een nieuwe ontsluitingsweg uit de EBI, waardoor zwaarbeveiligde transporten met gedetineerden – inclusief helikopterondersteuning – niet meer door Vughtse woonwijken hoeven.

‘Extra helikopterlandingsplaatsen met bijbehorend helikoptergebruik in dit gebied draagt niet bij aan het herstel van het gevoel van veiligheid in aangrenzende woonwijken’, zegt Van de Mortel. ‘Bovendien’, voegt hij eraan toe, ‘is in de omgeving van de PI een no-flyzone van kracht.’

GELDERLAND De grootste zorgen betreffen het luchtruim

Als de wensen van defensie ergens botsen met andere ruimtelijke opgaven, dan is het wel tussen de dorpen Loenen en Beekbergen, op de Veluwe in de gemeente Apeldoorn. Het terrein dat aldaar in beeld is als een oefenterrein voor explosieven, ligt niet alleen in beschermd Natura 2000-gebied, vol rodelijstsoorten. Ook wint Vitens er water en moeten er woningen wijken als defensie er mag uitbreiden.

Tijdens de defensie-informatieavond voor Gelderland deze maand in Ugchelen, bleek nog een opvallend bezwaar te leven bij veel aanwezigen: het Nationaal Ereveld Loenen, begraafplaats voor oorlogsslachtoffers. ‘Ik werk zelf bij defensie’, zegt Bart Willems vanuit de zaal. ‘Ik begrijp onze belangen. Maar een ereveld dat straks is omgeven door een springterrein? Het kan toch niet dat er straks geen rust meer is voor mensen die ons land hebben verdedigd?’

Met veel natuur is het niet toevallig dat Gelderland nu al het grootste oppervlak heeft aan defensieterreinen. ‘Met trots kijken wij terug op de historische relatie die wij met defensie hebben opgebouwd’, klinkt het plechtig in de reactie van het provinciebestuur op de plannen. ‘Uw aanwezigheid zorgt voor onze veiligheid en is een stimulans voor de lokale leefbaarheid.’

De provincie Gelderland is dan ook minder gealarmeerd door de wensen dan zuiderbuur Noord-Brabant. Toch zijn er ook zorgen over deze extra ruimtelijke opgave. ‘De impact van deze plannen zal op Gelderland en zijn gemeenten groot zijn.’

Defensie wil in Gelderland onder meer bij ’t Harde extra ruimte op het spoor en in Harskamp een uitbreiding van het Infanterie Schietkamp. Dat het om grote stukken grond gaat, is te zien in de gemeente Elburg. De wens is dat het bestaande Artillerie Schietkamp daar met 750 hectare groeit.

De grootste zorgen betreffen het luchtruim. Zo wil de krijgsmacht meer oefenen met drones, extra laagvliegroutes, mogelijk een onverharde landingsbaan aanleggen en ook op vliegveld Deelen meer helikoptervluchten uitvoeren.

De vrees is dat al die extra vliegbewegingen niet alleen tot overlast bij omwonenden leiden, maar ook tot beperkingen voor het Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet en luchthaven Teuge, waar een skydivecentrum zit. En dus klinkt het vriendelijke verzoek vanuit de provincie om in plaats van uitbreiding van Gelderse vliegbases ‘te onderzoeken of het mogelijk is Lelystad Airport voor militaire doeleinden te gebruiken’.

De natuur is een ander obstakel in de provincie met het grootste beschermde natuurgebied van Nederland, de Veluwe. De gemeente Arnhem wijst op het belang van rust en stilte aldaar, die nu al onder druk staat door ‘stedelijke groei’. Bovendien is dit een zoekgebied voor de energieopgave en de transitie naar natuurinclusieve landbouw.

Om dezelfde reden is er verzet vanuit de gemeente Apeldoorn tegen het springveld voor explosieven bij Loenen en Beekbergen. Natuurliefhebbers vinden dat defensie zich te veel verschuilt achter het kabinet, dat uiteindelijk beslist waar de krijgsmacht mag groeien. ‘Natura 2000, waterwinning, stiltegebied, een broedende ravenkolonie’, vraagt inwoner Hanna Bakker (37) tijdens de bijeenkomst in Ugchelen. ‘Wat moet er gebeuren voor jullie zeggen: dit kunnen we ethisch gezien gewoon niet voorleggen aan het kabinet?’

Het korte antwoord is dat defensie in deze fase nog niet te veel wil uitsluiten. Maar, laat luitenant-kolonel Egge Jan de Jonge wel alvast doorschemeren: Loenen/Beekbergen lijkt van de zeven opties niet de meest kansrijke plek voor een springterrein. Niet in de minste plaats vanwege het Nationaal Ereveld, zegt hij, als weer iemand erop wijst dat onder meer soldaten die in Afghanistan zijn gestorven rust verdienen.

‘Ik was erbij toen Tom Krist in Afghanistan dodelijk gewond raakte’, reageert De Jonge. ‘We nemen dit punt zeker mee; oorlogsgraven beschermen is ook voor ons als defensie belangrijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next