Hij verbetert de juf in groep 6 bij rekenen en weet het antwoord al vóór de staartdeling is gemaakt. Hij laat maar niet merken dat hij de uitslagen van alle Champions Leaguewedstrijden van Ajax van twintig jaar uit zijn hoofd kent. Zij heeft in groep 4 de schoolbibliotheek al uit. Ze schrijft toneelstukjes, maar niemand wil een rol. Op pianoles speelt ze na enkele lessen de leraar na, daarna componeert ze zelf liedjes, die niemand zingt. Allebei stellen ze lastige vragen in de klas: waarom mensen kanker krijgen, en hoe je ze beter maakt? Waarom is er honger in de wereld?
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Intelligenter zijn dan gemiddeld lijkt een voorrecht. Het is adembenemend om te merken wat er omgaat in zo’n klein, wonderlijk ontwikkeld hoofd, hoe snel leren en begrijpen kan gaan, hoe schitterend een talent zich ontwikkelt. De wereld kan deze slimpies goed gebruiken. Want hoogbegaafde kinderen – met een IQ boven de 130 – leggen snel verbanden, denken analytisch, zien onvermoede invalshoeken, zijn creatief en hebben een groot inlevingsvermogen en rechtvaardigheidsgevoel. Alle reden om deze aanleg als een geschenk te zien.
In de praktijk is het eerder een last. Deze kinderen wijken af, en als kind wil je dat niet. Ze zijn geen nerd, ze willen ook voetballen en dansen. Anderen begrijpen hen niet, of vinden hen vreemd: klasgenoten of hun ouders, en soms juffen en meesters. Ze zouden zich verheven voelen boven anderen, maar voelen zich juist onbeduidend. Ze maken moeilijk vrienden en worden vaak gepest. Dat ze bedreigingen eerder zien, maakt hen angstig.
Op school vervelen ze zich snel. Ze leren niet om te leren; ze krijgen geen spannende leerstof, maar worden sneller door de standaardstof gejaagd. In een lezing uit 2022 stelt onderzoeker Willy de Heer dat 92 procent van hen geen geschikt onderwijsaanbod krijgt. Ze gaan onderpresteren, raken geïsoleerd. Ze proberen minder slim te lijken, want hoogbegaafdheid leidt tot rollende ogen en hoongelach: ‘Haha, jij, hoogbegaafd? En wel zakken voor een toets?’ Ze lopen grote kans op depressie en om thuis op de bank te belanden.
Aantallen zijn moeilijk te geven, omdat hoogbegaafden vaak met een ander opgeplakt label thuiszitten. Oudervereniging Balans schat dat van de twintigduizend thuiszitters 25 tot 40 procent hoogbegaafd is. Voormalig onderwijsminister Dennis Wiersma trok zich hun lot aan. Hij schreef dat de schrijnende verhalen hem ‘raakten’ en kwam eind 2022 met een plan van aanpak hoogbegaafdheid: erkenning van het probleem, specifieke voorzieningen op de eigen school of op voltijds hoogbegaafdenscholen, een ‘dekkend aanbod’ van lesmateriaal, vaker specialisten inzetten en aandacht voor hoogbegaafdheid op lerarenopleidingen. Wiersma trok 23,5 miljoen euro uit voor het plan, 10 miljoen meer dan daarvoor. In 2035 moet het onderwijs ‘inclusief’ zijn, voor kinderen met een handicap, achterstand óf voorsprong.
Een mooi, ambitieus programma, dat dringend nodig is. Demissionair minister Mariëlle Paul ging ermee door. Onlangs liet ze in een Kamerbrief weten dat het programma op stoom is, maar ze laat ook onderzoeken of het vele geld daadwerkelijk bij hoogbegaafde leerlingen terechtkomt. Dat doet ze niet voor niets, want wordt dit beleid voortgezet in het nieuwe kabinet?
Je mag bidden van wel, maar de voortekenen zijn niet gunstig. Superslimmeriken zijn geen grote zorg voor de achterbannen. NSC-Tweede Kamerlid Aant Jelle Soepboer noemde inclusief onderwijs in 2035 ‘niet haalbaar’. Collega Claudia van Zanten van BBB wilde niet ‘elke keer een nieuw plan bedenken en daar weer een paar zakken geld tegenaan smijten’. Hopelijk blijkt het geld goed besteed en krijgen deze kinderen blijvend hulp. Je kunt je jeugd maar één keer verspillen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant