Home

Laat mussenmoeder Mona Keijzer ook voor die stadsvogel woonruimte regelen

Mona Keijzer protesteerde tegen de bouw van een ouderencomplex pal tegenover haar eigen huis. Voor de huismus. Of voor de schijn?

Ik had het nooit kunnen denken, maar sinds deze week loop ik met Mona Keijzer in m’n hoofd. Bij elke stap van mijn hardlooprondje (om de dag) richting strand doemt haar beeltenis sterker op. Het vergt enig uithoudingsvermogen, maar de volhouder wint.

Dat komt allemaal door de huismus – dat vrolijk kwetterende ventje, ‘een kleine ode aan de normaliteit en de levenslust’, zoals Mark Boog eens dichtte. Deze week berichtten het AD en andere media dat de nieuwbakken minister voor Volkshuisvesting vorig jaar bij de Raad van State had geprocedeerd tegen de bouw van een woonzorgcomplex voor dementerende ouderen, recht tegenover haar eigen woning; dat kon natuurlijk niet. Haar argument (naast, ironisch genoeg, de uitstoot van stikstof – een probleem dat volgens haar eigen BBB uitsluitend op sprookjes berust): de huismus. Het complex zou het vogeltje van z’n woonplek beroven.

Al dertig jaar voert mijn vaste hardlooprondje langs een van de laatste mussenkolonies van mijn stad, Den Haag. Op terrasjes in het centrum komen ze al heel lang niet meer op tafeltjes aangevlogen om restjes appeltaart te snaaien, maar hier kwetterden ze nog volop rond de oude vissershuisjes in Duindorp, met hun lekker schots en scheve dakpannen. Ze baadden er in zand en weelde. Totdat de gentrificatie ook daar onverbiddelijk oprukte en het naastgelegen haventerrein werd volgeplempt met luxe appartementencomplexen. Gemeentelijke grijpers en zaagmannen rukten de boksdoornstruiken uit de grond, om er ziel- en zaadloos helmgras voor terug te planten. Dag vogels, dag bloemen.

Pas later begreep ik dat de lokale vogelbescherming HVB er als de kippen bij was geweest. Stadsvogeldeskundige Martin van de Reep beoordeelde het ecologisch rapport van de projectontwikkelaars als beroerd en stapte naar de gemeente met een eigen, musvriendelijk plan. Hij kreeg nog voor elkaar ook dat het werd uitgevoerd. Op en om de bouwplek aan zee werd duinlandschap aangeplant met groenblijvers en doornachtige struikgroepjes. Tussen hedera- en ligusterheggen werden ‘gebiedseigen bloemgevende zaden’ gestrooid. Een stalen hekwerk belemmert honden er te schijten. En het belangrijkste wellicht: in de nieuwe woningen werden – aan de noordoostzijde – 170 nestplaatsen ingemetseld. Voor de huismus. En de gierzwaluw.

Dit alles was acht jaar geleden. Deze week snelde ik er weer een paar maal langs op gympen: tientallen mussen vliegen permanent in en uit de gaten in de muren van het nieuwbouwcomplex, waar hun jongen wonen. Kwetterend geven ze de passerende hardloper vleugeltjes. In diens hoofd klinkt na wat Van de Reep mailde: ‘Wat meer mensen die actief vooruitdenken en actie ondernemen zou fijn zijn.’

Dit jaar ‘vieren’ Vogelbescherming Nederland en Sovon het Jaar van de Huismus, om meer kennis te vergaren over het beestje. De ‘typische stadsvogel’ nam sinds 1980 met zeker 60 procent af, meldt Sovon. De laatste jaren laat de huismus wel enig herstel zien, maar de redenen zijn nog onvoldoende duidelijk. Vandaar dat ieder wordt opgeroepen tot tellen en beschermen (door bijvoorbeeld nestkasten op te hangen).

Dan denk je dus toch al snel weer aan mussenmoeder Mona. De Raad van State wees haar gelegenheidsargumentatie af, maar als ze er ook maar één woord van meende, regelt de nieuwe minister van wonen op haar eerste werkdag al nieuwe woonruimte voor de mussen in het ouderencomplex pal tegenover haar eigen heilige huisje. Zelden was de tijd rijper voor zo’n ode aan de normaliteit.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next