Omdat ambtenaren snel van functie wisselen, kunnen gemeenten niet de best mogelijke hulp bieden aan de meest kwetsbare inwoners. Veel gemeenten lijken telkens het wiel opnieuw uit te vinden bij bijvoorbeeld schuldhulpverlening, inburgering en het aan een baan helpen van werklozen.
Een langetermijngeheugen op de afdelingen ontbreekt, aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een dinsdag verschenen rapport. Het adviesorgaan van de overheid onderzocht of de gemeenten en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voldoende deskundig zijn om het groeiend aantal gemeentelijke taken uit te voeren.
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, het ondersteunen van kwetsbare inwoners en het aan een baan helpen van werklozen. Een paar jaar later kwam daar ook de inburgering van nieuwkomers bij. De gemeenten vinden dat ze veel te weinig geld krijgen van het Rijk om al deze opdrachten goed uit te voeren. Bovendien zijn juist deze terreinen gevoelig voor de telkens veranderende politieke winden. Eerder werden bijvoorbeeld taallessen centraal georganiseerd, daarna moesten migranten zelf hun inburgering regelen.
Door een eerder ingezet roulatiebeleid op de ministeries zitten leidinggevende beleidsambtenaren op deze terreinen gemiddeld 2,5 jaar op een plek. Het gevolg is een gebrek aan vakkennis en kennis over de uitvoering, constateert de WRR. Bij de gemeenten is de omloopsnelheid van het uitvoerend personeel de afgelopen jaren eveneens hoger dan wenselijk is.
‘Niet alleen door de krappe arbeidsmarkt hebben gemeenten moeite om deze ambtenaren vast te houden’, zegt hoogleraar sociologie Godfried Engbersen, een van de onderzoekers. ‘Maar ook vanwege de hoge werkdruk, omdat de gemeenten te weinig geld krijgen, en de relatief lage status van deze banen.’
De snelle wisseling van ambtenaren is volgens de hoogleraar funest voor de vertrouwensrelatie tussen de overheid en de burger. Die ziet telkens een ander gezicht aan het loket aan wie hij zijn verhaal moet doen. Vooral kleine gemeenten beschikken vaak over onvoldoende capaciteit en kennis om hun inwoners goed te helpen, constateren de onderzoekers. Als zij met andere gemeenten gaan samenwerken voor schaalvergroting leidt dat vaak tot ‘veel vergaderen’.
‘Door de snelle personeelswisselingen en het gebrek aan kennis is op veel gemeentelijke afdelingen voor de ondersteuning van kwetsbare inwoners onvoldoende geheugen’, zegt Engbersen. ‘De ambtenaren hebben niet genoeg ervaring om te weten welke aanpak werkt en welke niet. Naar effectieve methodes is veel onderzoek gedaan, maar ambtenaren weten de uitkomsten daarvan vaak niet omdat deze kennis onvoldoende toegankelijk is voor de gemeenten.’
Door het gebrek aan continuïteit en kennis gaan gemeenten dan ‘ad hoc’ werken en improviseren. ‘Zo is er een bewezen effectieve aanpak om langdurig werklozen intensief te begeleiden om weer aan het werk te gaan, maar veel gemeenten beginnen liever een proef met een vernieuwende werkwijze.’ Maar ook als die nieuwe aanpak blijkt te werken, wordt deze vaak niet voortgezet als de proef is afgelopen, zegt Engbersen. ‘Bovendien worden de pilots niet altijd goed geëvalueerd.’
De hoogleraar wijst op de grote gevolgen die het kan hebben voor burgers als zij niet adequaat worden geholpen met bijvoorbeeld hun schulden. ‘Het kost de samenleving veel geld als inwoners niet uit hun penibele situatie komen.’ Om de kwaliteit van zulke hulp te verbeteren, moeten gemeenten proberen werknemers met kennis langer vast te houden, bijvoorbeeld door de werkdruk te verminderen, adviseren de onderzoekers. De ambtenaren moeten weten van welke methoden de effectiviteit is bewezen. En onderzoeksprogramma’s moeten een veel langere looptijd hebben dan bijvoorbeeld alleen de duur van een pilot.
‘Vroeger waren er ambtenaren die door hun jarenlange ervaring wisten hoe je het best iemand vooruit kon helpen’, zegt Engbersen. ‘Zulke praktijkkennis moet terugkomen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant