Gelauwerd fotograaf Awoiska van der Molen (52), bekend van haar imposante zwart-witfoto’s van landschappen, had nooit gedacht dat fotograferen ook makkelijk kon zijn. Met de verlichte ramen in Japan, vanaf zaterdag te zien in Huis Marseille in Amsterdam, slaat ze een nieuwe weg in.
De eerste twee foto’s van haar nieuwe serie ontstonden ‘per ongeluk’. Fotograaf Awoiska van der Molen (52), gelauwerd vanwege haar donkere zwart-witbeelden van afgelegen natuur (die ze ook nog eens knap afdrukte), was in 2014 de eerste winnaar van een Japanse prijs. Daardoor kon ze in Kyoto twee weken samenwerken met een atelier dat foto’s print volgens een 19de-eeuws procedé, collotypie.
Een half jaar later keerde ze terug om een tentoonstelling in te richten met haar daar gemaakte afdrukken. Ze nam de gelegenheid te baat om ook in Japan landschappen te fotograferen. Maar toen overkwam haar iets verrassends: ze maakte in het donker twee opnamen van planten voor een verlicht venster.
Over de auteur
Michiel Kruijt is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft voornamelijk over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.
‘Ik dacht: waarom fotografeer ik die ramen nu?’, zegt ze terugkijkend. ‘Dat was helemaal niet mijn plan.’ In de jaren daarna ging ze door met haar werk in de Japanse natuur. Maar de verlichte vensters bleven trekken. ‘Ik gaf daar steeds meer aan toe.’
Ze legde ze vooral vast in dorpen. De ramen daar onthullen weinig van de binnenkant van een woning – men is er nogal op zichzelf. Niet zelden belemmeren gordijnen het zicht. ‘Het glas op de begane grond heeft vaak ook nog eens een ribbelstructuur of andere patronen, waardoor het minder doorzichtig is. Ik ben in zes jaar tijd maar één transparant raam tegengekomen.’
Van der Molen begon haar ruim twintigjarige carrière met het maken van portretten. Vanaf 2006 nam ze foto’s van randen van steden, vaak in het donker. Drie jaar later trok ze met haar middenformaat camera de natuur in, naar afgelegen plekken in Europa waar ze wekenlang verbleef. Ze sliep in haar auto, kookte op één pitje en had geen contact met andere mensen. ‘Het voelde veilig, ook al was het er woest.’
Twee factoren speelden mee in de beslissing om de eenzaamheid op te zoeken. Ze kende in haar jeugd weinig geborgenheid. ‘Ik wist al heel vroeg: ik moet het dus alleen doen.’ Niettemin bewaart ze goede herinneringen aan de vakanties, omdat die wildkamperend werden doorgebracht. ‘Dan zetten we onze tent op langs een rivier in Frankrijk waarin we onszelf wasten. We namen groenten mee uit onze tuin in Groningen om zo weinig mogelijk uit te geven. Ik ondervond toen al dat je bijna niks nodig hebt.’
Haar donkere, meditatieve natuurfoto’s vielen snel op. Van der Molens eerste fotoboek, Sequester (2014), werd internationaal bekroond. Ze belandde op de shortlist voor grote prijzen als de Deutsche Börse Photography Prize (in 2017) en de Prix Pictet (twee jaar later). Haar werk werd aangekocht door binnenlandse en buitenlandse musea.
Dus waarom dan dat succesvolle landschappenwerk inruilen voor die raampartijen? ‘In Japan voelde ik dat de natuur me na tien jaar geen nieuwe ontdekkingen meer bracht. Ik merkte bij het fotograferen van die vensters dat er iets aan het losweken was.
‘Ik vond die ramen eigenlijk te mooi. Ze werden ook nog eens in mijn schoot geworpen. Ik dacht dat iets uit bloed, zweet en tranen moest ontstaan. Landschappen zijn moeilijk te fotograferen als je niet in clichés wilt vervallen. Ik was heel kritisch. Ik bracht per jaar vijf, zes beelden naar buiten die ik sterk genoeg vond. Ik moest wennen dat het met die vensters anders ging. Het fotograferen daarvan ging makkelijk en gaf plezier.
‘Ik reisde rond in een camper, elk jaar naar een ander deel van Japan, meestal in augustus. Dan is er veel hitte en een hoge luchtvochtigheid. Overdag verbleef ik in onsen, traditionele badhuizen. Die hebben recoveryrooms waarin ik achter mijn computer zat.
Als de zon onderging, trok ik met mijn camera het dorp in. In Nederland laat ’s avonds iedereen zijn hond uit, in Japan is er dan niemand op straat. Het voelde als een donkere kamer, mijn eigen terrein. Het was snel werken, want men gaat vroeg naar bed en dan gaan de lichten uit.’
Wat trok haar in de ramen? ‘Het zijn lagen van geslotenheid. Ik ben niet bezig met de mensen daarachter. Ik zie vooral een façade. De ramen zijn op het eerste gezicht een mooi, esthetisch schouwspel. Maar ik denk dat daarbij ook wel eenzaamheid voelbaar is.’
In een opzicht leken de reizen in Japan op de solitaire tochten in de Europese natuur. ‘Als je contact maakt zijn Japanners ontzettend hartelijk. Als je dat niet doet, spreken ze je niet aan, want dat is onbeleefd.
‘Als ik drie, vier weken in Japan fotografeerde, was het alsof ik niet bestond. Wat eigenlijk perfect is. Daardoor raak je steeds meer in een meditatieve staat.’
De foto’s van de verlichte vensters werden afgedrukt volgens een procedé dat misschien wel het donkerste zwart geeft: kooldruk. ‘Ik deed dat met Kees Brandenburg, een expert in oude druktechnieken. Tijdens een opening van een tentoonstelling vertelde hij me eens dat kooldruk goed zou werken bij mijn donkere landschappen. Ik moest daaraan denken toen ik me afvroeg hoe het zwart van de kozijnen sterk naar voren zou kunnen komen.’
Ze werkte twee maanden met hem samen; kooldruk is een bewerkelijk proces. De meer abstracte beelden die ze ook van de ramen schoot, drukte ze zelf op barietpapier, dat ze ook bij haar landschappen gebruikte.
Hoe kijkt ze terug op de verrassende wending in haar werk? ‘Ik ben lichter geworden. In Sequester was zwart altijd het onderwerp. Bij de ramen draait het om het licht in het midden. Dat vind ik wel een mooie ommedraai.’
Awoiska van der Molen, The Humanness of Our Lonely Selves, Huis Marseille, Amsterdam, 22/6 t/m 13/10. Bij de tentoonstelling verschijnt een fotoboek met dezelfde titel, € 59,95.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant