Voor tientallen wetenschappers moesten vorig jaar beveiligingsmaatregelen worden getroffen na intimidaties en bedreigingen. In sommige gevallen werden ze zelfs tijdelijk elders ondergebracht. ‘We mogen dit niet normaal gaan vinden.’
‘Lelijk wijf’. ‘We weten je thuis te vinden’. Viroloog Marion Koopmans heeft het allemaal gehoord. Tijdens de coronapandemie was ze een van de zichtbaarste wetenschappers van het landelijk Outbreak Management Team (OMT). Het OMT adviseerde de regering over het coronabeleid, waarover het debat steeds meer gepolariseerd raakte. ‘Het ging zelfs zo ver dat ik op mijn privéadres een bloemenkrans voor de ‘Anton Mussert-award’ bezorgd kreeg. Dat kwam heel bedreigend over.’
Koopmans kreeg zelfs een periode bewaking. ‘Dat heeft enorme impact, ook op het gezin’, vertelt ze. ‘Als we met het gezin iets wilden doen, moesten we naar het buitenland. Het was te riskant om in Nederland de straat op te gaan, of mijn kinderen vonden het gewoon te eng met mij naar buiten te gaan.’
Over de auteur
Thom Canters is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Het verhaal van Koopmans staat niet op zichzelf. Uit cijfers die de Nederlandse wetenschapsorganisaties UNL, NWO en KNAW maandag naar buiten brachten, blijkt dat tussen november 2022 en december 2023 bij 59 wetenschappers beveiligingsmaatregelen moesten worden getroffen, voor 14 van hen op structurele basis.
Een vergelijking met voorgaande jaren is lastig te maken, omdat de wetenschapsorganisaties pas sinds november 2022 een meldpunt hebben voor wetenschappers die zich bedreigd voelen.
De maatregelen gaan van het weghalen van contactgegevens op websites tot het elders onderbrengen van medewerkers. Met name vrouwen en jonge onderzoekers krijgen vaker te maken met intimidatie, haat en bedreiging, blijkt uit de cijfers.
Een ‘groei in activisme en normvervaging in de samenleving’ is een van de verklaringen die de organisaties aanvoeren voor de reacties die wetenschappers krijgen als zij hun onderzoek naar buiten brengen. Dat is met name het geval bij thema’s waar grote polarisatie in de samenleving over bestaat, zoals klimaatverandering, (de)kolonisatie en de oorlog tussen Israël en Hamas. Uit eerder onderzoek bleken ook thema’s als de Russische oorlog tegen Oekraïne, migratie en covid-19 polariserend.
De klachten die het meldpunt ontving, betreffen waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg. In veel gevallen kloppen bedreigde medewerkers immers aan bij hun eigen universiteit. Vaak zijn wetenschappers bovendien terughoudend met het publiekelijk spreken over bedreigingen, uit vrees olie op het vuur te gooien.
Terwijl het publieke debat lijkt te verharden, stimuleren universiteiten wetenschappers wel om er actief aan deel te nemen. Wetenschappers die zich in discussies mengen, kunnen vaak rekenen op felle reacties en bedreigingen. Uit een enquête uit 2021 van wetenschapssite voor het hoger onderwijs ScienceGuide, bleek al dat na een publiek optreden bijna de helft van de wetenschappers is bedreigd, uitgescholden of op een andere manier is geïntimideerd.
De manier waarop politieke leiders zich opstellen in het debat over gepolariseerde thema’s en tegenover de wetenschap kan leiden tot ‘risico’s voor wetenschappers’, stellen de wetenschapsorganisaties vast.
Koopmans bevestigt die lezing. ‘Er zijn politici geweest, zoals Wybren van Haga (toenmalig Kamerlid voor Forum voor Democratie, red.) die mijn naam noemde in het rijtje van mensen die ze voor de rechter gingen slepen vanwege dingen die ik had gezegd over de veiligheid van vaccins. Of Thierry Baudet die mij op X een China-poedel noemde. In een democratie mag je veel zeggen, maar zulke uitspraken leiden wel tot een stroom van haat en bedreigingen.’
Het soort bedreigingen dat wetenschappers krijgen, varieert van haatberichten op sociale media (van anonieme accounts) tot intimidatie in de thuissituatie. ‘Wij ontvangen meerdere keren per week vragen van medewerkers over wat ze met haatberichten op sociale media moeten’, zegt Jaap Weijermans, hoofd Integrale Veiligheid bij de Universiteit van Amsterdam. ‘Het gaat dan bijvoorbeeld over doodsverwensingen, of over mensen die zeggen dat ze naar het huis van de wetenschapper zullen komen.’
Dat laatste gebeurde in 2021 ook bij de Leidse historicus en universitair docent migratiegeschiedenis Nadia Bouras. Op haar deur werd een sticker geplakt waarop stond dat zij in de gaten werd gehouden. De sticker was afkomstig van het anoniem opererende platform Vizier Op Links, dat soortgelijke stickers plakte bij andere opiniemakers.
De impact van zulke bedreigingen op het werk en leven van de wetenschappers is groot, ziet Weijermans. ‘Wetenschappers die bij ons aankloppen na bedreigingen vragen zich soms af of ze nog veilig college kunnen geven, of ze nog veilig over straat kunnen.’
Soms moet, al dan niet onzichtbaar, beveiliging worden ingezet tijdens hoorcolleges. In enkele zware gevallen krijgt het huisadres van een bedreigde wetenschapper een speciale beschermde status.
De angst voor negatieve reacties weerhoudt sommige wetenschappers ervan om publiekelijk over hun werk te communiceren, blijkt uit het onderzoek. Binnen universiteiten bestaan daar al langer zorgen over.
Onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toonde eind vorig jaar al aan dat grofweg 10 tot 30 procent van de universitair onderzoekers en docenten beperkingen ervaart om zich vrij te uiten in het academische debat. Een deel van hen zegt in de afgelopen jaren door externe druk ook meerdere keren te zijn overgegaan tot zelfcensuur.
‘Het is belangrijker dan ooit dat wetenschappers hun bevindingen over het voetlicht blijven brengen’, zegt Koopmans. Er ligt volgens haar een grote opdracht bij de wetenschap en de politiek om maatregelen te treffen, zodat wetenschappers zich kunnen blijven uitspreken. ‘We mogen dit niet normaal gaan vinden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant