Home

Ook als je oud bent, leef je echt, zegt schrijver Bernhard Schlink: ‘Het is niet zo dat alles geleidelijk minder wordt’

In een democratie moet je altijd alles aan iedereen kunnen uitleggen, zei de moeder van Bernhard Schlink tegen haar zoon toen die 9 was. De nu 79-jarige rechter en schrijver is het nooit vergeten: ‘Ik denk dat ze gelijk heeft. En daarom wil ik, altijd, zo schrijven dat het begrepen kan worden.’

Hij is bestsellerauteur en beroemd maar toch voelt schrijver Bernhard Schlink (1944), wiens nieuwste roman Het late leven onlangs is verschenen, zich een buitenstaander in de literaire wereld. ‘Zie je, ik kwam als buitenstaander in die wereld. En ik ben altijd een buitenstaander gebleven. Veel jonge auteurs studeren literatuur aan de universiteit en verkeren daarna in literaire kringen. Dat is nooit mijn leven en mijn wereld geweest.’

De Duitse schrijver bleef ook na het grote succes van zijn moderne klassieker De voorlezer uit 1995, in 2008 verfilmd met Kate Winslet in de hoofdrol, werken als rechter en hoogleraar rechtsfilosofie aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. ‘Soms wordt mij gevraagd in hoeverre het succes van De voorlezer mijn leven heeft veranderd. Het heeft mijn leven niet zo veel veranderd. Ik bedoel, ik had mijn plek in het leven al gevonden. Maar het leuke is: als ik naar het buitenland ga, ben ik geen volslagen vreemde, omdat veel mensen De voorlezer kennen. En zo is het makkelijk om contact te leggen. Ook in New York, waar ik naast Berlijn gedeeltelijk woon, omdat mijn vriendin er woont en werkt.’

Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.

U voelt zich een buitenstaander, maar de rest van de wereld beschouwt u als een van de succesvolste hedendaagse Duitse auteurs.

‘Ja, maar dat is een ander perspectief. Zij zien een auteur die, oké, min of meer succesvol is. Maar keer op keer als ik ergens ben waar ik andere schrijvers ontmoet, zoals bij de internationale schrijversvereniging Pen, waar ik zelden kom, besef ik dat het niets voor mij is. De schrijverswereld, de activiteiten die ze naast het schrijven doen, dat heb ik allemaal nooit gedaan.’

Denkt u dat u juist vanwege uw maatschappelijke werkzaamheden, als jurist, rechter en docent, ook een betere romancier bent geworden?

‘Ik weet niet of ik een betere romanschrijver ben, maar ik ben blij dat een van mijn twee benen in de echte wereld stond, in het echte leven. Met de conflicten, de uitdagingen, de afleidingen, de dingen die ik heb gedaan, met alles wat daarbij hoort. Dat ik niet alleen bezig was met schrijven en andere schrijvers ontmoeten in schrijversresidenties.

‘Ik denk dat het er in zekere zin voor heeft gezorgd dat ik mezelf niet serieuzer ben gaan nemen. Dat het niet alleen om mij en mijn schrijven gaat. Nee, er is een hele wereld met eisen en verantwoordelijkheden. En ik denk dat dat goed is. Het heeft mij in ieder geval goed gedaan.’

Schlinks nieuwe roman Het late leven gaat over de 76-jarige Martin, befaamd oud-jurist, die getrouwd is met de jongere schilder Ulla, met wie hij een zoon van 6 heeft. Als hij hoort dat hij ongeneeslijk ziek is en nog maar een paar maanden te leven heeft, stelt hij zichzelf de vraag: wat zal hij nalaten? Hoe wil hij herinnerd worden? En hoe doe je dat? Het late leven is een ontroerende roman over sterven, loslaten en doorgeven.

Het lijkt me best zwaar te schrijven vanuit het perspectief van iemand die weet dat hij snel doodgaat. Hoe was dat om te doen?

‘Ik heb nog niet vernomen dat ik binnenkort ga sterven. Maar ik ga dood. Ik ben nu 79. Dit jaar word ik 80. Dit is het punt in mijn leven dat ik begin na te denken over de dood. Hoe zal de dood tot mij komen? Wat zal het voor mij betekenen? Sommige van de vragen die de hoofdpersoon van deze roman zich stelt, zijn ook vragen die opkomen bij een man van mijn leeftijd.’

Was u al langer met dit verhaal bezig?

‘Ik weet nooit hoe ik aan de verhalen kom die ik vertel. Ik heb geen onderwerp of probleem waarbij ik denk: welk verhaal zou ik kunnen vertellen om het te illustreren? Nee, de verhalen komen naar mij toe. En natuurlijk, als ze komen, hebben ze iets van doen met waar ik aan denk, wat ik voel, wat ik waarneem. Ze komen dus met een reden. Maar ze komen. Ik verzin ze niet.’

U wordt geroemd om uw heldere schrijfstijl. Is dat iets waarop u bewust let?

‘Als jurist, als rechtsgeleerde, heb ik altijd zo willen schrijven dat het gemakkelijk te begrijpen was. Dat het niet ontcijferd hoefde te worden, of dat je je niet door zinnen heen moest worstelen om te begrijpen wat ik bedoelde. Ik heb altijd gevonden dat zelfs de meest complexe en lastige juridische kwesties helder en begrijpelijk moesten worden verwoord. Dat heb ik mezelf dus ook altijd opgelegd.

‘Ik kan je het verhaal vertellen dat ik al eens eerder heb verteld. Toen ik 9 jaar was, was ik met mijn moeder aan het wandelen of we waren aan het winkelen, dat weet ik niet meer precies. Maar ik weet nog wel dat ze aan mij vroeg: ‘Wat heb je vandaag op school geleerd?’ En ik zei: ‘Dat is te ingewikkeld om jou uit te leggen.’ Ze was een geleerde vrouw. Maar ze zei niet: ‘Wat ben jij een arrogant klootzakje aan het worden.’ Nee, zij – ze was Zwitserse – zei tegen mij: ‘In een democratie moet je altijd alles aan iedereen kunnen uitleggen.’ Ik was 9 jaar, maar ik ben het nooit vergeten. En ik denk dat ze gelijk heeft. En daarom wil ik, altijd, zo schrijven dat het begrepen kan worden.’

In veel van uw boeken gaat het over moraal en rechtvaardigheid. Uw vader was een van de beroemdste theologen van Duitsland. Uw moeder was ook theoloog. Heeft uw interesse voor deze thematiek te maken met de achtergrond van uw ouders?

‘Ik denk dat ik mijn gevoel voor moraliteit vooral van mijn moeder heb meegekregen. Zij studeerde theologie en was mijn vaders student. Hij was weduwnaar en had twee kleine meisjes. Mijn moeder is met hem getrouwd en heeft haar studie vervolgens niet afgemaakt. Ik denk dat ze dat wel had moeten doen. Maar goed, dat waren de tijden toen. Ik denk dat ze er later spijt van heeft gehad, maar ze wilde ook een goede moeder zijn voor de twee meisjes, mijn zussen. En daarna voor mij en mijn broer. En ze was ook een geweldige moeder. Ze las heel veel. Ze probeerde elk boek dat wij lazen ook te lezen, zodat ze met ons kon praten.

‘Mijn vader was een kluizenaar en nam niet al te intensief deel aan het gezinsleven. Hij was altijd thuis en nam deel aan de maaltijden. Maar verder trok hij zich terug in zijn kantoor, waar hij las, dacht en schreef.’

In Het late leven schrijft u over het hoofdpersonage Martin: ‘Hij keek terug en plotseling leek het alsof hij nooit anders dan voor zichzelf had geschreven, zowel zijn essays, zelfs zijn lesboeken. Daarin een inzicht, een gedachte, in schrift gestalte, stemmigheid en schoonheid te verlenen, daarin had hij zichzelf gevonden, daarin was hij gevlucht.’ Geldt dit ook voor u?

‘Ja. Ik schrijf voor mezelf. Ik bedoel: ik ben blij dat mensen mijn boeken leuk genoeg vinden om ze te kopen en natuurlijk te lezen. Maar ik denk nooit aan mijn lezers of mijn uitgever of wat dan ook, behalve: klopt het verhaal? Kloppen de zinnen? Vertel ik het op de juiste manier? Ik ben bij mezelf op een manier die ik niet ben als ik een functie vervul en een rol speel in de wereld als hoogleraar of als rechter of wat dan ook. Het is geen rollenspel in negatieve zin, maar het is een functie, die moet worden vervuld. Terwijl: als ik schrijf, ben ik het dichtst bij mijzelf.’

Ontroerend in Het late leven is wanneer Martin besluit om brieven te schrijven aan zijn 6-jarige zoon. Is dat iets dat u zelf zou doen in zo’n situatie?

‘Ik zou het gedaan kunnen hebben. Maar ik heb hetzelfde geleerd als de hoofdpersoon in mijn roman: je kunt niet echt iets doorgeven aan de volgende generatie. Zoals ik ook schrijf: alleen de levenden kunnen aan de levenden geven.

‘Natuurlijk kun je iets schrijven. Maar wat jouw zoon of wat de volgende generatie ermee gaat doen, is volledig aan hen. Misschien gaat het zelfs verloren voordat ze kunnen lezen. Omdat er wordt opgeruimd of verhuisd. En zelfs als hij het eenmaal vindt, is het nog maar de vraag of het iets voor hem betekent. We kunnen doen wat we doen, maar wat de volgende generatie ermee gaat doen: dat is aan hen.’

Het is op de een of andere manier triest om dit te beseffen. Maar het geeft ook vrijheid.

‘Ja, er is een moment van verdriet, maar het is inderdaad ook bevrijdend. Voor beiden. Voor vader en voor zoon.’

Hoe oud was u toen uw vader stierf?

‘Ik was 45. En we hadden geen gemakkelijke relatie. Ik heb mijn vader nooit uit zijn hoek kunnen krijgen. Maar nu denk ik dat ik misschien harder mijn best had moeten doen. Want op een bepaalde manier mis ik mijn vader ook… Nu, op mijn eigen oude dag, denk ik dat ik weet hoe ik met hem had kunnen praten, hoe ik hem misschien beter had kunnen bereiken.’

Hoe dan?

‘Nou, ik begrijp nu beter waarom hij niet uit zichzelf kon komen. Hij kwam uit zo’n andere generatie. Wij zijn – ook jij – in zekere zin de post-psychoanalytische generatie. Sinds de jaren vijftig maakt het deel uit van onze communicatie om te praten over onze achtergrond, onze kindertijd en hoe we zijn geworden wie we zijn. Maar mijn vader, geboren in 1903, groeide op zonder dat alles en wist niet hoe hij dat moest doen.’

Heeft uw zoon Het late leven gelezen?

‘Ja, hij leest altijd mee. Ik geef hem al mijn manuscripten en vraag wat hij denkt. Soms stelt hij bepaalde vragen en besef ik dat ik iets duidelijker of beter kan maken.’

Ik kan me voorstellen dat hij dit boek, juist vanwege de brieven van een vader aan zijn zoon, bijzonder vond.

‘O, Ik weet het niet. Maar hij zei dat hij het leuk vond op een toon die hij niet voor al mijn boeken gebruikt. Dus het zou kunnen dat hij het zo ziet.’

Heeft u het ook met hem in gedachten geschreven?

‘Nee, ik schrijf geen boeken met wie dan ook in gedachten. Ik ben alleen bezig met de zinnen en wat daartussen gebeurt.’

Wie zijn naast uw zoon nog meer uw vaste meelezers?

‘Mijn zus was dat, maar zij is helaas een paar jaar geleden overleden. Ik hield heel veel van haar. En er is een oude vriend, wij lezen alles van elkaar wat we schrijven. Of het nu een literair stuk of een wetenschappelijk artikel is. Dus het waren er drie en nu zijn er nog twee mensen die mijn manuscripten van tevoren lezen.’

Is uw zoon ook schrijver?

‘Ik denk dat hij er een moet worden. Maar ik weet niet of hij dat zal doen. Hij schrijft de mooiste brieven en e-mails. Mijn partner zegt dat hij zal beginnen met schrijven zodra ik dood ben. Ik weet niet of ze gelijk heeft. Hij is nu tandarts, getrouwd met een tandarts en ze hebben een praktijk, en twee dochters.’

In uw roman schrijft u: ‘Wie alle levensfasen heeft doorlopen, heeft met de ouderdom alles beleefd wat het leven te bieden heeft.’ Als u terugblikt: wat was voor u de mooiste levensfase?

‘Er is niet één periode in mijn leven die ik het mooiste vond. In zekere zin genoot ik van allemaal en worstelde ik met ze allemaal. Ik zou niet meer jong willen zijn. Het is oké dat ik jong was, en het is oké dat ik oud ben. En het is ook oké dat ik op een gegeven moment doodga. Elke periode in mijn leven had zijn vreugde, zijn opwinding, zijn problemen en zijn worstelingen. Wat ik heb willen zeggen in Het late leven: het late leven is een echt leven. Het is niet zo dat het geleidelijk bergafwaarts gaat. Het is een intens leven met, wederom, zijn eigen uitdagingen, zijn eigen problemen en zijn eigen vreugde.’

Schrijft u gemakkelijk of is het een lijdensweg?

‘Ik schrijf absoluut met vreugde, met echte vreugde. En natuurlijk worstel ik soms om een ​​scène de juiste vorm te geven of totdat ik tevreden ben met een zin. Dat kan even duren. Maar het is werk dat ik oprecht leuk vind.’

Bent u een gedisciplineerd schrijver? Zit u al vroeg achter uw schrijftafel?

‘Ik word vroeg wakker en natuurlijk ben ik gedisciplineerd als zoon van een protestantse predikant, haha! Maar ik heb nooit een schrijfritueel ontwikkeld, omdat ik vroeger zo lang tijd moest vinden om te schrijven tussen het lesgeven, het onderzoeken en het optreden in de rechtbank door. Dus toen schreef ik alleen als ik de kans had om te schrijven. En ook nu is het zo dat als ik ergens mee bezig ben, ik soms dagen achter elkaar werk. Maar als er andere dingen zijn, zijn er andere dingen. En dan werk ik gewoon ’s avonds. Of het moet wachten tot het weekend. Er is dus geen ritueel.’

Uw vorige roman, De kleindochter, uit 2022, gaat over een Berlijnse boekhandelaar die erachter komt dat hij een extreem-rechtse kleindochter heeft. U verdiepte zich ervoor in radicaal-rechts. Hoe kijkt u naar de opkomst van die beweging in Europa?

‘Nou, ik maak me zorgen, grote zorgen. Het gebeurt nu zelfs in Nederland. De beweging wordt in heel Europa sterker, ook in Duitsland. En ik denk dat het niet onmogelijk is dat het tijdperk van de democratie op een gegeven moment voorbij zal zijn en mensen weer op een autoritaire manier willen worden geregeerd.’

Wat hadden overheden anders moeten doen?

‘Ik denk dat onderwijs het enige middel is waarmee de overheid echt iets kan doen om antidemocratische sentimenten te bestrijden. Maar we hadden jongeren misschien meer moeten aanmoedigen zich bij de gevestigde instituties en instellingen aan te sluiten, zodat die beter op de hoogte zouden zijn van de situatie. Politieke partijen, universiteiten, kerken en vakbonden kunnen de situatie werkelijk veranderen. Dat is echt een fout geweest.

‘Ook wat betreft Rusland heeft Europa de signalen lange tijd niet serieus genoeg genomen. Ik denk niet dat alles verloren is, maar ik denk dat alles verloren kan gaan. Het kan gebeuren. Het tijdperk van de democratie kan ten einde lopen, en het is aan ons om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Het is een strijd. Een strijd om Europa te verdedigen tegen Rusland, dat gretig zijn macht wil uitbreiden, maar het is ook een strijd om Europa economisch tegen China en India overeind te houden. Er is dus veel werk te doen.’

Is er nog hoop?

‘O ja, er is nog steeds hoop. Ik ben in principe een optimist.’

Bernhard Schlink: Het late leven. Uit het Duits vertaald door Marcel Misset. Cossee; 280 pagina’s; € 24,99.

Wie is Bernhard Schlink?

Bernhard Schlink (1944) is emeritus hoogleraar rechten, oud-rechter bij het Consitutioneel Hof  van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en schrijver. Zijn eerste boeken waren detectiveromans. In 1995 publiceerde hij de roman Der Vorleser. Het boek werd een wereldwijde bestseller en is in 39 talen vertaald. Het was het eerste Duitse boek dat op nummer één stond in de bestsellerlijst van The New York Times.  In 2008 werd het boek verfilmd door Stephen Daldry als The Reader. Hoofdrolspeler Kate Winslet ontving een Oscar voor haar rol.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Kabinet-Schoof begint met open vraag: laat Wilders zich ooit inkapselen?

Je corporate baan achter een computer inruilen voor een bakkersbestaan: ‘Het is noeste arbeid’

In een onzekere tijd kiest de Navo voor Rutte, die met iedereen overweg kan − zelfs met Trump

Source: Volkskrant

Previous

Next