Bij een zoektocht naar aardgas vonden ingenieurs een verrassend intact schip dat zo'n 3.300 jaar geleden afzonk naar de bodem van de zee. Het is een van de oudste wrakken die zo ver buiten de kust is gevonden en werpt mogelijk een nieuw perspectief op de vaarkunsten van oude zeelieden.
Met name de afgelegen vindplaats op de Middellandse Zee is opmerkelijk omdat de oude schippers erom bekend staan dicht langs de kustlijn te varen om niet te verdwalen en bij problemen snel weer aan land te kunnen komen.
Over de auteur
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant en presenteert onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos.
Ingenieurs van energiemaatschappij Energean verkenden de oceaanbodem met een robotonderzeeër en stuitten 90 kilometer voor de kust van Israël op het vaartuig.
Rondom het schip liggen honderden kruiken, half verstopt onder een laag modder. Met een ingenieuze ‘schepnet-techniek’ slaagden experts erin om enkele exemplaren naar het oppervlak te brengen. Ook dit gebeurde met een op afstand bestuurbare robotduikboot: het schip bevindt zich op een diepte van 1,8 kilometer, de druk is daar zo hoog dat menselijke duikers er geen kans maken.
Het wrak en de lading is nog grotendeels intact en heeft de tand des tijds opvallend goed doorstaan. Israëlische maritiem archeologen speculeren dat het ooit zonk in een storm, of na een aanval van piraten.
‘Ik heb net de beelden van de onderwateroperatie bekeken’, reageert maritiem archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Hoe je zo'n kruik van de bodem trekt in een soort melkwolk van opdwarrelend sediment. Ziet er fantastisch uit, een verrassende vondst.’
Het houten schip meet zo'n 12 bij 14 meter en ging ten onder in de late bronstijd, ongeveer in de dertiende eeuw voor Christus. Van Popta: ‘In onze contreien gingen we toen alleen nog maar te water met uitgeholde boomstammen, in het Midden-Oosten waren de schepen veel geavanceerder. De echte zeevaart kwam bij ons pas op in de late middeleeuwen met de komst van onder meer de Hanze, ontdekkingsreizen en de VOC.’
De Israëlische archeologische dienst IAA claimt dat de vondst aangeeft dat schippers op de Middellandse zee 3.300 jaar geleden al nieuwe vormen van navigatie omarmden. Om op koers te blijven zorgden de eerste varende vissers en handelaren er eeuwenlang voor de kust altijd in zicht te houden. De nieuwe vondst, 90 kilometer uit de kust, wijst er volgens de IAA op dat schippers op de Middellandse Zee in de late bronstijd waarschijnlijk al in staat waren om te navigeren op de zon en de sterren.
Maar die claim gaat Van Popta te ver. ‘Misschien scheurden de zeilen wel, raakte het schip op drift en was het helemaal niet de bedoeling om zo ver uit de kust te geraken. Meer onderzoek aan het schip kan mogelijk duidelijk maken hoe sterk de navigatiekunsten destijds al waren ontwikkeld, mogelijk door de vondst van instrumenten aan boord.’
Van Popta pleit ervoor meer onderzoek te doen naar scheepswrakken in de diepzee. ‘De meeste onderzoeksprogramma's concentreren zich op de kustgebieden, omdat je daar de grootste kans hebt om iets te vinden. Deze vondst onderschrijft dat er ook op volle zee fascinerende ontdekkingen gedaan kunnen worden.’
Bekijk hieronder de videobeelden van de berging van ruim 3 duizend jaar oude vazen op 1,8 kilometer onder het wateroppervlak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant