Bij aanvallen op Russisch-orthodoxe kerken en synagogen in de Russische deelrepubliek Dagestan zijn zeker twintig doden en tientallen gewonden gevallen. Onder de doden zijn een 66-jarige priester en enkele bewakers, de overige slachtoffers zijn politiemensen.
Het zijn de bloedigste aanslagen in Dagestan in jaren. Volgens de autoriteiten zijn ook alle vijf aanvallers gedood. De aanvallen begonnen zondagavond, eerst in de zuidelijke stad Derbent en een uur later in de hoofdstad Machatsjkala. De schutters stichtten brand in de gebouwen en vuurden blijkens videobeelden in het wilde weg.
De orthodoxe kerk vierde zondag Pinksteren, wat mogelijk een motief is geweest voor de aanval. De vermoorde priester Nikolaj Kotelnikov was al veertig jaar verbonden aan de kerk van de Voorbede van de Moeder Gods en een plaatselijke beroemdheid in Derbent. Tientallen gelovigen wisten wonderwel te ontkomen. De synagoge in Derbent werd extra bewaakt sinds in oktober vorig jaar een woedende menigte het vliegveld van Machatsjkala had bestormd, toen daar een toestel uit Israël was geland. Maar de bewakers hadden geen verweer tegen de aanvallers en vonden de dood.
Over de auteur
Geert Groot Koerkamp is correspondent Rusland voor de Volkskrant. Hij woont in Moskou.
De aanslagen zijn nog door niemand opgeëist. Wel hebben aan IS gelieerde accounts op sociale media hun lof uitgesproken over de ‘broeders’ in de Kaukasus, ‘die hebben aangetoond dat ze nog sterk zijn en waartoe ze in staat zijn’. Dat kan erop duiden dat de aanslagen het werk zijn van een enkele jaren geleden geproclameerde regionale vertakking van IS, maar zeker is dat niet.
De Dagestaanse autoriteiten hebben drie dagen van nationale rouw aangekondigd. Het hoofd van de republiek, Sergej Melikov, zegt dat de klopjacht doorgaat ‘totdat alle leden van slapende cellen zijn ontmaskerd’. De aanslagen zijn volgens hem ‘zonder twijfel mede vanuit het buitenland voorbereid’.
Dagestan kent lange geschiedenis van geweld en terrorisme, van tientallen jaren. De deelrepubliek grenst aan Tsjetsjenië en de beide oorlogen daar lieten Dagestan niet onberoerd. In 1999 trokken Tsjetsjeense strijdgroepen onder aanvoering van Sjamil Basajev de grens over naar Dagestan om er een islamitische staat te stichten.
Juist toen werd Vladimir Poetin door de toenmalige president Boris Jeltsin tot premier benoemd. Het bood hem de kans zich te ontpoppen als een sterke man die de orde zou herstellen. Russische troepen trokken opnieuw Tsjetsjenië binnen. In die tijd vonden zware bomaanslagen plaats op flatgebouwen in Moskou en ook in Dagestan, waarbij honderden doden vielen.
In de jaren die volgden was Dagestan geregeld het doelwit van terreuraanslagen, waarbij meermalen religieuze objecten en personen het doelwit waren. Zo was er in 2012 de moordaanslag op de geestelijk leider van Dagestan, sjeik al-Chirkavi, en in 2018 een aanval door een eenzame schutter op een Russisch-orthodoxe kerk in Kizljar, waarbij vijf doden vielen. De laatste jaren was het betrekkelijk rustig in de republiek en nog maar enkele dagen voor de jongste aanslagen meldden de Dagestaanse autoriteiten monter dat er geen terreurdreiging bestond.
Dagestan is groter dan Nederland en telt ruim drie miljoen inwoners. De Dagestanen vormen geen etnische groep. De deelrepubliek is een lappendeken van tientallen kleine volken, waarvan de Avaren domineren, gevolgd door Dargintsen, Koemyken en Lezginen. Het gros van de bevolking is islamitisch. In Derbent, met ruim 1.500 jaar waarschijnlijk de oudste stad van Rusland, bestaat al eeuwen lang een Joodse gemeenschap. De etnische en religieuze verscheidenheid noopt de Dagestanen tot voortdurend overleg en verdraagzaamheid. Van separatisme is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de buurrepubliek Tsjetsjenië, nooit sprake geweest.
Dat betekent niet dat er geen onvrede is in Dagestan. De republiek is een van de armste regio’s in Rusland. Dat is een van de oorzaken dat relatief veel Dagestanen zich hebben gemeld voor de strijd in Oekraïne. Volgens officiële regionale cijfers zijn in Oekraïne al meer dan 800 Dagestaanse mannen omgekomen, maar het werkelijke aantal kan flink hoger liggen. Toen Poetin in september 2022 een ‘gedeeltelijke mobilisatie’ afkondigde, was Dagestan de regio met de meeste protesten.
Die relatieve armoede kan een drijfveer zijn die jongeren kwetsbaar maakt voor ronseling door islamistische organisaties. Ook de voortdurende repressie in Dagestan tegen een fundamentalistischer stroming binnen de islam, de salafieten, kan een rol spelen. Juist op hen hebben de autoriteiten in het verleden meer dan eens hun pijlen gericht, door ‘verdachte’ leden van de gemeenschap aan te houden of te registreren en door invallen bij salafistische moskeeën. Dat soort acties heeft kwaad bloed gezet en bij sommigen mogelijk geleid tot radicalisering.
Opmerkelijk is wel dat twee van de zondag gedode aanvallers de zoons zijn van een lokale bestuurder en lid van de Kremlinpartij Verenigd Rusland, dus zeker niet afkomstig uit armlastige kringen. Hun vader, Magomed Omarov, heeft inmiddels ontslag genomen en is uit de partij gezet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant