Na ruim vijftien jaar levert Nederland weer een bestuurslid van het IPCC, het klimaatpanel van de VN. Volgens Bart van den Hurk gaan we het doel van 2 graden opwarming niet halen, maar moeten we ons niet blindstaren op dit cijfer.
Bart van den Hurk heeft net opgesomd waaruit zijn werk als bestuurslid van het VN-klimaatpanel IPCC zoal bestaat – veel vergaderen, regelen en coördineren – als hij zegt: ‘En ik wil elk jaar minstens één mooi lied componeren, dat ik ophang aan dat IPCC-thema. Niet door steeds het woord klimaat te noemen, hoor. Maar door de randen op te zoeken van het thema. Overgave aan het lot, of zoiets. Ik probeer altijd wel een avond in de week in mijn thuisstudio te zitten. Muziek is voor mij een vorm van meditatie.’
De kleine, bebrilde wetenschapper die door de hal van kennisinstituut Deltares is komen aanstappen, is bepaald geen kleurloze dossierverplaatser. Van den Hurk is een intellectuele omnivoor, die net zo soepel praat over klimaatfinanciering als over het essay Doe zelf normaal van Maxim Februari, en die opveert als je met hem begint over muziekprogramma Cubase of de perfecte messing-en-groefverbinding (hij ontwerpt en maakt zelf meubels).
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.
Een uitgesproken familieman bovendien, en iemand die tot voor kort in het bestuur zat van een Herenboerderij. ‘Maar dat werd toch wat lastig te combineren’, zegt hij. ‘Dat je tussen alle IPCC-meetings ook nog wordt gebeld over een volle container die in de weg staat.’
Er moest, na klimaatexpert Bert Metz (van 1997 tot 2007), hoognodig weer een Nederlander in het bestuur van het IPCC. Dus schoof ons land de 60-jarige milieukundige, wetenschappelijk directeur van Deltares en hoogleraar klimaatwetenschap aan de VU Bart van den Hurk naar voren. Als ‘co-chair’, een van de twee voorzitters, van IPCC-werkgroep nummer twee. Dat is de werkgroep die de gevolgen van klimaatverandering inventariseert en onderzoekt in hoeverre we ons erop kunnen aanpassen.
Zijn voornaamste taak: zorg dat er eind dit decennium een opvolger ligt van het zesde IPCC-klimaatrapport, van twee jaar geleden alweer.
Vorig jaar was de wereldtemperatuur 1,48 graden hoger dan voor de Industriële Revolutie. Wordt het huidige IPCC-bestuur het eerste dat erkent dat we het klimaatdoel van 1,5 graad opwarming niet gaan halen?
‘Dat denk ik wel. Onze bestuursperiode duurt waarschijnlijk tot ongeveer 2029, dan zit je er wel dicht tegenaan. Het is nu al af en toe een maand boven de 1,5 graad.’
Ik had eigenlijk een diplomatiek antwoord verwacht: als we keihard ons best doen, kunnen we nog nét onder de 1,5 graad blijven.
‘Dat vind ik wetenschappelijk niet echt meer vol te houden. Je ziet dat er sinds het klimaatakkoord van Parijs (uit 2015, red.) enorme vooruitgang is in beleidsvorming en in mitigatie, het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Vooral in Europa, waar de grootste reducties plaatsvinden. Maar op alle andere continenten blijft de uitstoot stijgen. En zolang we geen geloofwaardige technologie of verdienmodel achter grootschalige verwijdering van CO2 uit de dampkring hebben, vind ik 1,5 graad niet het meest plausibele scenario.’
Volgens een recente peiling onder 380 klimaatwetenschappers denkt driekwart dat we ook de grens van 2 graden opwarming in 2100 niet halen, de grens waar we volgens het klimaatakkoord van Parijs beslist niet boven willen komen. Wat denkt u?
‘Ik vraag ik me zelfs af of we wel onder de 2,5 graden blijven. Maar eerlijk gezegd heeft het niet mijn primaire aandacht. Natuurlijk is zo’n 2100-scenario richtinggevend voor het bredere sentiment en voor grote investeringsbesluiten. Maar ik richt me liever op kwesties waarin we nu al onze tanden moeten zetten. Zoals: zorgen dat er vandaag wordt geleerd van wat we op dit moment al meemaken. In kaart brengen hoe klimaatverandering allerlei veranderende risico’s veroorzaakt, en met welke ingrepen we dat risicoprofiel kunnen veranderen.’
‘Ik zie heus niet een onbewoonbare planeet voor me of zo, ik vind dit geen existentieel vraagstuk. Maar ik ben wel van de school: elke tiende graad doet ertoe. Met elke tiende graad heb je gewoon een grotere kluif aan adaptatie, het aanpassen aan klimaatverandering. Elke tiende graad opwarming extra betekent zoveel procent land méér dat wordt blootgesteld aan condities die niet langer consistent zijn met wat er nu aan landgebruik is.’
Toch redden we ons als mensheid nog aardig.
‘Natuurlijk, onze samenleving is echt niet ontwricht door klimaatverandering. Maar het piept en het kraakt wel. Er zijn ook in Nederland nu al boeren die ermee stoppen omdat het zoutgehalte van de grond te hoog is voor waar ze mee bezig zijn.
‘Aanpassen aan klimaatverandering is altijd een kwestie van tempo. Er is heus een samenleving mogelijk die is aangepast op een 3 graden hogere temperatuur. Maar die samenleving ziet er anders uit, met een andere verdeling van gebieden die geschikt zijn voor bewoning en landbouw dan nu. En besluitvorming gaat langzaam. De ene provincie wacht nog een verkiezinkje af, de volgende gemeente wil nog even die ene woonwijk bouwen, omdat dat nu eenmaal zo is afgesproken. En intussen hebben we gewoon de tijd niet om een massale verandering van landgebruik, bewoning, landbouw en natuur voor elkaar te krijgen.
‘Dat wordt dus knokken. Ik voorzie meer strijd, meer conflict. Een enorme shake-up van de verdeling tussen kansrijk en kansarm. Dat verontrust me.’
Conflict krijg je ook als je heel snel verduurzaamt. In de jaren 2030 zal het leven in Europa exponentieel veranderen, citeerde Binnenlands Bestuur ambtenaren rond het Europese klimaatbeleid. Tegen die tijd is er voor verduurzaming 1.500 miljard euro per jaar nodig, alleen al in Europa. Staan dit soort bedragen nog wel in verhouding tot wat je ermee voorkomt?
‘Wat is het alternatief?’
De teugels laten vieren, en in hemelsnaam nog een graadje klimaatverandering méér accepteren?
‘Met de onderliggende conflicten, de verliezen aan landbouwareaal, de toename van situaties waarin de bevolking zegt: dit vind ik onacceptabel; overheid, wil je alsjeblieft bijspringen? Is dat aantrekkelijk?
‘Ik vind van niet. Natuurlijk kun je denken: het is te duur, er is te weinig politiek draagvlak, we hebben andere prioriteiten, dus laat het maar op zijn beloop, het klimaat geeft de grenzen wel aan. Maar ik ben van de school: we hebben een paar hersencellen meegekregen om vooruit te denken. En de sommen laten zien dat uitstootvermindering veel goedkoper is dan de schade van níét minderen.
‘Dus ik zou zeggen: ga eens uitzoeken hoe je het zo kunt organiseren dat er wél meer draagvlak voor is, dat er een duurzaam verdienmodel ontstaat. Dat alle positieve bijvangst ook echt wordt verzilverd. Je legt de nadruk op de kosten, maar denk eens aan hoe we zitten met de energieafhankelijkheid van allerlei geopolitieke krachten, of aan de enorme luchtverontreiniging van kolen- en olie-intensieve economieën. Ik zou mijn hersencellen graag gebruiken om een zo gunstig mogelijke weg uit deze chaos te vinden.’
De praktijk leert dat mensen vaak niet rationeel vooruitdenken, maar gewoon hun kortetermijngevoel volgen.
‘Daarom zeg ik ook: dit is de tijd van adaptatie. 1,5 graad gaan we niet redden. De opwarming gaat nog wel even door. Dus bereid je maar voor. We moeten zoveel mogelijk vermogen opbouwen om mee te bewegen. Al denk ik ook dat je daar op een gegeven moment als samenleving wel klaar mee bent.’
Waarom? We zijn nota bene een aap uit tropisch Afrika. Aanpassen aan nieuwe klimatologische omstandigheden is ons evolutionaire specialisme, stelt zoöloog Jonathan Kingdon.
‘Nou: ik weet niet hoelang je in Spanje kunt doorgaan met aanpassen, met een grondwaterdaling van een meter per jaar. Ik weet niet hoelang je kunt doorgaan met het koelen van openbare ruimten in Bagdad, als 50 graden in de zomer de norm wordt.
‘Er zijn de harde grenzen: als je eiland onder de zeespiegel verdwijnt, of als het water op is. Veel eerder loop je aan tegen economische en sociaal-politieke grenzen. Hoeveel rampen achter elkaar kunnen mensen aan, voordat ze op tilt slaan en anti-overheid gaan stemmen? En Nederland is natuurlijk internationaal verweven. Nu hebben we het nog over de cacao die twee tot drie keer zo duur wordt. Maar als dat straks veevoer is, of maïs of graan, krijg je grotere economische schokken.
‘Begrijp me goed, ik wil hier geen doemverhalen neerzetten, ik denk dat onze samenleving hartstikke weerbaar is. Maar er komen voortdurend apen uit de mouw. Zoals die Limburgse overstromingen van 2021. Dat er zo’n plens water kon komen, was wel bekend. Maar niet in de zomer.’
Is er een ramp denkbaar waardoor de wereld massaal zegt: nu is het genoeg, we kappen met die broeikasgassen?
‘Rampen geven de motivatie om het op het wereldtoneel uiteindelijk steeds meer eens te worden. Toch denk ik niet dat dit via rampen gaat worden teruggedrongen. Er moeten op nationale schaal gewoon voordelen gaan meespelen. Zoals in China en India, waar luchtverontreiniging een belangrijk argument is geweest voor het terugdringen van broeikasgassen.
‘Ik zie wel parallellen met de kredietcrisis van 2008. Daardoor zijn er op wereldschaal, van China tot de VS en Europa, allerlei ingrepen gedaan in de manier waarop men omgaat met risico’s. Vanuit het inzicht van de federale banken: als we de markt altijd maar haar ding laten doen, dan worden we op een gegeven moment weggevaagd.’
In totaal 47 rapporten heeft het IPCC sinds 1990 geschreven, waaronder zes lijvige ‘assessmentrapporten’ van de stand van kennis, hét IPCC-rapport.
‘Het is nu 22 kilogram aan rapporten, ja.’
Het is ook een beetje een plaat die blijft hangen. De boodschap is nog steeds dezelfde als in het allereerste rapport: het klimaat warmt op door toedoen van de mens, en dat geeft problemen. Intussen stijgt het CO2-niveau in de dampkring onverminderd snel, van 354 deeltjes per miljoen in 1990 naar 421 nu.
‘Ik zie ook wel het gevoel van onmacht dat per rapport groter wordt, omdat de urgentie groter wordt, terwijl het vermogen om er als wereld adequaat op te reageren niet zienderogen toeneemt. Maar het IPCC is wel een assessmentsysteem waarin we met 195 landen op consensusbasis steeds weer een rapport weten te maken. Dat is redelijk uniek. Er wordt veel naar verwezen. Overheden, het KNMI, het Deltaprogramma: iedereen gebruikt het IPCC als referentie.’
Welk cruciaal nieuw inzicht is er de afgelopen tien jaar bij gekomen?
‘Nou: dat mitigatiebeleid loont. Dat we de opwarming wel degelijk hebben vertraagd, met de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. We hebben de stabiliteit van de ijskappen flink onder de loep genomen, en de meer exotische scenario’s voor zeespiegelstijging meegenomen. En er is een enorme stortvloed van impactassessments over ons uitgestort, over de eventuele gevolgen van klimaatverandering.’
Het IPCC krijgt nogal eens de kritiek politiek gemotiveerd te zijn. Een actieoproep bij de klimaattop in Dubai in 2023 werd ondertekend door 33 IPCC-auteurs. Hoe gaat u daar als bestuurder mee om?
‘Tja, ik kan wetenschappers die in ons auteursteam zitten niet voorschrijven wat ze wel of niet doen.’
De Britse klimaatwetenschapper Ulf Büntgen leverde vorige maand in vakblad Climate Action scherpe kritiek op wetenschappers die klimaatactivist worden. Dat ‘zal de geloofwaardigheid van hun onderzoek schaden’.
‘Een wetenschapper die niet betrokken is, vind ik net zo goed ongeloofwaardig. Als het zo’n onderzoeker niks kan schelen wat er uit zijn onderzoek komt, waarom zou de maatschappij dan luisteren?’
Hoe verhoudt dat zich tot wat u onlangs zei in een ander interview: ‘We zijn een wetenschapsinstituut, we willen geen normatieve stelling innemen’?
‘Het mag natuurlijk nooit zo zijn dat wij voorschrijven wat de samenleving moet doen. Maar onze uitkomsten zitten wel in een normatief maatschappelijk debat. Ik zou ervoor pleiten dat het IPCC dat gesprek meer faciliteert.
‘Niet alleen door scenario’s en hun impact weer te geven, en wat voor mogelijke oplossingen er zijn, maar ook door oog te hebben voor de randvoorwaarden hoe je tot die oplossingen kunt komen. Je moet een oplossing ook door een besluitvormingssysteem zien te krijgen, de financiering voor elkaar krijgen. Zodat je ziet: hier is een pad dat tot oplossingen leidt. Dát is waarop ik me in mijn mentale voorstelling van het volgende IPCC-rapport wil richten.’
In november is de volgende klimaattop, in Azerbeidzjan. Alle kans dat Trump dan net is herkozen tot president en Europa politiek verder is opgeschoven naar rechts. Wanneer is de top toch nog een succes?
‘Zo’n top is altijd een succes als er wordt doorgepraat, als de dialoog niet stopt. Er komt altijd een soort compromis uit, en dat is winst ten opzichte van geen compromis. Er is geen land dat niet wil, geen land dat het probleem ontkent.
‘Wat er eerder aan de hand is, is dat de constellatie van de wereld het op dit moment niet voor elkaar krijgt om de economie en de grondstoffenverdeling zo in te richten dat het lukt om de klimaatdoelen te halen. Dat vind ik wat anders dan nihilistisch zeggen: nou, laat het dan maar fout gaan.’
U bent opa. Hoe verandert dat uw kijk op het leven op een opwarmende planeet?
‘Ik hoop dat mijn kleindochter aan het eind van die zeven jaar IPCC-bestuur zegt: het was nog steeds hartstikke leuk om je kleindochter te zijn. Dus dat ik ook terwijl ik druk was, tijd heb gemaakt voor haar en voor mijn kleinzoon die morgen 1 wordt. Ik denk dat ik daarmee een belangrijkere bijdrage lever aan hun weerbaarheid dan wanneer ik zou zeggen: opa is druk, ik moet de wereld redden.’
Bart van den Hurk is verkozen tot ‘co-chair’ (duovoorzitter) van een van de werkgroepen van het IPCC. Vanouds is het klimaatpanel, dat wetenschappelijke klimaatonderzoeken samenbrengt in overzichtsrapporten, verdeeld in drie werkgroepen: een die zich buigt over de natuurkundige basis van klimaatverandering, een over de gevolgen van klimaatverandering en de aanpassing eraan, en een gewijd aan het terugdringen van broeikasgassen. Elke werkgroep staat onder leiding van twee voorzitters, bijgestaan door zeven vicevoorzitters. Daarboven staat de overkoepelende IPCC-voorzitter, momenteel de Britse hoogleraar duurzame energie Jim Skea. Vanouds is ‘werkgroep 1’ – die over wat er aan de hand is – de meest prominente IPCC-werkgroep. Maar nu de gevolgen van klimaatverandering steeds voelbaarder worden, verschuift de nadruk naar de werkgroep waarvan Van den Hurk deelvoorzitter is, de ‘aanpassing’-werkgroep.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant