De instructies van Carolina Trujillo is, in tegenstelling tot haar columns, geen verzameling mokerslagen, maar het vlot lezende verslag van een aanslag op een slachthuis. Geen moment leest het boek als een farce.
Voor wie de NRC-columns van Carolina Trujillo kent, zal het geen grote verrassing zijn dat haar vijfde roman De instructies zich afspeelt in een kring van dierenactivisten. In haar stukjes voor de krant haalt de Uruguayaans-Nederlandse schrijfster regelmatig uit naar politici die flagrante leugens verkondigen over de bio-industrie, naar vleeseters die hun kop in het zand steken en naar mensen met huisdieren die met twee maten meten. Stuk voor stuk beweren zij het beste met dieren voor te hebben terwijl ze weten hoe het eraan toegaat in de Nederlandse stallen en slachthuizen. Daar vinden elk jaar zo’n dertig miljoen dieren een vreselijke dood na een kort en afschuwelijk leven in veel te krappe ruimtes en badend in de stront.
Wat wel verrast, is dat Trujillo’s roman, in tegenstelling tot haar columns, geen verzameling mokerslagen is, maar het vlot lezende verslag van een kanjer van een aanslag op het grootste slachthuis van Nederland. Verantwoordelijk hiervoor is een groep van ruim tien dierenactivisten onder leiding van de doortastende Nora. En verantwoordelijk voor het verslag (de verteller van dit boek) is Mol. Hij kende Nora van de lagere en middelbare school, verloor haar daarna uit het oog en is nu maar wat blij dat hij weer bij haar in de buurt kan zijn, nadat hij zich op haar uitnodiging heeft aangesloten bij haar legertje. De rollen zijn duidelijk. Hij volgt haar orders op, hij is haar soldaat. En onder haar supervisie schrijft hij dit verslag (eigenlijk: instructieboek, vandaar de titel).
Over de auteur
Maarten Steenmeijer is boekenrecensent van de Volkskrant. Hij is hispanist en vertaler.
Mol is geen geboren activist, idealisme is niet zijn primaire drijfveer. Ook zijn persoonlijkheid staat een volle overgave aan de goede zaak in de weg. Net als Woody Allens alter ego’s is hij een schlemiel-achtige slimmerik, iemand die als geen ander situaties en mensen doorziet (en dus een zeer genietbare verteller is), maar die zelden of nooit voor vol wordt aangezien of helemaal meetelt. Mol is een beetje een loser, maar wel eentje die de lachers op zijn hand heeft: ‘Je hebt’, schrijft hij bijvoorbeeld, ‘twee soorten reizigers: die met rugzak gaan, en die met rolkoffer. Het gebruik van rolkoffers is explosief gestegen. Ik dacht dat ik hier iets zinnigs over te zeggen had, maar dat valt tegen.’
Ironie is zijn schild én zijn wapen. De openingszin (waarin die van Honderd jaar eenzaamheid doorklinkt) zet meteen de toon: ‘Het was oud en nieuw, een uur na middernacht, toen ik, een volwassen vent met een vaste baan en in bezit van een verklaring van goed gedrag, gekleed in een zelfgemaakt varkenspak aan de rand van een industriegebied in een sloot viel.’ Een dronkeman op carnavalsvoeten? Nee, een dierenactivist in volle actie. Mols ironie spaart ook de andere leden van de groep niet, waardoor je bijna de indruk zou krijgen dat hier een stelletje amateurs aan het werk is.
Vanwaar dit grote verschil in toon tussen Trujillo’s columns en haar roman? Liep zij met deze ironische aanpak niet het gevaar afbreuk te doen aan de zaak waarvoor de dierenactivisten op de bres staan? Of was het misschien haar bedoeling om te laten zien hoe het niet moet? Ik denk dat het anders zit.
Er staan nogal wat passages in De instructies die je niet in de koude kleren gaan zitten en waar je bovendien het een en ander van opsteekt. Zo laat Mol je de misstanden in de Nederlandse vleesindustrie zien, de voorbereiding en uitvoering van een waaier van acties (van punaiseacties, disrupties en save squares tot brandstichting en bootkaping), de motieven, argumenten en temperamenten van de actievoerders, hun trauma’s, de juridische zwaarden van Damocles die boven hun hoofden hangen. Wat er ook toe bijdraagt dat je dit verhaal niet als een farce leest maar serieus neemt, is dat het hoe langer hoe meer donkere en grimmige randjes krijgt.
Toch wordt De instructies nergens zwaar. En hier ligt, denk ik, de verklaring voor de lichte grondtoon die Trujillo heeft gekozen. Ze wilde voorkomen dat haar roman zou bezwijken onder het gewicht van zijn boodschap (waarover overigens geen misverstand kan bestaan: dieren eten is fout, onze vleesindustrie deugt niet en daar moeten we iets aan doen). En het amateurisme dan dat het legertje van Nora aankleeft? Ook dat heeft een functie, want het is recht evenredig met de onmacht van de dierenactivisten en omgekeerd evenredig met de almacht van het systeem waartegen zij in het geweer komen.
Ironie en ernst sluiten elkaar niet uit, maar zijn door Trujillo op knappe wijze met elkaar vervlochten. De instructies is luchtig én indringend, een kruising van Ocean’s Eleven en documentaires als Earthlings en Dominion. Om te lachen én om te huilen. En, alles bij elkaar, een schot in de roos. Want mocht je nog geen veganist zijn, dan is er een grote kans dat je het dankzij dit boek alsnog wordt.
Carolina Trujillo: De instructies. Koppernik; 375 pagina’s; € 24,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant