Home

Bestsellerauteur Jonathan Haidt: ‘Stop de herbedrading van de jeugd, sociale media pas vanaf 16 jaar’

Sociale media maken jongeren massaal onzeker en ongelukkig. Voor Jonathan Haidt staat dat buiten kijf. De invloedrijke hoogleraar en schrijver schreef er Generatie angststoornis over en pleit voor leeftijdsgrenzen. ‘Er is rond 2010 echt iets veranderd in de levens van adolescenten.’

In het najaar van 2022 kreeg het gezin van Jonathan Haidt een puppy, Wilma. De beroemde Amerikaanse sociaal-psycholoog was toen net begonnen aan het schrijven van een nieuw boek over de invloed van smartphones en sociale media op het mentaal welbevinden van tieners. Hij had een onderzoek gelezen over de ‘antifobische werking’ van spannende ervaringen: naarmate je meer wordt blootgesteld aan gevaren, vind je ze minder eng.

In Wilma zag hij de theorie bevestigd.

Het hondje was ‘in het begin bang voor alles’, schrijft hij, maar wende gaandeweg aan de gevaren in het park. Zelfs als ze grote honden zag, durfde ze rondjes om hen heen te sprinten. ‘Zo experimenteerde ze verder, op zoek naar de balans tussen vreugde en vrees waar ze op dat moment aan toe was’, schrijft hij. ‘Door herhaaldelijk de ontdekkings- en verdedigingsmodus te doorlopen, ontwikkelde ze haar eigen vaardigheden om vrijuit te spelen.’

Over de auteur
Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant en specialiseert zich in cultureel-maatschappelijke onderwerpen als identiteit, polarisatie en extremisme.

Honden en kinderen zijn sensatiezoekers, legt Haidt uit. Ook kinderen hebben ‘vrij spel’ nodig en moeten hun ontdekkings- en verdedigingsmodus afwisselen om zich te ontwikkelen. Maar Haidt heeft het vermoeden, op basis van onderzoek en zijn ervaringen met studenten, dat jongeren de laatste vijftien jaar vastzitten in de verdedigingsmodus. Ze zijn voortdurend alert op gevaar, schrijft hij, in plaats van uit te zien naar nieuwe ervaringen. Ze zijn angstig.

En hij denkt ook te weten hoe dat komt: sinds de jaren negentig zijn kinderen steeds meer beschermd opgevoed en sinds pakweg 2010 is de ‘spelgerichte jeugd’ vervangen door een ‘schermgerichte jeugd’, zoals hij dat omschrijft in zijn boek The Anxious Generation, dat nu uitkomt in de Nederlandse vertaling als Generatie angststoornis. Die omslag noemt hij, met enig gevoel voor pathos, de ‘Grote Herbedrading van de Jeugd’.

Het boek schoot, mede dankzij deze duidelijke boodschap, in de Verenigde Staten direct naar de eerste positie van The New York Times Bestseller List. Het was niet de eerste bestseller voor Haidt, die met The Righteous Mind en The Coddling of the American Mind al prikkelende boeken schreef die boven op de tijdgeest zaten. Hij specialiseert zich in de psychologie van moraliteit en bekleedt een leerstoel ethisch leiderschap op de New York University Stern School of Business.

Haidt te pakken krijgen is lastig – hij toert het land rond met lezingen. Maar na maanden heen en weer mailen heeft hij begin juni tijd voor een Zoom-interview. Op het scherm ziet de hoogleraar er kenmerkend uit: witgrijs haar boven borstelige zwarte wenkbrauwen, een wand vol boeken achter hem. Hij googelt nog even snel naar de Volkskrant en zijn naam. ‘Ah, jullie hebben mijn vorige boek gerecenseerd. Wat was het oordeel?’

‘Dit boek komt ook hier in Nederland als geroepen’, is de kop.

‘Ha, niet verkeerd.’

Ook dit nieuwe boek slaat aan. Waarschijnlijk omdat iedereen het gevoel kent van eindeloos scrollen op je telefoon, waarna je je leeg voelt. Hoe komt het dat te veel schermtijd ons zo afgestompt en verstrooid maakt?

‘Een element is simpelweg de hoeveelheid tijd. Vooral TikTok is buitengewoon verslavend. En als mensen er een paar uur helemaal in zijn opgegaan, hebben ze het gevoel dat ze hun tijd hebben verspild. Dat is wat mijn studenten me vertellen.

‘Maar sociale media zijn ook in het bijzonder in staat om een feedbackloop te creëren waarin goed gedrag ‘beloond’ wordt, een techniek die eigenlijk bedoeld is om dieren te trainen. Bij een zichzelf versterkende feedbackloop krijg je iets goeds terug: in het geval van sociale media likes, aandacht, waardering.’

Denkt u dat technologie te goed is geworden in het manipuleren van onze hersenen?

‘Ja. Er is lange tijd een strijd geweest tussen adverteerders en consumenten. En we hebben min of meer geleerd hoe we ons tegen reclame konden verzetten. Maar stel je een strijd voor tussen twee oude culturen die pijl en boog gebruiken en dan krijgt een van hen plotseling machinegeweren. Dan is het game-over. Dat is hier gebeurd.

‘De grote techbedrijven hebben honderden psychologen in dienst. Ze hebben de gokindustrie direct gekopieerd. Denk bijvoorbeeld aan naar beneden scrollen om de tijdlijn te vernieuwen bij Instagram en TikTok. Dan stuitert-ie omhoog. Dat komt van fruitautomaten. Dus ja, dit zijn verslavende technologieën.’

Waarom zijn pubers extra kwetsbaar hiervoor?

‘De puberteit is een zeer belangrijke periode in het leven waarin de hersenen zich herbedraden, een omslag naar hun volwassen vorm. Het laatste deel dat moet worden omgezet is de prefrontale cortex. Daar zit de impulscontrole en het vermogen om te plannen.

‘In mijn boek toon ik een presentatie van Facebook, gelekt door klokkenluider Frances Haugen. Daarin wordt uitgelegd hoe, in de tienerjaren, de emotionele delen van de hersenen zich ontwikkelen en de remmende mechanismen er nog niet zijn. Ze laten een feedbackloop zien van een tienermeisje dat gaat van ‘nieuwigheid’ naar ‘beloning’ naar ‘emotie’ en dan weer terug naar het begin. Deze presentatie was niet bedoeld om kinderen te beschermen, maar om hen uit te buiten. We weten dus dat ze het opzettelijk doen.’

U heeft zelf veel geschreven over moral panics, zoals in eerdere decennia over de slechte invloed van stripboeken, televisie en videogames. Altijd is er wel iemand die zegt: ja, maar nu is het anders.

‘Dat wordt mij vaak voor de voeten geworpen. Maar televisie kon je niet mee naar buiten nemen, je kon geen televisie kijken in de schoolbus. Je kon geen televisie kijken tijdens de les. Je kon geen televisie kijken tijdens de lunch met je vrienden. Dus ja, nu is het echt anders. Als een kind eenmaal een smartphone heeft, blokkeert het apparaat tot op zekere hoogte al het andere: minder slaap, minder boeken lezen, minder hobby’s en sport, minder tijd met vrienden, minder tijd buiten, minder zonlicht. Om al deze redenen moeten we uitstellen wanneer kinderen een smartphone krijgen en wanneer ze sociale media krijgen.’

Wat houdt de ‘grote herbedrading van de jeugd’ verder in?

‘Dat verwijst naar de snelste verandering in het leven van kinderen in de geschiedenis van de mensheid. Dit gebeurde rond 2010. Kinderen in ontwikkelde landen hadden allemaal simpele klaptelefoons. En daarom zijn de millennials volgens mij geestelijk in orde. Ze kregen pas Facebook en smartphones toen ze ouder dan 18 waren.

‘Maar als je geboren bent in het jaar 2000, dan kreeg je waarschijnlijk je eerste smartphone toen je 10 of 11 was, je kreeg Instagram toen je 12 of 13 was en je ging in de puberteit een enorme hoeveelheid tijd besteden aan het consumeren van honderdduizenden afbeeldingen en korte video’s geselecteerd door algoritmes. Zes tot acht uur schermtijd per dag is sindsdien normaal geworden voor Amerikaanse tieners. De resultaten hiervan zijn in de hele ontwikkelde wereld slecht.’

Als een ietwat introverte tiener rond de eeuwwisseling hield ik enorm van de wereld van MSN, blogs en fora. Zo vond ik aansluiting bij anderen die hielden van afwijkende onderwerpen, zoals skateboarden of indie-muziek. Velen hebben gelijksoortige ervaringen. Bent u niet bang dat u zo’n positieve ervaring wegneemt?

‘Nee, want je hebt het zojuist perfect uitgelegd. Begin jaren 2000 was het internet geweldig. Je had al die manieren om te communiceren. En die werden niet gedreven door reclame. Ze waren niet algoritmisch samengesteld. Ze waren niet ontworpen om je verslaafd te maken. Sociale media zijn niet het hele internet. Als ik zeg dat kinderen geen socialemedia-account mogen openen tot ze 16 zijn, hebben ze nog steeds de rest van het internet. Ze kunnen facetimen, ze kunnen op allerlei manieren communiceren. Maar het zijn die paar grote platforms die kinderen opzettelijk verslaafd maken die de schade veroorzaken.’

Maar de techplatforms hebben het internet goeddeels overgenomen, waardoor de blogs van toen er niet meer zijn.

‘Dan moeten we zorgen dat het internet weer zo wordt. Als we de leeftijdsgrens verhogen voor sociale media, zullen veel mensen manieren bedenken om anderen te vinden die hun interesses delen. Ze hebben geen algoritmisch samengestelde nieuwsfeed nodig.’

U schrijft dat kinderen in de offlinewereld overbeschermd worden en zich daardoor te weinig ontwikkelen. Kinderen moeten risico’s nemen om te leren, zegt u. Maar hoeveel risico is goed voor een kind?

‘Mijn stelregel is: je wilt onnodige risico’s vermijden, maar je wilt de ervaring niet blokkeren. Ik ben dus een groot voorstander van fietshelmen en van rubberen tegels op speelplaatsen, want als kinderen vallen, is het goed dat ze minder gewond raken. Waar ik tegen ben, zijn ouders die zeggen: ik laat mijn kind niet fietsen omdat het te gevaarlijk is. Of: ik laat mijn kind niet zonder mij naar een speeltuin gaan.

‘In de Verenigde Staten maken we ons sinds de jaren negentig te veel zorgen over de veiligheid van kinderen, vooral door de vele aandacht in het nieuws voor kinderontvoeringen. We lieten onze kinderen helemaal niet meer buiten spelen tot ze 11 of 12 jaar oud waren. Dat is zeer schadelijk voor hun ontwikkeling.’

Vervolgens schrijft u dat kinderen juist beter beschermd moeten worden in de onlinewereld. Is dat niet in tegenspraak met elkaar?

‘Nee. Als een deel van je wereld extreem gevaarlijk is en je stuurt je kinderen er elke dag zonder toezicht op uit en een ander deel van je wereld is heel veilig, maar je let op alles wat ze daar doen, dan maak je twee grote fouten. De fysieke wereld is erg veilig vergeleken met vroeger. Er zijn heel weinig kindermisbruikers die rond speeltuinen hangen om met kleine kinderen te praten, omdat ze allemaal naar Instagram verhuizen. Daar is het veel makkelijker voor hen om slachtoffers te groomen. Daarom is het logisch om kinderen online veel meer te beschermen.’

Kan het nemen van risico’s online ook nuttig zijn om veerkrachtiger te worden?

‘In theorie wel, maar in de praktijk niet. In de echte wereld zijn mensen ‘antifragiel’, we worden sterker van tegenslag – mits niet te veel. Maar mijn indruk is niet dat je stoerder wordt als je online publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld. Het maakt je juist banger om iets te zeggen. Public shaming is iets heel anders dan de risico’s die kinderen in de echte wereld lopen als ze daar vernederd worden. Een massale publieke vernedering kan een kind tot zelfmoord aanzetten.’

Meisjes zijn er mentaal erger aan toe dan jongens, blijkt uit vele onderzoeken. Hoe komt dat?

‘Meisjes brengen meer tijd door op sociale media dan jongens, die weer meer naar porno kijken en videospelletjes spelen. Meisjes zijn meer geneigd om zichzelf te vergelijken met anderen. Alle tieners zijn onzeker. Maar voor meisjes gaat de sociale vergelijking vooral over het uiterlijk. Vroeger zagen ze mooie vrouwen in tijdschriften, maar dat was niet hun concurrentie. Nu zien ze duizenden foto’s van meisjes die ze persoonlijk kennen. Dat meisje is een uur bezig geweest om precies de juiste foto te maken en heeft bewerkingssoftware gebruikt om zichzelf sexy te maken.

‘Meisjes zijn bovendien meer geïnteresseerd in wat anderen voelen. Dit is normaal gesproken een kracht die we empathie noemen. Maar sociale media kapen deze empathie en plaatsen meisjes in gemeenschappen waar geestesziekten worden gewaardeerd. Hoe meer je praat over hoe verlamd je bent door je angst, hoe meer steun je zult krijgen. Veel mensen zeggen: is het niet geweldig dat tieners door sociale media anderen met geestelijke problemen kunnen vinden? Ik zeg: nee, dat is vreselijk, want het lijkt erop dat ze elkaar alleen maar erger maken.’

Niemand zal het oneens zijn met de stelling dat te veel schermtijd slecht is. Maar als het gaat om sociale media de schuld te geven van de achteruitgang in geestelijke gezondheid, dan is het bewijs niet glashelder.

‘In de sociale wetenschap is het altijd de vraag: is het causaliteit? Of is het slechts een correlatie? Dat testen we met experimenten. Er zijn ongeveer 25 experimenten over de relatie tussen sociale media en mentaal welbevinden. En als we kijken naar de experimenten die mensen drie weken of langer van sociale media af hielden, dan zien we een overweldigend voordeel.

‘Er is nu net een groot meta-onderzoek uitgekomen dat zegt dat er eigenlijk geen echt bewijs is van het voordeel van stoppen met sociale media. Maar dat komt doordat ze ook de studies meetellen die je een dag vrij geven. Stel, je bent gokverslaafd. En ik zeg: morgen mag je niet gokken. Ben je morgen dan gelukkiger of niet? Nee, omdat je aan het afkicken bent. Maar als je je een paar weken afsluit van sociale media, is er een duidelijk gunstig effect, zien we in die experimenten.’

U houdt een Google Doc bij van alle relevante studies. Wat heeft die werkwijze u gebracht?

‘Ik zeg tegen iedereen: kijk zelf maar mee. En raad eens? De correlationele onderzoeken tonen bijna allemaal een verband aan. De longitudinale onderzoeken tonen meestal aan dat een toename in het gebruik van sociale media voorafgaat aan een toename in depressie. Sommigen tonen een omgekeerd oorzakelijk verband, dus dat depressieve meisjes vaker op sociale media kijken. Maar ik toon alle resultaten. Ik doe niet aan cherry picking, al word ik daar telkens van beschuldigd.’

De Nederlandse wetenschapper Patti Valkenburg, die hier onderzoek naar doet, zegt dat er vijftien oorzaken zijn voor de afname in geestelijke gezondheid. Sociale media zijn daar slechts één van.

‘Wat ik haar zou willen vragen is: hoeveel van deze vijftien oorzaken kunnen verklaren waarom dezelfde tendens op hetzelfde moment zich voltrok in Amerika, Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Scandinavië? Er is geen andere theorie die kan verklaren waarom sinds 2010 vrijwel overal de mentale gezondheid van tieners kelderde.’

Uit Valkenburgs onderzoek blijkt dat voor 10 procent van de tieners het gebruik van sociale media een negatief effect heeft op hun geestelijke gezondheid. Voor nog eens 10 procent is het een positief resultaat.

‘Ik twijfel er niet aan dat er onderzoeken zijn die dat hebben aangetoond, maar het hangt ervan af hoe je het meet. Jongere kinderen zeggen soms dat sociale media goed zijn. Ze zijn er enthousiast over. Maar als je oudere Gen Z’ers vraagt: zou je willen dat TikTok en Instagram nooit waren uitgevonden? Dan zeggen ze overwegend: ja. Ik heb gezocht naar essays van Gen Z-auteurs die zeggen dat sociale media over het algemeen goed voor hen zijn. Ik kan er geen één vinden. Terwijl het internet vol staat met jonge mensen die zeggen dat dit hen kapot heeft gemaakt.’

Doordat het stigma rond mentale problemen is verdwenen, zegt Valkenburg, melden ook meer kinderen zich met problemen.

‘Dat klinkt logisch, maar het strookt niet met de data, want het stigma rond geestelijke gezondheidsproblemen is sinds de jaren tachtig gestaag afgenomen. Dus het stigma daalde en daalde, ervoor uitkomen werd steeds gemakkelijker, en toch tonen de cijfers over geestelijke problemen tot 2011 een lichte daling. Daarna schieten ze ineens overal de lucht in.

‘Wat je ook vaak hoort: jongeren rapporteren alleen maar dat ze ongelukkiger zijn, dat betekent niet dat ze werkelijk ongelukkiger zijn. Maar dat klopt ook niet. Het aantal zelfbeschadigingen onder adolescente meisjes verdrievoudigde bijna tussen 2010 en 2020 in de VS.

‘Dus ja, het kan dat de bereidheid om over angst en depressie te praten is toegenomen, wat een goede zaak is. Het kan ook dat sommige jongeren normale gevoelens van angst zijn gaan pathologiseren, wat géén goede zaak is. Maar de combinatie van zelfrapportage én gedrag vertelt ons dat er rond 2010 echt iets is veranderd in de levens van adolescenten.’

Heeft u goede hoop dat de mensheid zich zal aanpassen aan deze technologie en er verstandiger mee om zal gaan?

‘Wel als de aanpassingen zoals ik ze voorstel snel worden overgenomen, zoals geen smartphone tot 14 jaar en geen sociale media tot 16 jaar, en een telefoonverbod in scholen. Ik heb er vertrouwen in dat we ons binnen de komende twee jaar zullen aanpassen, want de meeste mensen zijn het zat. Maar als we niet snel iets doen, wordt dit allemaal weggevaagd door AI. We moeten dit probleem nog dit jaar oplossen.’

Meer lezen over dit onderwerp? Ga dan naar de Substack van Haidt: After Babel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next