Cyrill Jean Nunn vertrekt na drie jaar als de ambassadeur van Duitsland in Nederland. Hij vertrekt niet zonder zorgen. ‘We moeten andersdenkende mensen niet negeren, maar niet zulke compromissen sluiten. Want wie wordt dan vermalen? Het midden.’
Zoals het een scheidend Duits ambassadeur in Den Haag betaamt, is Cyrill Jean Nunn zeer lovend over de uitstekende betrekkingen met Nederland. Dat er voor een fervent fietser als hem in dit land ‘elke dertig kilometer appeltaart met slagroom beschikbaar is, alles van hoge kwaliteit’, bevalt hem ook zeer.
Maar de verkiezingsuitslag heeft de Duitsers zeer verbaast, beaamt hij, en zelf stuitte hij tijdens zijn verblijf in Nederland ook op de grenzen van onze openheid. ‘Er is een echte discrepantie tussen de oprechte openheid van dit land, dat nieuwsgierig is naar de wereld, en de geslotenheid en naar binnen gekeerdheid van een deel van de bevolking. Dat is voor buitenlanders die hier komen verbazingwekkend, omdat ze alleen dat beeld van de open kant van Nederland kennen. Je hebt dat in alle landen van Europa, maar in Nederland verwacht je het niet.’
Hoe kijkt u tegen de politieke ontwikkelingen hier aan?
‘De publieke opinie en de politiek in Duitsland hebben verbaasd gereageerd op de verkiezingsuitslag. In Duitsland heerst een vastomlijnd beeld van onze buren. Voor Nederland zeer positief; van een vrijheidsgezind, open, tolerant land waarin de partijen van het brede midden onder elkaar de politiek bepalen. Men heeft niet verwacht dat ditmaal ook partijen sterk zijn geworden die in het begrip van Duitse belangstellenden niet tot brede midden behoren.’
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
We krijgen een minister van Migratie die openlijk spreekt over de ‘omvolking’ van Europa. Kunt u, voor de historisch minder goed onderlegden, uitleggen waar die term vandaan komt?
‘Umvolkung is een begrip dat in Duitse politieke debatten geassocieerd wordt met de tijd van het nationaalsocialisme. Die term kun je in Duitsland niet gebruiken. Toen het AfD dat toch deed, samen met het begrip Remigration, heeft dat een hele sterke reactie opgeroepen. Honderdduizenden, als het er geen miljoen waren, gingen de straat op. Omvolking staat voor de donkerste tijd van de nationaalsocialistische heerschappij, met alle gevolgen van dien: moord op verschillende groepen mensen. De AfD heeft zich er ook van gedistantieerd, waarschijnlijk uit tactische overwegingen.’
In nogal wat Europese landen doet zich de vraag voor of het van centrumrechtse partijen wijs is om in zee te gaan met radicaal rechts. In de landen die ons omringen – Frankrijk, België, Duitsland – is het antwoord simpel: nee. Waarom ligt dat in Nederland anders?
‘De geschiedenis is anders. De geschiedenis van Duitsland is die van een land dat twee extreme dictaturen heeft gekend; eerst een nationaalsocialistische, daarna in het oosten een communistische. Bij ons weet elke kiezer die voor een partij kiest die uit deze historische omstandigheden gegroeid is, hoe zwaar de geschiedenis weegt. Daarom is er in Duitsland een zeer solide midden die dat niet wil. Ik denk dat er reden is om te hopen dat dat zo blijft.
‘De Nederlandse geschiedenis is een andere. Hier hebben die ideologieën, behalve tijdens de bezetting, niet geregeerd. Noch communisten, noch nationaalsocialisten. Dus ik vermoed dat de kiezer deze geschiedenis niet in het achterhoofd heeft zitten. Mensen in Duitsland wel en daarom gaan ze misschien ook massaal demonstreren. Maar in die zin zijn Nederlanders misschien ‘vrijer’ als ze gaan stemmen.’
Bij de Europese verkiezingen was de eerste reactie ‘het midden houdt stand’. Maar er vallen ook grote gaten. Vooral in Frankrijk, maar in Duitsland is het ook niet pluis. Hoe ziet u dat?
‘Dat het midden heeft standgehouden, zoals Von der Leyen zei, is ook niet onjuist. Hetzelfde geldt voor Duitsland. Daar nemen we brandmuren (tussen het politieke midden en extreemrechts, red.) serieus, omdat we weten dat dit in het verleden niet altijd is gebeurd. Hoe ging dat in 1933 (toen Hitler aan de macht kwam, red.)? Toen had je een Reichspresident, Paul von Hindenburg, die dacht ‘die gaan we wel controleren’. Dus de geschiedenis waarschuwt ons. Ook in de DDR was het snel gedaan met alles wat met het democratische proces te maken had.
‘Daarom zijn die brandmuren belangrijk voor ons, ook in Europa. We moeten andersdenkende mensen niet negeren, maar niet zulke compromissen sluiten. Want wie wordt dan vermalen? Het midden. We denken ook niet dat het continent op die manier versterkt wordt.’
Wat is u het meest opgevallen aan Nederland? Kloppen de clichés?
‘Wat ik zal missen is de taal en de uitdrukkingskracht ervan. Ik zal Arnon Grunberg missen, Geert Mak, en ook sommige artikelen in de pers die heel aantrekkelijk en goed zijn. Daarom ben ik ook zo verbaasd hoe lichtzinnig men hier met zijn taal omgaat. Een beetje meer trots daarop mag best. Mijn zoon Elias studeerde in Amsterdam en wilde graag Nederlands leren, maar al zijn studiegenoten zeiden: ‘No, we speak English. You don’t have to learn Dutch’. Uiteindelijk maakte hij Surinaamse vrienden, die geen Engels spraken. En met hen kon hij eindelijk Nederlands praten.
‘Je ziet hier ook een interessante mix van vrijheid en orde. Het is een land van grote vrijheid, mensen kunnen veel doen, eigenlijk alles. Maar daarbinnen heerst ook orde. De filosofie hier is: je kunt alles maken, behalve wat je niet kunt maken. In Duitsland is het: je kunt niks maken, behalve wat wel mag. Dus hier hangt een vrijheidsgevoel, dat Duitsers ook ervaren. Maar oh wee wie hier in het park zijn hondenpoep niet opruimt, of, zoals ik, hardloop op het ruiterpad. Op dat pad mag je, God knows why, niet rennen. Dus er is wel degelijk een precieze ordening in de context van die grote vrijheid.’
Ziet u de mix van openheid en geslotenheid ook in het migratiedebat hier?
‘Nederland vangt ruimhartig vluchtelingen op, maar ook daar zie je inderdaad een element van egocentrisme dat negeert dat er ook andere Europese landen zijn die heel veel doen – en dat je niet het hele mondiale vluchtelingenprobleem op Nederland kunt betrekken. Het debat is een beetje in zichzelf gekeerd, terwijl andere landen precies dezelfde problemen hebben. Dat speelt nauwelijks een rol in de discussie. Dat zie je op verschillende vlakken: het beeld is positief, maar op het moment dat het land zich naar binnen keert, wordt dat positieve… een beetje anders.’
Ons imago van openheid en internationalisme staat onder druk?
‘Kijk naar de discussie in Nederland over internationale studenten. Landen als Nederland zijn zo succesvol omdat ze erin slagen slimme mensen uit de hele wereld ertoe te verlokken om hier te komen studeren en werken. Dat is in Duitsland ook zo. Er studeren nu 40 duizend mensen uit India in Duitsland. Omdat we ze nodig hebben in de IT-industrie. In Nederland zijn de meeste buitenlandse studenten Duits. Je kunt met grote zekerheid zeggen dat deze Duitsers dit land goed doen. In Duitsland blijkt 45 procent van de buitenlandse studenten, op dit moment 400 duizend, na tien jaar nog in Duitsland te zijn en werk te hebben.
‘Het debat over meer Nederlands aan de universiteit vinden we niet vreemd, maar verder vinden we dat debat wel apart. Als men dan zegt ‘minder buitenlanders, omdat het buitenlanders zijn’, dat is volgens ons geen goede calculatie en ook niet in het nationale belang.’
Het nieuwe kabinet zal zich anders gaan opstellen in Europa. Baart u dat zorgen?
‘Wij gaan ervan uit dat onze zeer nauwe samenwerking gewoon doorgaat. Ook in Europa. Nederland is een oprichterstaat van de EU en een zeer verdragsgetrouw land – het houdt zich aan de regels, het betaalt punctueel. Ik geloof niet dat dat zal veranderen, want verdragstrouwheid is ook een geestelijke houding. Het verantwoordelijkheidsgevoel voor Europa is zeer uitgesproken.
‘En verder is het een Europese realiteit dat over alles onderhandeld wordt. Dat doen jullie, maar wij ook – denk aan de verbrandingsmotor. Dat is niet nieuw. Wat misschien nieuw is, is de openlijke vorm waarop het wordt verkondigd. Maar wij maken ons niet zulke zorgen. Nederland heeft een hele duidelijke, historisch gegroeide grondhouding tegenover Europa. Er zijn variaties, maar ons beeld wat Nederland is, zal de komende regeerperiode denk ik niet veel veranderen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant