Dit jaar is het veertig jaar geleden dat West End Girls, de eerste single van de Pet Shop Boys verscheen. Het Britse popduo is nog altijd samen en bracht recent Nonetheless uit. Een van hun betere albums, met liedjes waarin zanger Neil Tennant regelmatig reflecteert op de beginjaren.
Op Nonetheless, het onlangs verschenen vijftiende studioalbum van de Pet Shop Boys, staat het nummer New London Boy. Het begint, zoals veel liedjes van het Britse popduo, met zoemende synths en elektronisch geprogrammeerde drums van Chris Lowe, het instrumentale brein van de Pet Shop Boys. Dan komt de stem van zanger Neil Tennant, die hoog en een beetje nasaal begint te zingen: ‘Who am I? And what will I turn out to be? A new London Boy, like so many others.’ De toon is melancholiek en hoopvol tegelijk, de woorden zijn zoals gewoonlijk goed verstaanbaar en ietwat dwingend.
De eerste regels maken direct nieuwsgierig waar Tennant in het liedje heen wil. Liedjes van de Pet Shop Boys gaan namelijk altijd ergens over. Vanaf hun eerste hits eind jaren tachtig, met nummers als Suburbia, It’s a Sin en Rent, werd Tennant al vergeleken met andere grote tekstdichters uit de Britse popgeschiedenis als Ray Davies, Elvis Costello en Morrissey. Waar het aantal pophits met de jaren opdroogde, is de status van Tennant als ongenaakbaar songschrijver alleen maar toegenomen. Wat maakt hem zo goed? Waarom zijn we nu, veertig jaar na de eerste single nog altijd net zo nieuwsgierig naar nieuwe liedjes van het duo als toen?
Over de auteur
Gijsbert Kamer schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en en jazz.
Natuurlijk, om de muziek die op Nonetheless bij vlagen weer net zo onweerstaanbaar klinkt als op het debuutalbum Please (1986). Maar zeker ook om Tennants teksten (deels gebundeld in het boek One Hundred Lyrics and a Poem uit 2018) die altijd op z’n best zijn als hij reflecteert op vroeger. Dat doet hij op Nonetheless meesterlijk in dat liedje New London Boy. Tennants melodieuze praatzang mijmert eerst zonder stemverheffing, en dan begint hij te rappen over skinheads op straat en dansen op David Bowie en Roxy Music. Tennant (69) neemt je mee naar de vroege jaren zeventig, toen hij als 17-jarige van Newcastle naar Londen verhuisde. Officieel om te gaan studeren, maar met in zijn achterhoofd de hartstochtelijke wens het te gaan maken als popmuzikant. ‘A new London boy, like so many others hanging around with my glam rock brothers.’
In enkele zinnen in New London Boy brengt de Pet Shop Boys-zanger zijn eerste jaren in de Britse hoofdstad tot leven, en het is die korte rap die het liedje vervolgens naar tien jaar later verplaatst. Naar 1984, toen Tennant samen met Chris Lowe de eerste single als de Pet Shop Boys uitbracht, West End Girls.
Aanvankelijk deed het nummer nauwelijks iets, maar een jaar later stond het in een nieuwe mix op 1 in de Britse hitlijst, en kwam het in Nederland tot de derde plaats in de Top 40. West End Girls begint met een rap en het is dit eerste Pet Shop Boys-succes, waar New London Boy dankzij Tennants rap naar terugverwijst.
Sinds 1981 vormt Tennant met Chris Lowe (64) de Pet Shop Boys, dat zich inmiddels het succesvolste Britse duo in de popgeschiedenis mag noemen. Ze ontmoetten elkaar in een muziekwinkel in Chelsea en bleken allebei een voorliefde voor synthesizers en discomuziek te hebben. Het was ook een goede tijd voor dansbare synthpop. Soft Cell (Tainted Love) en de Human League (Don’t You Want Me) waren niet alleen lievelingetjes van de popjournalisten, maar ook commercieel succesvol. Het duurde een paar jaar voordat Lowe en Tennant ook de toptien zouden bestormen, maar er was tussen hen meteen chemie. Lowe, de wat teruggetrokken whizzkid met pet en zonnebril achter de synths, en Tennant, het beschaafde heertje als zanger. In veertig jaar zou dat beeld niet veranderen. Tennant schreef de teksten en gaf Lowe het laatste woord over de muziek.
Nadat West End Girls begin 1986 in tweede instantie een wereldhit was geworden, volgden de successen elkaar in rap tempo op. Singles als Opportunities (Let’s Make Lots of Money), Suburbia, It’s a Sin, Always on my Mind en Left to my Own Devices maakten de Pet Shop Boys eind jaren tachtig tot vaste waarde in de Britse hitparadepop en gek genoeg klinken die nummers, net als de vroege albums van het duo, nog altijd niet gedateerd. Het debuut Please (1986) wijkt qua elektronische arrangementen en klankkleur nauwelijks af van de sound op een album als Electricity (2013) of het nu verschenen Nonetheless.
Alleen blijven de echte hits al enkele decennia uit. Iedere tien jaar verschijnt er wel weer een retrospectief waarop de singles verzameld staan, maar wie vooral hun toptienhits wil, heeft aan de eerste compilatie Discography (1991) eigenlijk wel genoeg. Doe er dan ook het wellicht sterkste popalbum Very uit 1992 maar bij en je hebt de populairste nummers bij elkaar.
Geen probleem, dat uitblijven van hits, want de albums bleven, na een dipje rond de eeuwwisseling, stuk voor stuk van hoog niveau. Al werden ze niet altijd meteen op waarde geschat. Een van hun mooiste platen, Elysium (2012), werd het minst gewaardeerd, mogelijk door de gelaten, soms wat mismoedige sfeer. Die melancholie zit niet alleen in de muziek, maar ook in de teksten en die zijn bij nadere bestudering juist prachtig.
Het lijkt wel alsof Tennant hier voor het eerst beseft dat het succes van de Pet Shop Boys eindig is. ‘After being for so many years / The life and soul of the party/It’s weird / I’m invisible’, zingt hij wat weemoedig in Invisible. Terwijl hij in Your Early Stuff bekent vaak mensen te woord te moeten staan die zich afvragen waar de Pet Shop Boys gebleven zijn, terwijl ze toch zoveel hielden van hun ‘vroege werk’.
Wat het album Elysium bijzonder maakt is dat de Pet Shop Boys hier hun worsteling met ouder worden, verdampt succes en vergane glorie zo eerlijk verklanken. Met dit album legden ze zich definitief neer bij het gegeven dat hun tijd van hits scoren wellicht voorbij was, maar dat dit het muzikale plezier niet in de weg hoefde te staan. De drie albums Electric (2013), Super (2016) en Hotspot (2019) die volgden, zijn hun meest uitbundige sinds het nog altijd daverende Introspective (1988).
Het nieuwe album Nonetheless is juist weer wat ingetogener en bevat naast New London Boy meer op muziek gezette gedachten van Tennant over hun beginjaren en ouder worden in de popmuziek. Het mooist is het liedje A New Bohemia, waarin de elektronische melodie gesausd wordt met weemoedige strijkers.
Waar is die mooie tijd gebleven dat zij, zestigers inmiddels, zelf nog uitgingen en dat ze overal als beroemdheden onthaald werden? ‘Like silent movie stars in 60’s Hollywood / No one knows who you are in the hipster neighbourhood’, zingt Tennant de film Sunset Boulevard indachtig.
Daarmee raakt hij veertig jaar na hun debuut de kern van het huidige bestaan van de Pet Shop Boys. Tennant, die begin jaren tachtig werkzaam was als popjournalist voor het tijdschrift Smash Hits, weet maar al te goed hoe de popwereld werkt. Je bent als artiest zo goed als het succes van je laatste plaat en je moet vooral niet al te geforceerd proberen met de tijd mee te gaan. Succes of geluk laat zich niet afmeten in cijfers alleen. Eens in de paar jaar een album opnemen met die liedjes waar je zelf blij van wordt, dat is wat Tennant mogelijk bedoelt als hij het liedje The Secret of Happiness besluit met de woorden: ‘And maybe more as an encore.’
De Pet Shop Boys zijn na veertig jaar met hun ‘encore’, aan hun toegift bezig. Het moment om even terug te kijken naar hun belangrijkste thema’s en hoe ze die in hun liedjes hebben behandeld.
Tennant schreef meerdere aids-gerelateerde liedjes, zoals It Couldn’t Happen Here (1987) en The Survivors (1996). Maar Being Boring (1990) is misschien wel het mooiste liedje van de Pet Shop Boys en een van de eerste popsingles die zo nadrukkelijk over aids ging. Tennant beschrijft hier zijn eerste jaren in Londen, die hij ook op Nonetheless terughaalt, en trekt de lijn door naar de jaren negentig: ‘All the people I was kissing / Some are here and some are missing.’
Tennant schreef het toen een vriend uit Newcastle, Chris Dowell, in 1989 aan aids overleed. Over Dowell zou hij een aantal van zijn beste liedjes schrijven: Your Funny Uncle, (over het ongemak op de begrafenis) en, een paar jaar eerder, de ballad Jealousy. Dit was het eerste liedje dat Lowe en Tennant begin jaren tachtig samen schreven en zou tot 1990 op de plank blijven liggen. Het gaat over de jaloezie die Dowell voelde toen Tennant naar Londen was gegaan om daar met een andere Chris, Lowe geheten, liedjes te gaan schrijven. Want dat deden Dowell en Tennant in Newcastle ooit samen als Dust. ‘Where have you been? Who’ve you seen? / You didn’t phone me when you said you would.’
Het liedje verscheen op single toen Dowell al overleden was. Het laat Tennant van zijn kwetsbaarste kant horen. Jealousy en Being Boring vormen het hart van wat het mooiste Pet Shop Boys album is, Behaviour uit 1990.
Toen de Pet Shop Boys begonnen was Margaret Thatcher in Groot- Brittannië aan de macht. Een van hun eerste singles, Opportunities (Let’s Make Lots of Money), was in 1986 vooral bedoeld als aanklacht tegen de door Thatcher in gang gezette yuppiecultuur, al werd de ironie in de regels ‘I’ve got the brains, you’ve got the looks, let’s make lots of money’ niet door iedereen begrepen. Ook Tony Blair werd jaren later bekritiseerd in het nummer I’m With Stupid, dat op het tot nu toe meest politieke album van de Pet Shop Boys kwam, Fundamental uit 2005. Hun aanklacht tegen de uit de hand gelopen ‘War on terror’, wordt in Integral, een ander nummer op dat album, verwoord in de nog altijd actuele regels ‘If you’ve done nothing wrong / You’ve got nothing to fear / If you’ve something to hide / You shouldn’t even be here’.
De rode draad in de hele carrière van de Pet Shop Boys is een onvoorwaardelijke liefde voor het popliedje. Dat uit zich bijvoorbeeld in de bijzondere keuze van covers. Een van hun grootste hits was in 1988 een bewerking van het vooral van Elvis Presley en Willie Nelson bekende Always on My Mind. Minstens zo verrassend was de koppeling van U2’s Where the Streets Have No Name aan de queer-anthem Can’t Take My Eyes off You of hun versie van Bruce Springsteens The Last to Die. Presley, U2 en Springsteen lijken ver buiten de popbeleving van de Pet Shop Boys te vallen maar het duo herkent overal de kwaliteiten van een goed liedje. Zo was hun koppeling van Coldplays Viva La Vida aan hun eigen Domino Dancing ook een tijdlang een hoogtepunt tijdens concerten.
Misschien wel hun mooiste daad van ultieme popliefde was in 1987 Dusty Springfield vragen mee te zingen in What Have I Done to Deserve This. Het werd ze van alle kanten afgeraden, want Springfield had sinds 1970 geen hits meer gehad. Je hoeft maar even te horen hoe ze haar bijdrage met het smachtende ‘since you went away’ inzet en je weet dat de Pet Shop Boys gelijk hadden. Weergaloze stem, klassieke popsingle.
De Pet Shop Boys zijn zelf misschien wel het beste voorbeeld van The Pop Kids zoals ze tien jaar geleden een nummer noemden. ‘They called us the pop kids / cause we love the pop hits / and quoted the best bits.’ Hun coverkeuze getuigt van een brede kijk op pop, maar kritiek hebben ze ook, zoals in het liedje Ego Music (2012). Volgens Tennant in zijn boek One Hundred Lyrics and a Poem (2018): ‘Een satire op de moderne popster in deze narcistische tijd van sociale media. Veel van de regels zijn quotes uit interviews met popsterren.’
De leukste tekstregels: ‘I see myself as a building / My mind is the office.’ Of deze: ‘And people get that / In the sea of negativity / I’m a statue of liberty / That’s why people love me / It’s humbling.’
De Pet Shop Boys maken zich inmiddels vooral vrolijk over alle dikdoenerij om hen heen. Zij hebben al lang vrede met hun rol als betrekkelijke buitenstaanders in de popwereld. Geamuseerd kijken ze om zich heen, volgen nog steeds alles wat er in pop gebeurt en hopen op een momentje van extase. Een moment waarvoor Tennant een van zijn mooiste zinnen bedacht heeft: ‘I feel like taking all my clothes off, dancing to The Rite Of Spring, and I wouldn’t normally do this kind of thing.’
De Pet Shop Boys spelen 26/6 in Afas Live, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant