Minister Pia Dijkstra heeft ongelijk: het is juist goed dat er onderzoek komt naar de medische richtlijnen voor transgenderzorg, stelt SGP-Kamerlid Diederik van Dijk.
Diep in de blessuretijd van haar ambtstermijn nam demissionair minister voor Medische Zorg Pia Dijkstra (D66) via een ingezonden opinieartikel de Tweede Kamer de maat. Daarmee neemt ze het niet zo nauw met de constitutionele spelregels. Nog zorgelijker dan deze ministeriële schwalbe is dat zij poogt het gewetensvolle, broodnodige gesprek over genderbehandelingen bij minderjarigen de kop in te drukken.
Volgens de minister hoort een discussie over medische richtlijnen niet thuis in de Tweede Kamer, maar in de spreekkamer. Dat is een vreemde opvatting. Het gesprek over de beste behandeling voor de individuele patiënt vindt inderdaad in de spreekkamer plaats, maar patiënten kun je niet belasten met een discussie over professionele richtlijnen. Als het gaat om het ontwikkelen van professionele normen zijn allereerst wetenschappers en professionals aan zet, maar ook de samenleving, de media én de politiek hebben een rol.
Over dit artikel
Diederik van Dijk is Tweede Kamerlid namens de SGP. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Waarom zouden we wel vragen mogen stellen over cosmetische chirurgie bij kinderen, maar niet over het gebruik van hormoonbehandelingen? Het gaat immers om een levensveranderende behandeling die in vrijwel alle gevallen onomkeerbaar blijkt te zijn. Het is daarom bemoedigend dat de Tweede Kamer een motie aannam om de Gezondheidsraad de gezondheidsrechtelijke aspecten van genderzorg aan minderjarigen te laten onderzoeken. Ethiek en recht vragen bij uitstek om politieke keuzes.
In allerlei landen is wetenschappelijk debat gaande over het bewijs voor de effectiviteit en de langtermijneffecten van hormoonbehandelingen bij minderjarigen. Dit heeft in bijvoorbeeld Zweden, Finland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk ertoe geleid dat deze behandelingen nog slechts in onderzoeksverband voorgeschreven worden. Net als de Nederlandse universitaire ziekenhuizen probeert de minister uit alle macht te doen alsof er in ons land niks aan de hand is.
Ook in Nederland is de vraag naar transgenderzorg bij minderjarigen de afgelopen jaren pijlsnel toegenomen. Een heldere verklaring hiervoor ontbreekt vooralsnog. Wat is de rol van sociale media, van groepsdruk, van de toegenomen zichtbaarheid van transgender personen? Duidelijk is wel dat de patiëntpopulatie is veranderd. Jarenlang klopten ongeveer evenveel jongens als meisjes aan bij de genderkliniek. Nu gaat het om opvallend veel tienermeisjes. Het is sterk de vraag of de bestaande medische richtlijnen voldoende onderbouwd zijn om deze groep patiënten de juiste zorg te bieden.
Sowieso lijkt het ernstig geraden om gendertwijfel bij tieners niet te snel te medicaliseren. Voor een groot deel van de tieners geldt immers dat de twijfels over hun genderidentiteit na verloop van tijd verdwijnen. Ook al is gendertwijfel nog niet hetzelfde als genderdysforie, dit is reden genoeg om een zeer terughoudende benadering te kiezen bij het behandelen van minderjarigen.
Van een minister, ook nog eens van D66-huize, mag je verwachten dat deze kritisch wetenschappelijk onderzoek stimuleert en inhoudelijk de discussie aangaat. Het vermijden en smoren van debat helpt jongeren met ingrijpende vragen rondom seksualiteit en gender geen steek verder. Natuurlijk moeten we zorgvuldig omgaan met deze kwetsbare groep. Maar juist dáárom moeten we een inhoudelijk gesprek voeren over de beste zorg voor hen. De minister ten spijt komt dit gesprek in Nederland nu eindelijk op gang.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant