Home

Oud-president Nicolas Sarkozy heeft het hart op de tong in zijn uitvoerige memoires

De voormalige Franse president Nicolas Sarkozy blijkt in het derde deel van zijn populaire memoires ook verstand van voetbal te hebben – en van nog veel meer. Fascinerend is zijn ambivalente houding tegenover de pers.

Het WK voetbal van 2010 in Zuid-Afrika verliep voor Frankrijk catastrofaal. Het elftal van bondscoach Raymond Domenech won geen enkele wedstrijd en kon na de poulefase naar huis. De blamage werd vergroot door een staking; de voetballers waren boos omdat speler Nicolas Anelka was uitgesloten van deelname.

Nicolas Sarkozy presenteert zich in Tijden van confrontatie, het derde deel van zijn politieke memoires, als voetbalfan. En hij betuigt spijt over zijn eigen bijdrage aan deze afgang. Of beter gezegd zijn gebrek daaraan. ‘Ik had me er juist wel mee moeten bemoeien’, schrijft hij. ‘Ik had in elk geval kunnen proberen het ergste te voorkomen.’

Over de auteur
Ariejan Korteweg is boekrecensent bij de Volkskrant.

Het voorval is typerend voor de ambtsperiode van Sarkozy. De ‘hyperpresident’ werd hij genoemd, een naam die hij zich graag toe-eigende. Niets kon in Frankrijk en elders op de wereld gebeuren of Sarkozy had zijn analyse klaar en wist hoe de boel moest worden aangepakt. Onlusten in Guadeloupe? Aardbeving in Haïti? Presidentswissel in Ivoorkust? Pensioenrellen in Parijs? De president zat erbovenop en nam het liefst de leiding over reddingswerkzaamheden, voedseldistributie, beveiliging en politieoptreden. Ook over het Franse elftal heeft hij opvattingen. ‘Er waren kliekjes’, schrijft hij. Men was ‘zelfvoldaan’, het was ‘een licht ontvlambare cocktail’.

Kwartjeskennis

Presidenten lijken soms wel wat op journalisten: ze hebben allerlei kwartjeskennis op de meest uiteenlopende gebieden, zonder ergens echt specialist in te zijn. Sarkozy schrijft zonder voorbehoud over Braziliaanse dans, de Chinese landsaard, de nadelen van autocue en de grottekeningen van Lascaux. Al moet gezegd dat hij vaak de ruimte neemt om zijn opvattingen te formuleren en dan met onderbouwde inzichten komt: overbevolking, de verhoudingen met China en Rusland en het door hem verafschuwde ‘wokisme’ worden uitgebreid en grondig behandeld.

De president van Frankrijk is altijd een bemoeial – en zeker sinds de Vijfde Republiek (1958), met de grondwetswijziging die de president veel meer macht gaf. Hij benoemt tv-bazen en rechters, ontslaat ministers die hem niet bevallen, kent ridderorden toe aan burgers voor wie hij waardering heeft en kan zowat in z’n eentje wetten en maatregelen door het parlement duwen.

De grenzen van die royale taakopvatting werden door Sarkozy nog eens extra opgerekt. Dit boek, dat de jaren 2009 tot 2011 bestrijkt – het middendeel van zijn mandaat, dat van 2007 tot 2012 liep – is daarvan het overweldigende bewijs. Hij slingert pensioenhervormingen en onderwijsvernieuwingen aan, wil de klimaatverandering aanpakken, de Franse identiteit helder krijgen, organiseert de G20 en vliegt in de Air Sarko One de wereld rond. Naar president Lula in Brazilië, die de barbecue laat ontploffen maar desondanks zeer door Sarko wordt bewonderd. Naar Barack Obama in het Witte Huis, die hem naar Ben’s Chili Bowl, zijn favoriete hotdogtentje, stuurt.

‘Met zulk voedsel begon ik te begrijpen waarom zoveel Amerikanen kampen met obesitas’, is het oordeel van Sarkozy. Met Obama waren de verhoudingen sowieso voor verbetering vatbaar. De Franse president verwijt hem dat hij zich te veel met de Europese Unie bemoeit. Met instemming citeert hij wat Clint Eastwood tegen hem zei: ‘Goed dat u geen presidentskandidaat in de VS bent. Ik zou het moeilijk vinden tussen u en Obama te kiezen.’

Van iedereen een portret

Sarkozy heeft als auteur het hart op de tong. Van zowat iedereen die zijn pad kruist, schetst hij een portret. Zo heeft hij bewondering voor de Britse premier Gordon Brown, net als voor Paul Kagame, de president van Rwanda; Recep Erdogan van Turkije daarentegen vindt hij hondsbrutaal. François Fillon, vijf jaar zijn trouwe eerste minister, heeft hij nooit weten te doorgronden, al is hij over diens gesoigneerde pakken te spreken. Ter linkerzijde zijn er weinigen die deugen; zo is Dominique Strauss-Kahn, dan nog voorzitter van het IMF, een zelfingenomen dilettant. Ook in Sarkozy’s eigen partij, dan nog UMP geheten, wemelt het van de non-valeurs en angsthazen.

Fascinerend is zijn verhouding met de pers. Voor de beroepsgroep heeft hij zo weinig achting, dat hij die uit zijn nieuwjaarswens schrapt. Een heel rijtje Franse journalistieke coryfeeën wast hij de oren omdat ze vooringenomen en slecht ingevoerd zijn. Tegelijk staat het boek vol met citaten uit kranten, worden welwillende analyses aangehaald en lovende recensies van tv-optredens herhaald, zelfs als die van kleine provinciale titels komen.

Ook wie zoekt naar adviezen voor de Nederlandse kabinetsformatie kan bij Sarkozy terecht. ‘In de politiek is amateurisme een doodzonde’, schrijft hij. Daarom lopen benoemingen uit het maatschappelijke middenveld vaak uit op een echec. Politiek is net als schilderen, vindt hij. Het gaat niet om de kwasten of de verf, maar om de schilder. Precies zo is dat in de politiek: ‘De leider is cruciaal.’

Naar die leider van weleer blijken veel Fransen nog benieuwd. Zijn boek verkocht in de week na verschijnen 24 duizend exemplaren. Tijdens zijn boekentournee werd Sarkozy van Corsica tot Deauville als een ster onthaald.

Nicolas Sarkozy: Tijden van confrontatie. Uit het Frans vertaald door Alexander van Kesteren. Spectrum; 550 pagina’s; € 35.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next